Nieuwe signalisatieverplichtingen voor spoorwegovergangen

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2011 betreffende de veiligheidsinrichtingen aan overwegen op de spoorwegen

Vanaf 11 december 2017 gelden nieuwe signalisatieverplichtingen voor spoorwegovergangen. De regelgeving is op een aantal punten strenger geworden, onder meer voor privé-overwegen. Maar er werd ook rekening gehouden met de situatie op het terrein….
 
 

Gezamenlijk gebruik van verkeerslichten overwegen en wegen

Spoorwegovergangen met actieve signalisatie (dat zijn overwegen waarvan de signalisatie de gebruikers verwittigt van het naderen en/of van de doortocht van een trein) zijn aan weerszijden én rechts van de overweg uitgerust met een verkeersbord A45 of A47 én de nodige verkeerslichten.
Tot op vandaag waren dat ofwel verkeerslichten die de overgang verbieden ofwel verkeerslichten uit artikels 61 tot en met 64.1 van de Wegcode (drie- en tweekleurige verkeerslichten, ontruimingspijlen, verkeersknipperlichten, enz.). De regelgeving liet niet toe dat beide types verkeerslichten gelijktijdig of gezamenlijk werden gebruikt. Iets wat vooral in stedelijke gebieden voor problemen zorgde. De bepaling wordt daarom aangepast.
Verkeersbord A45 en A47
Verkeersbord A47 met een verkeerslicht dat de overgang verbiedt
Niet te vergeten dat naast verkeersborden en verkeerslichten ook bijkomende signalisatie mag worden aangebracht zoals slagbomen of geluidsseinen, enz. Deze zaken zijn evenwel niet verplicht.
Verkeerslichten zijn trouwens niet verplicht aan overwegen met passieve signalisatie (dat zijn de overwegen waarbij de gebruikers niet worden verwittigd van aankomende treinen). Daar volstaat een verkeersbord A45 of A47 aan weerszijden van de overweg én aan de rechterkant. Bijkomende verkeersborden van types A45 en A47 zijn toegelaten. Voor die bijkomende borden zijn er geen specifieke verplichtingen op het gebied van plaats of kant.

Privé-overwegen

Ook aan privé-overwegen moet de nodige signalisatie worden aangebracht. Zowel de signalisatieverplichtingen voor actieve overwegen als de signalisatieverplichtingen voor passieve spoorwegen zijn toegelaten.
De gekozen signalisatie kan verder worden aangevuld met een systeem dat de overweg geheel afsluit. In dat geval geldt voortaan een nieuwe verplichting: het systeem moet na elke overschrijding worden gesloten en vergrendeld door middel van een vergrendelingsmechanisme. Dit is een verantwoordelijkheid van de particulier voor wie de privé-overweg nodig is. Voor alle duidelijkheid werd ook een uniforme definitie ingevoerd voor ‘vergrendelingsmechanisme’. Het gaat om een mechanisme dat waarborgt dat, door middel van een slot of een gelijkwaardig alternatief, onbevoegden de overweg niet kunnen gebruiken.
Niet te vergeten dat ongeacht de gekozen signalisatie iedere privé-overweg aan weerszijden en aan de rechterkant steeds moet worden uitgerust met een aanwijzingsbord ‘privé-overweg’.

Bevelen spoorwegbeheerder naleven

De regelgeving wordt aangevuld met de uitdrukkelijke verplichting voor gebruikers van overwegen om de bevelen van de spoorwegbeheerder (Infrabel) na te leven. Meer concreet:
  • het personeel van de spoorwegbeheerder mag aan de gebruikers van de openbare- of van de privéweg een verbod opleggen om een overweg te overschrijden. Hiervoor wordt verkeersbord C3 en/of C19 gebruikt;
  • in het geval van storing van de actieve signalisatie zijn de gebruikers van de openbare- of van de privéweg verplicht om de bevelen van het personeel van de spoorwegbeheerder die ertoe strekken gevaarlijke situaties, exploitatieongevallen of ongevallen waarbij zijzelf of andere betrokken zijn te voorkomen, te respecteren. Al naargelang de situatie gebruikt het personeel van de spoorwegbeheerder verkeersbord C3 of C19.
Verkeersbord C3 – verboden toegang, in beide richtingen, voor iedere bestuurder
Verkeersbord C19 - verboden toegang voor voetgangers

Update technische voorschriften

Federaal Mobiliteitsminister, François Bellot, maakt van de gelegenheid gebruik om ook de technische normen met betrekking tot de veiligheidsinrichtingen aan spooroverwegen actualiseren. Volgende voorschriften krijgen een update:
  • de technische voorschriften betreffende de niet-verlichte verkeersborden;
  • de technische voorschriften betreffende de verkeerslichten. Hier worden vooral bijkomende maatregelen genomen tegen het fantoomeffect. Dat is het waarnemingseffect waarbij een fout signaal gezien wordt omwille van het invallen van het zonlicht op een lichteenheid. Voortaan moet het licht van elk individueel verkeerslicht beschermd worden tegen het fantoomeffect. De lichten moeten behoren tot de klasse 3 volgens NBN-norm 12368- ‘koplicht verkeersregelinstallaties – koplicht’. Kan de klasse niet worden bepaald, dan moeten alle lichten van het signaal voorzien zijn van een vizier met een lengte van 0,25m+/-20mm;
  • de technische voorschriften betreffende de geluidsseinen;
  • de technische voorschriften betreffende het systeem met afsluiting.

Spoorcodex

Het KB van 11 juli 2011 en het MB van 3 juli 2013 verwijzen voortaan trouwens naar de Spoorcodex. Die vervangt sinds eind 2013 de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur, de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen en de wet van 26 januari 2010 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese gemeenschap.

In werking: 11 december 2017 (10 dagen na publicatie)

Bron: Koninklijk besluit van 21 november 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2011 betreffende de veiligheidsinrichtingen aan overwegen op de spoorwegen, BS 1 december 2017.
Bron: Ministerieel besluit van 21 november 2017 tot wijziging van het ministerieel besluit van 3 november 2011 tot vaststelling van de technische normen met betrekking tot de veiligheidsinrichtingen aan overwegen op de spoorwegen, BS 1 december 2017.
Zie ook
Beeld inleiding © wikipedia
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  1276