Nieuwe regels voor onderbrekingsuitkeringen bij tijdskrediet

Het recht op onderbrekingsuitkeringen wordt geschrapt bij tijdskrediet zonder motief. Maar de uitkeringen worden voortaan wel toegekend voor maximum 36 maanden om een erkende opleiding te volgen, of voor maximum 48 maanden voor álle vormen van zorg. De minimumleeftijd die is gekoppeld aan het recht op verhoogde onderbrekingsuitkeringen bij landingsbanen wordt opgetrokken tot 60 jaar. Uitzonderlijk zijn die verhoogde onderbrekingsuitkeringen mogelijk vanaf 55 jaar.

De nieuwe regels zijn in werking getreden op 1 januari 2015. Maar het wijzigings-KB bevat een ruime overgangsregeling.

Regeerakkoord

Het regeerakkoord bepaalt dat de uitkering voor het niet-gemotiveerd tijdskrediet en loopbaanonderbreking wordt geschrapt. De uitzonderlijke landingsbanen tussen 50 en 54 jaar doven uit en de grens van 55 jaar wordt voor eerste aanvragen vanaf 1 januari 2015 op 60 jaar gebracht.

Verder bepaalt het akkoord dat de gelijkstelling voor niet-gemotiveerd tijdskrediet en loopbaanonderbreking wordt afgeschaft. Maar de gelijkstelling en het recht op het gemotiveerd tijdskrediet worden uitgebreid met maximum 12 maanden als het wordt opgenomen om te zorgen voor zijn kind tot de leeftijd van 8 jaar, om palliatieve zorgen toe te dienen of om een zwaar ziek of gehandicapt gezins- of familielid bij te staan of te verzorgen. De controle op de motieven en de loopbaanvoorwaarden zou wel worden versterkt, zo blijkt uit het regeerakkoord.

Eén en ander wordt nu vertaald in een KB van 30 december 2014. Let wel, het gaat hier enkel om het recht op onderbrekingsuitkeringen, niet om het recht op tijdskrediet. Het recht op tijdskrediet is immers niet automatisch gekoppeld aan het recht op onderbrekingsuitkeringen.

Bestaande stelsel

Het bestaande stelsel van tijdskrediet geeft werknemers in de privésector de kans om hun beroepsactiviteit tijdelijk te stoppen of te verminderen, zonder dat hun arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. De algemene benaming ‘tijdkrediet’ omvat 3 stelsels:

  1. Het recht op tijdskrediet zonder motief kan voltijds, halftijds of met 1/5 worden opgenomen. De maximumduur bedraagt 12 maanden (voltijds equivalent).
  2. Het recht op tijdskrediet met motief kan worden opgenomen voor de zorg voor een (gehandicapt) kind, voor het verlenen van palliatieve zorg, voor de zorg voor een zwaar ziek gezins- of familielid of kind, en voor het volgen van een opleiding. Naargelang het motief is de maximumduur 36 of 48 maanden, die bovenop het algemene recht van 12 maanden tijdskrediet zonder motief komen. Ook dit tijdskrediet kan voltijds, halftijds of met 1/5 worden opgenomen.
  3. Het recht op tijdskrediet ‘einde loopbaan’ geeft werknemers vanaf 55 jaar – in uitzonderlijke regimes vanaf 50 jaar – de kans om te kiezen voor een landingsbaan tot aan hun wettelijke pensioenleeftijd. Dit kan via een halftijds of 1/5 tijdskrediet ‘einde loopbaan’. De onderbrekingsuitkeringen bij landingsbanen zijn hoger maar ze worden pas toegekend vanaf 51 jaar.

Onderbrekingsuitkeringen

Het recht op onderbrekingsuitkeringen bij tijdskrediet werd in 2012 al ingeperkt. Daartoe werd het KB dat die uitkeringen regelt, aangepast. Maar het referentiekader — de CAO nr. 77bis — bleef overeind tot de sociale partners in de NAR de CAO nr. 103 hebben afgesloten. Die overeenkomst creëert een nieuw kader voor de ‘invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen’ en zorgt ervoor dat het recht op verlof en het recht op uitkeringen op elkaar afgestemd zijn. De tekst is in werking getreden op 1 september 2012.

Werknemers die gebruikmaken van hun recht op tijdskrediet krijgen een maandelijkse forfaitaire onderbrekingsuitkering van de RVA voor de periode waarin ze geen prestaties leveren of hun prestaties verminderen. Het loonverlies wordt in de meeste gevallen dus gedeeltelijk gecompenseerd door een uitkering. Dit recht op uitkeringen komt aan bod in een KB van 12 december 2001 dat nu wordt gewijzigd.

Er ontstaat dus opnieuw een (grotere) discrepantie tussen het recht op uitkeringen — geregeld in een KB — enerzijds, en het recht op tijdskrediet — geregeld in een cao — anderzijds. Want enkel de sociale partners kunnen de CAO nr. 103 aanpassen. Als dat niet gebeurt, zal het ruimere recht op tijdskrediet blijven bestaan, maar niet meer worden gelijkgesteld voor de opbouw van pensioenrechten. Omgekeerd zal men de nieuwe uitbreiding van het recht op uitkeringen voor alle vormen van zorg toch niet kunnen opnemen, aangezien dit (nog) niet is bepaald in de CAO nr. 103.

1 januari 2015

Het nieuwe KB van 30 december 2014 treedt in werking op 1 januari 2015. De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op de ‘eerste aanvragen’ voor onderbrekingsuitkeringen die ingaan na 31 december 2014. Dit zijn:

  • alle aanvragen van werknemers die voor het eerst onderbrekingsuitkeringen vragen;
  • alle aanvragen om onderbrekingsuitkeringen die geen ononderbroken verlenging onder dezelfde vorm zijn van een op 31 december 2014 lopende periode van onderbrekingsuitkeringen.

De RVA vat de nieuwe regels als volgt samen in een eigen nota:

1/ Het recht op tijdskrediet zonder motief wordt toegekend zonder onderbrekingsuitkeringen. Dat betekent dat het recht op voltijds, halftijds of 1/5 tijdskrediet zonder motief nog steeds kan worden bekomen bij de werkgever gedurende maximum 12 maanden (voltijds equivalent), maar zonder uitkeringen van de RVA. Voor zover alle toegangsvoorwaarden vervuld zijn uiteraard. Zoals aangegeven, valt de financiële compensatie voor het loonverlies dus weg. Bovendien worden enkel de periodes mét onderbrekingsuitkeringen voor de pensioenopbouw gelijkgesteld met arbeidsperioden.

2/ Het recht op uitkeringen bij tijdskrediet met motief kan worden bekomen om:

  1. een erkende opleiding te volgen;
  2. te zorgen voor zijn kind dat jonger is dan 8 jaar;
  3. te zorgen voor een ernstig ziek gezins- of familielid tot de tweede graad;
  4. palliatieve zorgen te verstrekken;
  5. te zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar.

De uitkeringen worden toegekend gedurende maximum 36 maanden om een erkende opleiding te volgen of gedurende maximum 48 maanden voor de andere motieven. Een uitbreiding dus tot álle vormen van zorg. Let wel, de duur van 36 of 48 maanden is dezelfde ongeacht de onderbrekingsvorm van tijdskrediet met motief. Bovendien mag de maximale vergoedbaarheidsduur van de verschillende tijdskredieten met motief nooit langer zijn dan 48 maanden.

Let op! De maximumduur van het tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4 is afhankelijk van de cao die van toepassing is bij de werkgever. Los van de maximale vergoedbaarheidsduur in het KB, zal de RVA dus geen onderbrekingsuitkeringen kunnen toekennen bij overschrijding van de maximumduur die is vastgelegd in de cao die van toepassing is bij de werkgever.

3/ Het recht op onderbrekingsuitkeringen bij tijdskrediet ‘einde loopbaan’ wordt enkel toegekend aan werknemers die minstens 60 jaar oud zijn op de aanvangsdatum van hun vermindering van prestaties, voor zover ze een beroepsloopbaan als loontrekkende hebben van minstens 25 jaar (in de zin van de CAO nr. 103) op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever.

Er zijn 3 uitzonderingen. De leeftijd om toegang te krijgen tot de verhoogde onderbrekingsuitkeringen is 55 jaar voor werknemers die:

  • op de aanvangsdatum van hun vermindering van prestaties zijn tewerkgesteld in een onderneming die is erkend als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden;
  • op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever een beroepsloopbaan als loontrekkende van 35 jaar beroepsloopbaan bewijzen, in de zin van de reglementering ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’ (SWT);
  • op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever:
    • ofwel minstens 5 jaar in de 10 voorgaande jaren werkten in een ‘zwaar beroep’, in de zin van de reglementering ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’ (SWT);
    • ofwel minstens 7 jaar in de 15 voorgaande jaren werkten in een ‘zwaar beroep’;
    • ofwel minstens 20 jaar werkten in een stelsel van nachtarbeid, in de zin van de CAO nr. 46;
    • ofwel waren tewerkgesteld door een werkgever uit het paritair comité voor het bouwbedrijf en beschikken over een attest van een arbeidsgeneesheer die hun ongeschiktheid bevestigt om hun beroepsactiviteit voort te zetten.

De toegangsleeftijd wordt voor deze afwijkende regimes opgetrokken tot:

  • 56 jaar vanaf 1 januari 2016;
  • 57 jaar vanaf 1 januari 2017;
  • 58 jaar vanaf 1 januari 2018;
  • 60 jaar vanaf 1 januari 2019.

Let op! De toegangsleeftijd voor het genieten van onderbrekingsuitkeringen zal niet worden opgetrokken vanaf 1 januari 2016 indien de NAR daarover een cao afsluit voor de periode 2015-2016. Er gelden wel een aantal bijkomende voorwaarden! Na 2016 kan de cao van de NAR worden verlengd of aangepast, waarbij de minimumleeftijd geleidelijk kan worden verhoogd overeenkomstig een vooropgesteld tijdspad. Het is dus nog niet zeker dat de progressieve leeftijdsverhoging er komt.

Zoals hierboven aangegeven, noteren we ook voor de landingsbanen een discrepantie tussen het recht op uitkeringen en het recht op tijdskrediet.

Overgangsregeling

De nieuwe regeling omvat een ruime overgangsregeling:

1/ Voor aanvragen binnen het algemeen stelsel zullen de oude regels van toepassing blijven op alle eerste aanvragen om onderbrekingsuitkeringen waarvoor:

  • de ingangsdatum van het tijdskrediet zich situeert vóór 1 juli 2015 en voor zover:
  • de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever dateert van vóór 1 januari 2015;
  • de RVA de uitkeringsaanvraag heeft ontvangen vóór 1 april 2015.

2/ De oude regels blijven van toepassing op alle eerste aanvragen om onderbrekingsuitkeringen in het eindeloopbaanstelsel voor de werknemers van minstens 50 jaar die zijn tewerkgesteld in een onderneming die erkend is als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden, voor zover:

  • de onderneming heeft aangetoond dat haar aanvraag tot erkenning wordt gedaan in het kader van een herstructureringsplan en het mogelijk maakt ontslagen te vermijden;
  • de onderneming heeft aangetoond dat haar aanvraag tot erkenning het mogelijk maakt het aantal werknemers die overstappen naar het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) te beperken;
  • de ingangsdatum van de erkenning gelegen is vóór 9 oktober 2014.

3/ De oude regels blijven van toepassing op de werknemers van minstens 50 jaar die al onderbrekingsuitkeringen genoten in het eindeloopbaanstelsel vóór 1 januari 2015, en van wie het genot van onderbrekingsuitkeringen tijdelijk werd onderbroken:

  • ofwel omwille van een voltijdse werkhervatting;
  • ofwel omwille van ziekte;
  • ofwel omwille van het nemen van thematisch verlof (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand of palliatief verlof).

Als het eindeloopbaanstelsel werd stopgezet omwille van een van die redenen, dan zal bij een nieuwe aanvraag in 2015 het recht op uitkeringen opnieuw worden toegekend op basis van de oude regels – de regeling vóór 1 januari 2015 dus.

Bron:Koninklijk besluit van 30 december 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, BS 31 december 2014
Zie ook: — Website RVA, Directie reglementering tijdskrediet en loopbaanonderbreking, nota van 29 december 2014Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van 27 juni 2012 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen (geratificeerd door het KB van 25 augustus 2012, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2012)

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking

Afkondigingsdatum : 30/12/2014
Publicatiedatum : 31/12/2014

Gepubliceerd op 15-01-2015

  303