Nieuwe bewijsregels in burgerlijk recht vanaf 1 november 2020

Wet tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 “Bewijs” in dat Wetboek

Op 1 november 2020 verandert ons burgerlijk bewijsrecht. De gemoderniseerde bewijsregels komen in Boek 8 van het gloednieuwe Burgerlijk Wetboek. Het bewijsrecht wordt aangepast, vooral om de zaken te verduidelijken en beter te definiëren, in te spelen op technologische evoluties en knelpunten aan te pakken. Een van de belangrijkste nieuwigheden is de uitbreiding van het vrij bewijsstelsel.

Drie hoofdstukken

Het nieuwe Boek 8 telt drie hoofdstukken:
  • in het eerste, met de algemene bepalingen, staan allerhande definities en de algemene regels van het bewijsrecht;
  • in het tweede gaat het over de toelaatbaarheid van de bewijsmiddelen; en
  • in het derde staan de bijzondere regels voor de verschillende bewijsmiddelen: authentieke akte, onderhandse akte, onderhandse akte die wordt meeondertekend door de advocaten van partijen, andere geschriften, afschriften, teruggave van de akte door schuldeiser aan schuldenaar, getuigen, feitelijke vermoedens, bekentenis en eed

Vrij bewijsstelsel

Het vrij bewijsstelsel – waar het bewijs kan geleverd worden op eender welke manier – wordt versoepeld. Het plafond van 375 euro wordt verhoogd naar 3.500 euro. Wat meteen betekent dat voor heel wat courante verrichtingen het bewijs vrij kan geleverd worden. Een schriftelijke overeenkomst is niet meer nodig. Sms’en, mails, getuigen, vermoedens… zijn een voldoende bewijs onder die grens van 3.500 euro.

Eenzijdige rechtshandelingen

Het vrij bewijsrecht wordt veralgemeend voor alle eenzijdige rechthandelingen, wat ook hun waarde is. Voor een eenzijdige verbintenis tot betalen geldt wel een uitzondering: de persoon die zich verbindt moet de verbintenis schriftelijk zijn aangegaan en de bedragen en hoeveelheden voluit vermelden.
Voor het bewijs van de datum van de eenzijdige rechtshandeling is er een speciale regeling.

Ondernemingsbewijs

De vrije bewijsvoering tussen handelaars wordt uitgebreid naar alle ondernemingen, dus bijvoorbeeld ook vrije beroepen en landbouwers.
Het bewijs tussen ondernemingen of tegen ondernemingen, kan vrij geleverd worden, ook boven de 3.500 euro. De vrije bewijsvoering geldt alleen voor een handeling gesteld door een onderneming. Ze geldt niet wanneer een onderneming wil bewijzen tegen een partij die geen onderneming is. Wel wanneer partijen die geen onderneming zijn, willen bewijzen tegen een onderneming.
Natuurlijke personen die een onderneming voeren en een rechtshandeling willen bewijzen die kennelijk vreemd is aan de onderneming, kunnen zich niet beroepen op de vrijheid van bewijs.
De bijzondere wettelijke bewijswaarde van een aanvaarde of niet-betwiste verkoopfactuur wordt uitgebreid tot alle soorten facturen, ongeacht de achterliggende overeenkomst (bv. vervoer, allerhande diensten). Een dergelijke factuur levert tegen de onderneming het bewijs van de aangevoerde rechtshandeling op. Tegenbewijs is wel mogelijk.
De aanvaarding van een factuur door iemand die geen onderneming is, maakt slechts een feitelijk vermoeden uit.

Bewijslast

Voortaan kan de rechter – bij buitengewone omstandigheden – bepalen wie de bewijslast draagt wanneer de toepassing van de normale bewijslastregels kennelijk onredelijk zou zijn. De rechter moet zijn vonnis grondig motiveren. Hij kan de bewijslast pas omdraaien nadat hij alle nuttige onderzoeksmaatregelen heeft bevolen, gecontroleerd heeft dat de partijen meewerken aan de bewijsvoering en vaststelt dat er nog steeds geen voldoende bewijs is geleverd.

Voorwerp van bewijs

Alleen de aangevoerde en betwiste feiten of rechtshandelingen moeten bewezen worden. Tenzij er afwijkende wettelijke regels zijn. Bewijs van algemeen bekende feiten of ervaringsregels is niet nodig.

Bewijs van waarschijnlijkheid

In principe moet het bewijs geleverd worden met een redelijke mate van zekerheid. Maar wanneer een negatief feit moet bewezen worden, kan het aantonen van de waarschijnlijkheid van dat feit volstaan. Wel alleen als alle partijen aan de bewijsvoering hebben meegewerkt.
Ook bij positieve feiten kan het aantonen van de waarschijnlijkheid volstaan, wanneer het door de aard van het te bewijzen feit niet mogelijk of niet redelijk is om een zeker bewijs te vragen.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 13 april 2019 treedt in werking op 1 november 2020. Hierop zijn wel enkele uitzonderingen.
Bron: Wet van 13 april 2019 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 “Bewijs” in dat Wetboek, BS 14 mei 2019
  1443