Nieuwe beroepsmogelijkheden bij de Raad van State tegen bepaalde beslissingen van de NBB

Een nieuwe wet van 27 mei 2014 brengt enkele wijzigingen aan in de wetgeving over de Nationale Bank van België (NBB) en over de Raad van State. Enerzijds worden er nieuwe beroepsmogelijkheden ingevoegd tegen bepaalde beslissingen van de NBB en anderzijds wordt de Koning gemachtigd om de versnelde procedure vast te stellen die van toepassing is op bepaalde van die beroepen voor de Raad van State.

Beroep bij de Raad van State

De wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België voorziet voor specifieke beslissingen van de Nationale Bank voor welbepaalde personen in een beroep voor de Raad van State volgens een versnelde procedure. Na de aanneming van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen werd de wet van 22 maart 1993, die hetzelfde doel had, opgeheven. De verwijzingen naar die opgeheven wet in de wet van 22 februari 1998 worden dus in die zin aangepast.

Parallel hiermee wordt nu een nieuwe beroepsmogelijkheid bij de Raad van State ingevoerd tegen beslissingen van het Afwikkelingscollege wanneer de door een kredietinstelling genomen maatregelen de voor de afwikkelbaarheid van de kredietinstelling vastgestelde belemmeringen niet opheffen of deze onvoldoende verminderen.

Ook is voortaan een beroep bij de Raad van State mogelijk voor eenieder aan wie een dwangsom is opgelegd door de Nationale Bank van België (bijvoorbeeld de dwangsom die wordt opgelegd wanneer een kredietinstelling de gevraagde informatie niet heeft bezorgd bij het verstrijken van de termijn die werd vastgesteld door de Bank).

Versnelde procedure

De wet van 22 februari 1998 voorziet in een versnelde procedure voor de Raad van State voor beroepen tot nietigverklaring tegen:

Deze beroepen tot nietigverklaring kunnen worden ingesteld bij de Raad van State, met uitsluiting van elke andere beroepsmogelijkheid. Ze zijn niet opschortend.

De nieuwe wet van 27 mei 2014 machtigt voortaan de Koning om, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de regels van de versnelde procedure te bepalen. Het gaat meer bepaald om de termijn waarbinnen de aanvrager het beroep moet instellen op straffe van verval, de termijnen waarbinnen alle partijen hun memorie moeten indienen alsook de termijn waarbinnen de Raad van State zich dient uit te spreken. De Koning kan bovendien bijzondere regels voor de samenstelling van de kamers vaststellen.

Inwerkingtreding

Deze wijzigingen zijn van toepassing sinds 3 juli 2014.

Bron:Wet van 27 mei 2014 houdende diverse bepalingen inzake financiën met betrekking tot aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, BS 03 juli 2014.
Zie ook: Wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, BS 7 mei 2014. Wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, BS 19 april 1993. Wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, BS 28 maart 1998. Gecoördineerde wetten op de Raad van State, BS 21 maart 1973.

Benoît Lysy

Wet houdende diverse bepalingen inzake financiën met betrekking tot aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet

Afkondigingsdatum : 27/05/2014
Publicatiedatum : 03/07/2014

Gepubliceerd op 30-07-2014

  135