‘Nieuwe’ varenderfgoedregels gelden sinds 1 januari 2016

De uitgebreide bescherming van oude schepen die nog kunnen varen of drijven, geldt sinds 1 januari 2016. Dat blijkt uit een besluit van de Vlaamse regering dat nog net voor de jaarwisseling in het Belgisch Staatsblad verscheen. De uitgebreide bescherming werd wel al op 9 mei 2014 ingevoerd bij decreet, maar bleef tot nu dode letter.Het decreet van 9 mei 2014 introduceerde een vijfde erfgoedwaarde, geeft een rechtsgrond aan de inventaris van het varend erfgoed, kort de beschermingsprocedure in, legt de eigenaar van een varend erfgoed-item meerdere meldingsverplichtingen op, stelt een onderhoudspremie in, en zorgt ervoor dat overtredingen strenger worden aangepakt. Deze bepalingen worden nu uitgediept in een uitvoeringsbesluit.Een kort overzicht.

Geïnventariseerd varend erfgoed

Het decreet van 9 mei 2014 geeft een decretale basis aan de inventaris van het varend erfgoed. Varend erfgoed wordt opgenomen in de inventaris als het voldoet aan één of meerdere erfgoedwaarden. Die erfgoedwaarden zijn van historische, wetenschappelijke, industrieel-archeologische, of sociaal-culturele aard. Het decreet zelf voegt er nog een vijfde erfgoedwaarde aan toe: de esthetische erfgoedwaarde.

Vooraleer een item kan worden opgenomen in de inventaris van het varend erfgoed, moet het advies worden ingewonnen van de Vlaamse Commissie voor Varend Erfgoed (VCVE). Dat is de opvolger van de afdeling ‘Varend Erfgoed’ van de voormalige Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.

Het decreet zegt verder welke informatie in de inventaris wordt opgenomen, en dat de geïnventariseerde schepen een herkenningsteken mogen dragen.

Het uitvoeringsbesluit delegeert op zijn beurt aan minister voor Varend Erfgoed Geert Bourgeois de bevoegdheid om een inventarismethodologie op te stellen. Dus een afwegingskader om items al dan niet op te nemen in de inventaris. Zeldzaamheid, representativiteit, herkenbaarheid en de materiële toestand van het vaartuig spelen daarbij een rol.

De minister zal de inventaris definitief vaststellen, en zal die ter beschikking stellen op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed. Het agentschap startte in 2007 al met het inventariseren van het varend erfgoed, maar de inventaris die u nu kunt raadplegen, is nog niet officieel vastgesteld.

De minister zal ook nog een besluit afkondigen met het model van herkenningsteken voor geïnventariseerde schepen, en met de voorwaarden waaronder dat herkenningsteken mag worden gebruikt.

Aan de opname in een vastgestelde inventaris zijn geen rechtsgevolgen verbonden. De inventarisatie bewijst alleen dat het goed een zekere erfgoedwaarde heeft.

Begin december 2015 waren er ongeveer 120 vaartuigen opgenomen in de – nog niet officieel vastgestelde – inventaris.

Beschermd varend erfgoed

Voor bepaalde geïnventariseerde schepen gaat men een stapje verder. Die items krijgen een bescherming. Aan een bescherming zijn wél verplichtingen verbonden – een meldplicht en een plicht om het goed in een goede staat te behouden –, maar er zijn ook voordelen aan – beschermde goederen geven immers recht op onderhouds- en beheerspremies.

Het uitvoeringsbesluit specificeert dat ook de databank van het beschermd varend erfgoed online raadpleegbaar zal zijn op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed. In die databank worden de voorlopige en definitieve beschermingsbesluiten opgenomen.

De praktijk leert ons dat de databank van het beschermd varend erfgoed deel uitmaakt van de nieuwe, overkoepelende databank ‘Onroerend Erfgoed’. Je kan daarin zoeken op kernwoorden uit het beschermingsbesluit, of op een beschermd item. Selecteer in dat laatste geval eerst het ‘Type’ en dan ‘Varend Erfgoed’.

Naast deze publiek toegankelijke databank zal er een aparte databank gecreëerd worden waarin alle processen-verbaal voor het overtreden van de regels worden opgenomen, met het gevolg dat aan die pv’s werd gegeven, zoals een verplichting om herstelmaatregelen uit te voeren.

De minister zal nog een besluit publiceren met het model van herkenningsteken voor de definitief beschermde schepen, en met de voorwaarden waaronder dat herkenningsteken gebruikt mag worden.

Tussen 1994 en 2003 werden er 5 vaartuigen beschermd. Tussen 2007 en begin december 2015 waren dat er 28.

Instandhouding in goede staat

De eigenaar én de gebruiker van een voorlopig of definitief beschermd vaartuig zijn verplicht om dat vaartuig in stand te houden en het te onderhouden. Dat impliceert volgens het besluit dat zij:

  • een passende verzekering afsluiten;
  • instaan voor een veilige én bereikbare ligplaats;
  • zorgen voor winterberging of tijdelijke droogzetting als dat noodzakelijk is voor een degelijke instandhouding van het vaartuig op lange termijn;
  • het vaartuig vrijwaren van abnormale en structurele waterinfiltratie;
  • de beschermings- en afwerkingslagen van de romp, het dek (of meerdere dekken) en de opbouw in stand houden en onderhouden;
  • de motoren, de aandrijving, het staand en lopend want van de mast, de installaties, de technische uitrusting, de inrichtingen en de afwerkingen met erfgoedwaarde in stand houden, onderhouden, en in voorkomend geval, operationeel houden;
  • en gepaste maatregelen nemen als een calamiteit schade veroorzaakt.

Meldplicht

Bepaalde handelingen aan voorlopig of definitief beschermde vaartuigen kunnen maar starten na een voorafgaande melding aan het agentschap Onroerend Erfgoed, staat er in het decreet. Het uitvoeringsbesluit zegt om welke handelingen het hier gaat en hoe de melding precies moet gebeuren. De betrokken handelingen zijn:

  • handelingen die de erfgoedwaarden uit het beschermingsbesluit kunnen aantasten, of die erfgoedelementen kunnen beschadigen of vernietigen;
  • handelingen die het uitzicht van een beschermd varend erfgoed aanmerkelijk wijzigen, die ‘structurele werken’ aan het beschermd varend erfgoed inhouden, of die nieuwe structuren toevoegen; en
  • alle andere handelingen die bij wet, bij decreet, bij besluit, of door derden worden opgelegd
De handelingen moeten niet aangemeld worden als zij opgenomen zijn in een beheersprogramma dat al werd goedgekeurd door het agentschap.

De eigenaar en gebruiker van een beschermd vaartuig zijn bij decreet ook verplicht om elke wijziging van de vaste ligplaats van het vaartuig door te geven. Het uitvoeringsbesluit geeft het agentschap de opdracht om een register van de vaste ligplaatsen bij te houden. De minister voor Varend Erfgoed krijgt de bevoegdheid om te bepalen hoe dat register er moet uitzien.

Met permissie…

Voorlopig of beschermd varend erfgoed mag niet buiten het grondgebied van de Vlaamse Gemeenschap gebracht worden zonder toestemming van het agentschap Onroerend Erfgoed. Het besluit beschrijft hoe de toelating moet worden aangevraagd, en maakt daarbij een onderscheid tussen het tijdelijk buiten het grondgebied brengen voor een periode van meer, of minder dan 9 maanden.

Al wat voor een duur van meer dan 9 maanden is, wordt gezien als een vorm van ‘definitief buiten de Vlaamse Gemeenschap brengen’, en daarvoor geldt een strenger regime.

Beheerspremie

De eigenaar van een definitief beschermd vaartuig kan een beheersprogramma indienen bij het agentschap. Dat beheersprogramma heeft tot doel om de erfgoedelementen en de operationele staat van het beschermd varend erfgoed te behouden, te herstellen, of op een verantwoorde en wetenschappelijke wijze te reconstrueren, en de erfgoedwaarden te versterken.

Een beheersprogramma blijft in de regel 10 jaar geldig.

Als het agentschap het beheersprogramma goedkeurt, kan de eigenaar een beheerspremie krijgen van 40%. Als hij maatregelen neemt om het vaartuig open te stellen voor het grote publiek, kan hij een openstellingspremie krijgen van 20%. Beide premies kunnen onder bepaalde voorwaarden opgetrokken worden tot 80%. Het uitvoeringsbesluit beschrijft in het lang en het breed alle voorwaarden en procedurestappen die moeten worden gevolgd.

Onderhoudspremie

Het decreet van 9 mei 2014 voert een onderhoudspremie in. Het uitvoeringsbesluit selecteert de werken waarvoor er een onderhoudspremie kan worden toegekend. Het gaat om het uit het water halen van een schip en het instaan voor winterberging of tijdelijke droogzetting, het aanbrengen of verwijderen van aangroeiwerende verven, kalfater- en dichtingswerken, het vervangen van de startbatterijen, het laten herstellen of reinigen van de zeilen, enz.

De onderhoudspremie bedraagt in de regel 40%, maar kan opgetrokken worden tot 80% voor onderhoudswerken aan opengesteld varend erfgoed.

1 januari 2016

Het ‘decreet van 9 mei 2014 houdende wijziging van het decreet van 29 maart 2002 tot bescherming van varend erfgoed en het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend erfgoed van uitzonderlijk belang’ treedt in werking op 1 januari 2016.Net als het huidige uitvoeringsbesluit.

De oude beschermingsbesluiten en beheersprogramma’s behouden hun rechtsgeldigheid tot zij worden gewijzigd of tot hun geldigheidsduur verstrijkt.

Beschermingsprocedures die vóór 1 januari 2016 werden aangevat, worden afgehandeld volgens de oude regels. Dat geldt ook voor de aanvragen tot goedkeuring van een beheersprogramma en voor de aanvragen tot toekenning van een beheerspremie die vóór 1 januari 2016 werden ingediend.

Beschermd varend erfgoed in beheer van een varenderfgoedvereniging waarvoor een overeenkomst tot openstelling werd gesloten volgens de oude regels, wordt beschouwd als opengesteld varend erfgoed volgens de nieuwe regels, tot de geldigheidsduur van de overeenkomst verstrijkt, en uiterlijk tot 31 december 2018.

In werking:

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de uitvoering van het decreet van 29 maart 2002 tot bescherming van varend erfgoed (Varenderfgoeddecreet), BS 28 december 2015 (Varenderfgoedbesluit).
Zie ook:

Carine Govaert

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het decreet van 29 maart 2002 tot bescherming van varend erfgoed

Afkondigingsdatum : 27/11/2015
Publicatiedatum : 28/12/2015

Gepubliceerd op 28-01-2016

  153