Ondernemingen wettelijk verplicht om verrekenprijzen te documenteren (art. 53-64 PW)

De Programmawet van 1 juli 2016 zet de internationaal afgesproken documentatieverplichtingen voor verrekenprijzen (transfer pricing) om in Belgisch recht. De nieuwe regels zijn van toepassing op de boekjaren die starten vanaf 1 januari 2016.

BEPS-actieplan OESO

De OESO kwam in 2013 met een actieplan ter bestrijding van ‘Base Erosion and Profit Shifting (afgekort ‘BEPS’)’. De 15 actiepunten van dit plan werden in oktober 2015 goedgekeurd, met als bedoeling uitholling van de belastbare basis te voorkomen. Actiepunt 13 ‘Transfer pricing documentation and country-by-country reporting’ wil de transparantie met betrekking tot verrekenprijzen verhogen door het invoeren van documentatieverplichtingen.

Actiepunt 13 van BEPS-actieplan

De Programmawet van 1 juli 2016 zet nu actiepunt 13 van het BEPS-actieplan van de OESO met betrekking tot verrekenprijzen om in Belgisch recht (art. 321/1 tot en met art. 321/7, WIB 1992).

Ze voert de verplichting in voor de Belgische groepsentiteit (dus voor elke Belgische onderneming of inrichting binnen de groep) om een groepsdossier en een lokaal dossier aan te leveren. Multinationale groepen worden verplicht om een landenrapport op te stellen met daarin een overzicht van hun wereldwijde activiteiten.

Deze verplichtingen zijn van toepassing op de boekjaren die starten vanaf 1 januari 2016.

Het landenrapport, het groepsdossier en het lokaal dossier hebben tot doel:

  • de belastingplichtige toe te laten om een eerste beoordeling te maken van zijn verrekenprijspolitiek;
  • de belastingadministratie in staat te stellen om een goede risicoanalyse inzake verrekenprijzen te maken en zo tot een betere dossierselectie te komen;
  • de belastingadministratie toe te laten om een efficiëntere controle uit te voeren inzake verrekenprijzen.

Groepsdossier

Een Belgische groepsentiteit moet binnen 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode van de multinationale groep bij de administratie bevoegd voor het vestigen van de inkomstenbelastingen een groepsdossier indienen dat betrekking heeft op die laatst afgesloten rapporteringsperiode (art. 321/4, WIB 1992).

In het groepsdossier wordt een overzicht gegeven van de multinationale groep, inclusief de aard van de bedrijfsactiviteiten, de immateriële vaste activa, de intra-groep financiële verrichtingen en de geconsolideerde financiële en fiscale positie van de multinationale groep, haar algehele verrekenprijspolitiek en haar wereldwijde allocatie van haar inkomsten en economische activiteiten om belastingadministraties te ondersteunen bij de beoordeling van de aanwezigheid van een verrekenprijsrisico.

Wie moet groepsdossier indienen?De verplichting om een groepsdossier in te dienen geldt voor elke Belgische groepsentiteit van een multinationale groep die, voor het boekjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het laatste afgesloten boekjaar, één van onderstaande criteria overschrijdt, zoals blijkt uit haar enkelvoudige jaarrekening:

  • een totaal van 50 miljoen euro aan bedrijfs- en financiële opbrengsten met uitsluiting van de niet-recurrente opbrengsten;
  • een balanstotaal van 1 miljard euro;
  • het jaargemiddelde van het personeelsbestand van 100 voltijdse equivalenten.

Lokaal dossier

Een Belgische groepsentiteit, dient bij haar aangifte een lokaal dossier in met betrekking tot het boekjaar waarop die aangifte betrekking heeft (art. 321/5, WIB 1992).

Het lokaal dossier bestaat uit een formulier waarin informatie opgenomen is met betrekking tot de lokale entiteit en een gedetailleerd inlichtingenformulier aangaande de verrekenprijsanalyse van de verrichtingen tussen de lokale entiteit en de buitenlandse entiteiten van de multinationale groep, in het bijzonder de relevante financiële informatie van deze verrichtingen, de vergelijkbaarheidsstudie en de selectie en de toepassing van de meest aangewezen verrekenprijsmethode.

Wie moet lokaal dossier indienen? De verplichting om een lokaal dossier in te dienen, geldt voor elke Belgische groepsentiteit van een multinationale groep die, voor het boekjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het laatste afgesloten boekjaar, één van onderstaande criteria overschrijdt, zoals blijkt uit haar enkelvoudige jaarrekening:

  • een totaal van 50 miljoen euro aan bedrijfs- en financiële opbrengsten met uitsluiting van de niet-recurrente opbrengsten;
  • een balanstotaal van 1 miljard euro;
  • het jaargemiddelde van het personeelsbestand van 100 voltijdse equivalenten.

Het inlichtingenformulier bij het lokaal dossier moet enkel ingevuld worden wanneer voor ten minste één van de bedrijfseenheden binnen de Belgische groepsentiteit de drempelwaarde van een totaal van 1 miljoen euro aan grensoverschrijdende transacties met groepsentiteiten werd overschreden in het laatste afgesloten boekjaar. In dat geval moet het inlichtingenformulier ingevuld worden voor elke bedrijfseenheid die deze drempelwaarde overschrijdt.

Landenrapport

Het landenrapport zal gebruikt worden voor het beoordelen van grote verrekenprijsrisico’s en van andere risico’s die verband houden met de uitholling van de belastbare grondslag en met winstverschuiving, daaronder begrepen het risico dat leden van de multinationale groep waarvoor regels in verband met verrekenprijzen van toepassing zijn, die regels niet naleven en, waar aangewezen, ook voor het maken van een economische en statistische analyse.

Aanpassingen van de verrekenprijzen, mogen niet louter gebaseerd zijn op het landenrapport. Het is echter niet verboden om het landenrapport als basis te gebruiken om in het kader van een controle verder onderzoek te verrichten naar de verrekenprijsafspraken van de multinationale groep of naar andere belastingaangelegenheden, van een groepsentiteit met als gevolg dat passende correcties mogen gemaakt worden aan het belastbaar inkomen van een groepsentiteit (art. 321/6, WIB 1992).

Het ‘landenrapport’ bevat volgende elementen (art. 321/1, 15°, WIB 1992):

  • verzamelde informatie over het bedrag van de opbrengsten en van de winst of verlies vóór inkomstenbelasting, over de betaalde inkomstenbelasting, in de enkelvoudige jaarrekening opgenomen nog verschuldigde inkomstenbelasting, het gestorte kapitaal, de gereserveerde winst, het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, en alle activa met uitzondering van liquiditeiten, geldbeleggingen met een vervaldatum korter dan drie maanden dewelke niet onderhevig zijn aan significante waardeschommelingen, immateriële vaste activa en aandelen geboekt binnen de financiële vaste activa, en dit voor elk rechtsgebied waarin de multinationale groep actief is;
  • een identificatie van elke groepsentiteit van de multinationale groep met vermelding van het rechtsgebied waarvan die groepsentiteit inwoner is, en indien verschillend, het rechtsgebied op grond van wiens wetgeving die groepsentiteit werd opgericht, en de aard van de voornaamste bedrijfsactiviteit of –activiteiten van die groepsentiteit.

Wie moet landenrapport indienen? In principe moet elke Belgische groepsentiteit die de uiteindelijke moederentiteit van een multinationale groep is, binnen 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode bij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen een landenrapport indienen dat betrekking heeft op die rapporteringsperiode.

Maar ook Belgische groepsentiteiten die niet de uiteindelijke moeder zijn, kunnen verplicht zijn om het landenrapport in te dienen (art. 321/2, § 2, WIB 1992). In drie gevallen kan de multinationale groep ervoor kiezen om een andere entiteit met de indiening van het landenrapport te belasten. De groep kan dan een ‘surrogaatmoederentiteit’ aanduiden die het landenrapport dan bij haar lokale administratie moet indienen (art. 321/2, § 3, WIB 1992).

De verplichting tot oplevering van een landenrapport geldt voor multinationale groepen die, voor de rapporteringsperiode die onmiddellijk voorafgaat aan de laatste afgesloten rapporteringsperiode, een totaal van 750 miljoen euro of meer geconsolideerde brutogroepsopbrengsten behalen zoals dat tot uiting komt in de geconsolideerde jaarrekening van die groep voor die voorafgaande rapporteringsperiode.

Wanneer indienen?

Het landenrapport (jaarrekening per 31 december 2016) moet ingediend worden vóór 31 december 2017. Het groepsdossier (jaarrekening per 31 december 2016) moet ingediend worden vóór 31 december 2017. Het lokaal dossier (jaarrekening per 31 december 2016) moet ingediend worden samen met de Ven.B.-aangifte voor het aj. 2017 (uiterlijk in september 2017).

Taal

Alle documenten kunnen, naast één van de drie landstalen, ook in het Engels ingediend worden (art. 321/7, WIB 1992).

De modelformulieren van het landenrapport, het groepsdossier en het lokaal dossier én de indieningsmodaliteiten worden nog bij KB vastgelegd.

Sancties

Ondernemingen die de nieuwe documentatieverplichting niet correct naleven, riskeren vanaf het aanslagjaar 2017 een sanctie. Als het groepsdossier of het lokaal dossier niet, laattijdig of onvolledig worden ingediend, kan de fiscus aan de Belgische groepsentiteit een boete opleggen die schommelt tussen 1.250 euro en 25.000 euro (§ 3, art. 445, WIB 1992), weliswaar pas vanaf de tweede overtreding.

De schaal van de administratieve geldboetes en de toepassingsregels zullen nog bij KB worden vastgelegd.

In werking

De nieuwe regels zijn van toepassing op de boekjaren die starten vanaf 1 januari 2016.

Bron:Programmawet van 1 juli 2016, BS 4 juli 2016 (art. 53-64)
Zie ook:Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) (art. 321/1, art. 321/2, art. 321/3, art. 321/4, art. 231/5, art. 213/6 en art. 321/7)

Christine Van Geel

Programmawet

Afkondigingsdatum : 01/07/2016
Publicatiedatum : 04/07/2016

Gepubliceerd op 20-07-2016

  435