Nieuwe antiwitwaswet in het Staatsblad

Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten

De federale wetgever heeft de huidige antiwitwaswet van 11 januari 1993 vervangen door de “wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten”.
 
 
Deze nieuwe antiwitwaswet treedt in werking op 16 oktober 2017.
Ze stemt de bestaande wetgeving over de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme af op de belangrijkste ontwikkelingen op Europees en internationaal niveau.
Daartoe zet ze de ‘vierde antiwitwasrichtlijn’ (richtlijn (EU) 2015/849) om in Belgisch recht. Deze richtlijn integreerde de 40 aanbevelingen van de Financiële Actiegroep (FAG) op het vlak van witwassen van geld en de financiering van terrorisme van 2012 op Europees niveau.

Nieuwe antiwitwaswet

De nieuwe antiwitwaswet heeft hoofdzakelijk tot doel het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en de financiering van de proliferatie van massavernietigingswapens te voorkomen (WG/FTP).
Ze brengt onder meer verbeteringen aan, aan de controle op de onderworpen entiteiten en aan de nationale en internationale samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten.
Eén van de belangrijkste vernieuwingen is de oprichting van een nationaal register van uiteindelijk begunstigden van vennootschappen en andere juridische entiteiten (het UBO-register). De vennootschappen en andere juridische entiteiten worden verplicht om informatie over hun uiteindelijk gerechtigden te verkrijgen en te bewaren.

Toepassingsgebied

De nieuwe antiwitwaswet is van toepassing op volgende entiteiten, handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten:
  • de Nationale Bank van België (NBB);
  • de Deposito- en Consignatiekas;
  • de NV van publiek recht “bpost”, voor haar financiële postdiensten of voor de uitgifte van elektronisch geld;
  • de kredietinstellingen;
  • de verzekeringsondernemingen;
  • de betalingsinstellingen;
  • de uitgevers van elektronisch geld en de instellingen voor elektronisch geld;
  • de vereffeningsinstellingen;
  • de maatschappijen voor onderlinge borgstelling;
  • de beursvennootschappen;
  • de beleggingsondernemingen;
  • de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging (ICB’s);
  • de beleggingsvennootschappen;
  • de alternatieve financieringsplatformen bedoeld in de crowdfundingwet van 18 december 2016;
  • de marktondernemingen die de Belgische gereglementeerde markten organiseren;
  • de in België gevestigde personen die beroepshalve verrichtingen voor de contante aankoop of verkoop van deviezen in contanten of met cheques in deviezen dan wel met gebruik van een krediet- of betaalkaart uitvoeren;
  • de makelaars in bank- en beleggingsdiensten;
  • de onafhankelijk financiële planners;
  • de verzekeringsbemiddelaars;
  • de kredietgevers die in België gevestigd zijn en die activiteiten van consumentenkrediet of hypothecaire krediet uitoefenen;
  • de personen gespecialiseerd in financieringshuur;
  • de natuurlijke of rechtspersonen die in België ten minste één van de activiteiten uitoefenen bedoeld in artikel 4, eerste lid, 2) tot en met 12), 14) en 15) van de bankwet;
  • de natuurlijke personen of rechtspersonen die in België activiteiten uitoefenen en die geregistreerd of ingeschreven zijn in het openbaar register van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR), de natuurlijke personen stagiairs bedrijfsrevisoren van externe ondernemingen, alsook de auditkantoren en éénieder die het beroep van wettelijk auditor uitoefent;
  • de natuurlijke personen of rechtspersonen ingeschreven op de lijst van de externe accountants en op de lijst van de externe belastingconsulenten, alsook de natuurlijke personen ingeschreven op de lijst van de stagiairs accountants en op de lijst van de stagiairs belastingconsulenten;
  • de natuurlijke personen of rechtspersonen ingeschreven op de lijst van de externe erkende boekhouders en op de lijst van de externe erkende boekhouders-fiscalisten, alsook de stagiairs ingeschreven op de lijst van de externe erkende stagiairs boekhouders en op de lijst van de externe erkende stagiairs boekhouders-fiscalisten;
  • de notarissen;
  • de gerechtsdeurwaarders;
  • de advocaten;
  • de dienstenverleners aan vennootschappen;
  • de vastgoedmakelaars;
  • de handelaren in diamant;
  • de bewakingsondernemingen, en
  • de natuurlijke personen of rechtspersonen die één of meer kansspelen exploiteren.

Belangrijkste nieuwigheden

Tot de belangrijkste nieuwigheden in de antiwitwaswet van 18 september 2017 behoren:
  • de uitbreiding van het toepassingsgebied tot:
    • de dienstverrichters van de sector van de geld- en kansspelen: de nieuwe antiwitwaswet geldt voor alle aanbieders van gokdiensten, inclusief de aanbieders van deze diensten via het internet (en niet enkel voor de casino’s). De waakzaamheidsverplichtingen zijn op hen van toepassing voor iedere verrichting ten belope van een bedrag van minstens 2.000 euro, ongeacht of de verrichting in één verrichting plaatsvindt dan wel in verschillende verrichtingen waartussen een verband blijkt te bestaan;
    • personen die handelen in goederen wanneer zij betalingen in contanten verrichten of ontvangen. De wet herneemt de huidige cash-drempel van 3.000 euro. Edele stoffen (goud, platina, zilver en palladium), oude metalen en koperkabels kunnen niet meer cash verhandeld worden. Hiervoor werd een cashverbod tussen handelaars ingevoerd. Tussen een consument en een handelaar is nog een cashbetaling van 500 euro toegelaten (bv. wanneer een consument een gouden ring aan een handelaar verkoopt);
  • de advocaten waren al onderworpen aan de antiwitwaswet. Zij moeten de wet naleven:
    • wanneer zij hun cliënt bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van verrichtingen in verband met:
      de aan- en verkoop van onroerend goed of bedrijven;
      het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa;
      de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;
      het organiseren van de inbreng die nodig is voor de oprichting, de exploitatie of het beheer van vennootschappen;
      de oprichting, de exploitatie of het beheer van fiducieën of trusts, vennootschappen, stichtingen of soortgelijke structuren;
    • of wanneer zij optreden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële verrichtingen of verrichtingen in onroerend goed;
  • de cijferberoepen zoals de bedrijfsrevisoren, auditors en auditkantoren, de externe accountants en externe belastingsconsulenten, de erkende externe boekhouders en erkende externe boekhouders-fiscalisten waren al onderworpen aan de antiwitwaswet van 1993. Nu zijn ook de stagiairs, auditors en auditkantoren toegevoegd;
  • voor wat de vastgoedmakelaars betreft, zijn deze, en enkel en alleen voor hun activiteit van syndicus, niet meer onderworpen aan de nieuwe antiwitwaswet;
  • de verduidelijking dat met de ‘prijs van de verkoop van een onroerend goed’ het door de koper totaal te betalen bedrag betreffende de aankoop en de financiering van dit goed wordt bedoeld. Dit bedrag omvat dus niet alleen de kosten met betrekking tot de verkoop, namelijk de registratierechten en andere taksen, de hypothecaire inschrijvingsrechten, de honoraria en kosten van de notaris, de honoraria van de eventuele vastgoedmakelaar evenals het bedrag geconsigneerd bij de instrumenterende notaris in geval van hoger bod, maar ook de kosten in verband met de eventuele op de verkoop aanvullende contracten zoals de contracten van hypothecaire lening, levensverzekering of schuldsaldoverzekering bij overlijden, inclusief de kosten van hypothecaire inschrijving. Bijgevolg kunnen betalingen die een onroerende verkoop met zich meebrengt, enkel worden verricht door een overschrijving of een cheque. Vastgoedmakelaars en notarissen die vaststellen dat er een betaling wordt verricht op een andere manier dan door een overschrijving of door een cheque, moesten dit al melden aan de CFI, zowel wanneer de betaling gebeurt in hun aanwezigheid als in hun afwezigheid;
  • de opname van fiscale misdrijven in de definitie van ‘onderliggende criminele activiteiten van witwassen van geld’. De wet herneemt het criterium van “ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd”;
  • het instellen van een "cascadeprocedure" voor de identificatie en de beoordeling van de risico's van witwassen en financiering van terrorisme door de Europese Commissie, de lidstaten en de onderworpen entiteiten;
  • de toepassing van de risicogebaseerde benadering op alle elementen die deel uitmaken van de waakzaamheidsverplichtingen opgelegd aan de onderworpen entiteiten;
  • de verplichting voor vennootschappen en andere juridische entiteiten om informatie over hun uiteindelijke begunstigden te verkrijgen en te bewaren en deze door te geven aan de onderworpen entiteiten. Bovendien moet deze informatie bewaard worden in een centraal register (het UBO-register) in elk van de lidstaten, en moeten de onderworpen entiteiten er toegang toe hebben. De Algemene Administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën richt het UBO-register in. Voor de fiduciën en trusts is in analoge bepalingen voorzien. Deze maatregelen zijn echter beperkt tot de cliënten die gevestigd zijn in de EER;
  • wat de meldplicht en de CFI betreft, werden de rol, de verantwoordelijkheden en de taken inzake operationele en strategische analyse van de CFI meer in detail uitgewerkt;
  • de invoering van een bewaartermijn van 10 jaar (met een overgangsregeling voor 2017 (7 jaar), 2018 (8 jaar) en 2019 (9 jaar)), te rekenen vanaf het einde van de zakelijke relatie of de occasionele verrichting, waarna de onderworpen entiteiten de persoonsgegevens in hun bezit dienen te wissen;
  • er zijn regels voor een betere samenwerking tussen de financiële inlichtingeneenheden en de Europese Commissie;
  • er werd voorzien in doeltreffende, evenredige en efficiënte administratieve sancties en maatregelen voor de niet-naleving door de onderworpen entiteiten van de opgelegde verplichtingen. Bijkomend voorziet de nieuwe antiwitwaswet strafrechtelijke sancties (geldboetes) voor het verhinderen van inspecties en verificaties, het weigeren van het verstrekken van gegevens of het bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekken aan de toezichtautoriteiten;
  • de ambtenaren van de Administratie van de Thesaurie krijgen toegang tot het Centraal aanspreekpunt (CAP) van de NBB. Zij moeten het CAP kunnen raadplegen aangezien de Administratie van de Thesaurie de bevoegde controleautoriteit is op het vlak van de financiële embargo’s. Deze Administratie moet onder andere kunnen controleren of een persoon of entiteit diegene is waarop de bevriezingsmaatregelen betrekking hebben en welke de financiële rekeningen zijn van deze persoon of entiteit. Deze controle is noodzakelijk om onder andere met zekerheid te kunnen bepalen of er geen informatie werd achtergehouden in een concreet dossier. Bovendien kunnen bevroren tegoeden in België nooit worden vrijgegeven zonder de uitdrukkelijke toestemming van de Administratie van de Thesaurie. De raadpleging van het CAP kan uitsluitend gebeuren ten aanzien van de personen en entiteiten die zijn opgenomen op de Europese en nationale lijsten voor de bevriezing van tegoeden en economische middelen. De ambtenaar die een het CAP wil raadplegen, zal zijn aanvraag richten tot een ambtenaar met minstens de graad van adviseur-generaal A4 of aan de Administrateur-generaal van de Administratie van de Thesaurie die een voorafgaandelijke controle van de redenen van de aanvraag doet en de toegang machtigt.

Algemene structuur nieuwe antiwitwaswet

De nieuwe antiwitwaswet is opgedeeld als volgt:
  • BOEK I. — Algemene bepalingen
    • TITEL 1. — Onderwerp, toepassingsgebied en definities
    • TITEL 2. — Risicogebaseerde benadering
  • BOEK II. — Verplichtingen van de onderworpen entiteiten inzake de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme
    • TITEL 1. — Organisatie en interne controle
    • TITEL 2. — Algemene risicobeoordeling
    • TITEL 3. — Waakzaamheid ten aanzien van de cliënten en de verrichtingen
    • TITEL 4. — Analyse van atypische verrichtingen en melding van vermoedens
  • BOEK III. — Beperking van het gebruik van contanten
  • BOEK IV. — Bevoegde autoriteiten
    • TITEL 1. — Nationale risicobeoordeling
    • TITEL 2. — Register van uiteindelijke begunstigden
    • TITEL 3. — De Cel voor financiële informatieverwerking
    • TITEL 4. — Toezichtautoriteiten
    • TITEL 5. — Nationale samenwerking
    • TITEL 6. — Internationale samenwerking
  • BOEK V. — Sancties
    • TITEL I. — Administratieve sancties
    • TITEL II. — Strafrechtelijke sancties
  • BOEK VI. — Diverse bepalingen, Wijzigings-, Opheffings- en Overgangsbepalingen
  • BIJLAGEN

In werking

De wet van 18 september 2017 treedt in werking op 16 oktober 2017, tien dagen nadat ze in het Belgisch Staatsblad verscheen.
Ze heft volgende bepalingen op:
  • de “wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme”, en
  • de artikelen 69 tot 71 van de “wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (I)”.
De koninklijke besluiten, de reglementen en alle andere handelingen van reglementaire aard die in uitvoering van de “wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme” zijn vastgesteld, blijven van toepassing in de mate dat de bepalingen van deze wet voorzien in de algemene of specifieke juridische machtigingen die nodig zijn voor deze reglementaire handelingen en dat hun inhoud niet in strijd is met de nieuwe antiwitwaswet.

Vijfde antiwitwasrichtlijn

Ondertussen zijn er op Europees niveau onderhandelingen bezig over vijfde antiwitwasrichtlijn. Het al dan niet publiek karakter van het UBO-register is daarbij het belangrijkste punt van discussie.
Bron: Wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, BS 6 oktober 2017.
Zie ook:
Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie, Pb.L. 141, 5 juni 2015 (vierde antiwitwasrichtlijn).
Wet van 19 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten wat bepaalde versnelde beroepsprocedures bij de Raad van State betreft, BS 6 oktober 2017.
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  1513