Nog maar één overeenkomst tussen gehandicaptenvoorziening en gebruiker

Vlaanderen past de algemene erkenningsnormen voor de gehandicaptenvoorzieningen aan. De aanpassingen zijn onder meer nodig om de normen in overeenstemming te brengen met de nieuwe regels rond de persoonsvolgende financiering.

Toepassingsgebied

Vlaanderen somt duidelijk op op welke voorzieningen het algemeen erkenningsbesluit van 2011 van toepassing is. Het gaat om

  • de voorzieningen die rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap aanbieden;
  • de voorzieningen die niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning aanbieden;
  • de multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
  • de diensten Ondersteuningsplan; en
  • de opvang in crisis- en noodsituaties.

Bewindvoering

De gebruiker – dat is de persoon met een handicap die een beroep doet op rechtstreeks toegankelijke hulp of op niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van een voorziening – oefent in principe zelf de rechten uit die hij kan putten uit het erkenningsbesluit. Maar bij een bewindvoering beslist de vrederechter wie de rechten uitoefent. Dat kan de gebruiker zijn, de bewindvoerder of beiden samen. De gebruiker wordt wel altijd - dit in de mate van zijn mogelijkheden - maximaal betrokken bij de uitoefening van die rechten.

Als de gebruiker zijn rechten in persoonsgebonden zaken niet kan uitoefenen en er geen bewindvoerder is, neemt de echtgenoot of de partner die op zich. Als dat niet kan, dan is de vertegenwoordigingscascade door familieleden van toepassing.

Eén overenkomst

Gebruiker en voorziening sluiten - vóór de start van de ondersteuning - voortaan nog maar één overeenkomst af. Zij bestaat uit twee delen: een deel individuele dienstverleningsovereenkomst en een deel collectieve rechten en plichten. Vroeger moesten er drie overeenkomsten afgesloten worden: de individuele dienstverleningsovereenkomst, het protocol van verblijf, behandeling of begeleiding en het charter collectieve rechten en plichten.

Wil de gebruiker een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gebruiken om de hulp de vergoeden, dan wordt de overeenkomst gesloten onder de opschortende voorwaarde dat dit persoonsvolgend budget er ook effectief komt. Pas als dat budget ter beschikking wordt gesteld, wordt de overeenkomst van kracht.

Individuele dienstverleningsovereenkomst

De individuele dienstverleningsovereenkomst wordt opgesteld in overleg met de gebruiker, op basis van zijn noden en mogelijkheden. Het overleg moet aangepast zijn aan de gebruiker. De geleverde ondersteuning wordt uitgedrukt in de toepasselijke ondersteuningsfuncties. Per ondersteuningsvorm wordt de frequentie en de duur van de ondersteuning vastgelegd. Voor meerderjarigen wordt op basis van de duur en de frequentie van de ondersteuning de verschuldigde vergoeding vastgelegd (in euro of zorggebonden punten).

De overeenkomst moet welbepaalde gegevens vermelden.

De meerderjarige gebruiker van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning betaalt ofwel de eigen financiële bijdrage ofwel de woon- en leefkosten. De nieuwe meerderjarige gebruiker vanaf 1 januari 2017 (opstart persoonsvolgende budget of verandering van voorziening) betaalt altijd de woon- en leefkosten. De regering legt duidelijk vast wat verstaan wordt onder woon- en leefkosten.

Handelingsplan

Het handelingsplan is de concrete uitwerking van de individuele dienstverleningsovereenkomst. In dat plan wordt vastgelegd hoe de verschillende ondersteuningsfuncties uitgevoerd gaan worden. Het plan wordt regelmatig geëvalueerd en zonodig bijgestuurd, altijd in overleg met de gebruiker. Heeft de bijsturing invloed op de duur of frequentie van de verschillende ondersteuningsfuncties dan moet de overeenkomst aangepast worden.

Een handelingsplan is niet nodig bij rechtstreeks toegankelijke hulp. De individuele dienstverleningsovereenkomst vermeldt de ondersteuning en hoe ze geboden wordt. Ook voor de diensten Ondersteuningsplan is geen handelingsplan nodig.

Collectief overlegorgaan

Alle voorzieningen die woonondersteuning bieden, moeten een collectief overlegorgaan hebben.

Overleg binnen dat orgaan is voortaan ook nodig voor wijzigingen van de woon- en leefkosten. Andere nieuwigheid is dat het overlegorgaan vanaf nu ook - in naam van de gebruikers - klachten kan indienen bij het VAPH wanneer die over meer dan één gebruiker gaan. En dit wanneer de gebruikers die niet in persoonlijke naam willen indienen bij de voorziening.

Opzegtermijn en verbrekingsvergoeding

De schriftelijk overeenkomst tussen gebruiker en voorziening kan beëindigd worden met een opzegtermijn van drie maanden. Partijen kunnen wel een kortere termijn overeenkomen bij de opzegging.

Als een van de partijen de opzeggingstermijn niet respecteert, moet die aan de andere partij een verbrekingsvergoeding betalen. En die is gelijk aan de vergoeding die verschuldigd zou zijn voor een periode van drie maanden.

Grensoverschrijdend gedrag

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers kan rechtstreeks gemeld worden aan het VAPH.

Afzonderingsmaatregelen

Afzonderingsmaatregelen kunnen door alle voorzieningen genomen worden. De beperking tot de voorzieningen waar op collectieve wijze ondersteuning wordt geboden is niet meer van toepassing.

De tijdelijke afzondering wordt voortaan pas stopgezet wanneer de toestand van de gebruiker doet veronderstellen dat het oorspronkelijk gestelde gedrag (bv. vernieling van materiaal, bedreiging eigen fysieke integriteit of die van andere gebruikers of personeelsleden) zal uitblijven.

Elektronische communicatie

Voorzieningen moeten ook in hun elektronische communicatie met de gebruikers de vermelding ‘Erkend of vergund door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap’ opnemen.

De voorziening moet wel niet langer aan haar voorgevel een plaat hebben met die vermelding en het logo van het VAPH.

Zorginspectie

Als de Zorginspectie vaststelt dat een voorziening niet aan de regels voldoet, kan het VAPH de voorziening vragen zich in orde te stellen met de regels. De minimumtermijn die de voorziening daarvoor krijgt wordt teruggebracht van zes maanden tot drie maanden. De maximumtermijn blijft op twaalf maanden. De halvering van de minimumtermijn maakt een snellere opvolging mogelijk.

Diezelfde kortere minimumtermijn geldt ook in het geval het VAPH begeleidende maategelen oplegt.

Integriteit

Zijn er ernstige aanwijzingen zijn dat de integriteit van de gebruiker in het kader van de ondersteuning in het gedrang komt en wordt dit bevestigd door de Zorginspectie, dan kan het VAPH voortaan ook onmiddellijk begeleidende maatregelen opleggen. Tot nu kon het VAPH alleen vragen dat de voorziening binnen een bepaalde termijn aan de regels zou voldoen of de erkenning van de voorziening intrekken of schorsen

Als de Zorginspectie ernstige afwijkingen, fraude of financieel misbruik vaststelt of als blijkt dat bedrieglijke gegevens werden doorgegeven, kan het VAPH meteen een begeleidende maatregel of een administratieve geldboete opleggen of de erkenning of vergunning opschorten of intrekken.

Inwerkingtreding

Het nieuwe besluit van 17 maart 2017 is in werking getreden op 1 januari 2017.

Er is voorzien in een aantal overgangsregels. Voorzieningen die niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning geven aan meerderjarigen bijvoorbeeld krijgen nog tot 31 december 2017 om het protocol van verblijf, behandeling en begleiding en de individuele dienstverleningsovereenkomst te vervangen door de nieuwe schriftelijke overeenkomst.

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 houdende wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap wat betreft de nieuwe beschermingsstatus ingevoerd bij de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, en wat betreft de invoering van de persoonsvolgende financiering, ingevoerd bij het decreet van 25 april 2014, BS 21 april 2017
Zie ook:Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders Besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap Besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap

Ilse Vogelaere

Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap wat betreft de nieuwe beschermingsstatus ingevoerd bij de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, en wat betreft de invoering van de persoonsvolgende financiering, ingevoerd bij het decreet van 25 april 2014

Afkondigingsdatum : 17/03/2017
Publicatiedatum : 21/04/2017

Gepubliceerd op 27-04-2017

  302