Nieuw cliquetsysteem op diesel vanaf 1 november 2015: betaling van aanvullende bijzondere accijns op dieselvoorraad

Een KB van 26 oktober 2015 en een MB van 27 oktober 2015 bevatten de voorwaarden waarbinnen de heffing van de aanvullende bijzondere accijns op de in verbruik gestelde dieselvoorraden zal plaatsvinden. Deze verhoging van het tarief van de bijzondere accijns kadert in het nieuw cliquetsysteem op diesel dat de Regering heeft ingesteld voor de periode van 1 november 2015 tot en met 31 december 2018.

Nieuw cliquetsysteem

De Regering heeft de accijnzen op diesel vervroegd geïndexeerd vanaf 1 november 2015. Die indexering resulteerde in een verhoging van de bijzondere accijns op diesel die gebruikt wordt als motorbrandstof.Daarnaast voerde de Regering een nieuw cliquetsysteem voor diesel in voor de periode van 1 november 2015 tot en met 31 december 2018. Daardoor zal telkens als de maximumprijs voor ‘gasolie gebruikt als brandstof’ (diesel) vanaf 1 november 2015 daalt, de bijzondere accijns stijgen met de helft van deze prijsdaling.

Het nieuwe cliquetsysteem zal per periode in twee stappen uitgevoerd worden:

  • er wordt een maximumbedrag ingevoerd waarmee de bijzondere accijns op diesel (gasolie) jaarlijks kan stijgen;
  • elke stijging van de bijzondere accijns op diesel (aan de hand van het cliquetsysteem) wordt gekoppeld aan een tariefverlaging van de bijzondere accijns op ongelode benzine.

Stap 1Het tarief van de bijzondere accijns voor gasolie van de GN-codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49 zal:

  • van 1 november 2015 tot en met 31 december 2016 verhoogd worden met maximum 33,29 euro per 1.000 liter bij 15° C;
  • van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 verhoogd worden met maximum 34,60 euro per 1.000 liter bij 15° C, en
  • van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 verhoogd worden met maximum 50,00 euro per 1.000 liter bij 15° C.

Stap 2 Het tarief van de bijzondere accijns voor ongelode benzine van de GN-codes 2710 11 41, 2710 11 45 en 2710 11 49 verlaagt, wanneer de verhoogde accijnzen op diesel:

  • in de periode van 1 november 2015 tot en met 31 december 2016 meer dan 26,09 euro per 1 000 liter bij 15° C bedragen;
  • in 2017 meer dan 27,40 euro per 1.000 liter bij 15° C bedragen;
  • in 2018 meer dan 42,80 euro per 1.000 liter bij 15° C bedragen.
Worden deze drempels overschreden, dan wordt elke bijkomende stijging van de accijns op diesel gecompenseerd door een accijnsdaling op ongelode benzine, ten belope van 3,17 keer het bedrag van de verhoogde accijns op diesel.

Heffing aanvullende bijzondere accijns op dieselvoorraad

De gasolie van de GN-codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49 (diesel) die op de dag van de verhoging van de bijzondere accijns op diesel te 0 uur, na inverbruikstelling in België, voorhanden is in de inrichtingen van handelaars, van depothouders en van houders van een tankstation, of die onderweg is naar deze inrichtingen, is onderworpen aan een aanvullende bijzondere accijns gelijk aan de ingestelde verhoging van de bijzondere accijns op deze diesel.

De aanvullende bijzondere accijns is verschuldigd door de handelaars, depothouders en houders van een tankstation die de diesel die aan deze aanvullende bijzondere accijns onderworpen is, op de dag van de betrokken verhoogde accijnsheffing voorhanden hebben.

Voor de diesel die ‘onderweg is’, is de aanvullende bijzondere accijns verschuldigd door de geadresseerde, indien deze een handelaar, depothouder of houder van een tankstation is.

Voorraadaangifte

Handelaars, depothouders en houders van een tankstation moeten voor elke plaats waar zij ‘hoogzwavelige’ en ‘laagzwavelige’ gasolie (diesel) voorhanden hebben, die onderworpen is aan de aanvullende bijzondere accijns, uiterlijk de dag na die waarop de tariefverhoging van de bijzondere accijns in werking treedt, een voorraadaangifte in tweevoud opmaken.Die aangifte moet gedateerd en ondertekend zijn. Ze moet per soort van energieproduct waarvoor een afzonderlijk accijnstarief van toepassing is, de hoeveelheden vermelden die in België in verbruik werden gesteld:

  • 1) die zij voorhanden hadden te 0 uur op de dag van de tariefverhoging;
  • 2) die hen werden toegezonden vóór de dag van de tariefverhoging maar pas tussen de datum van verhoging van het tarief en de datum van indiening van de overeenkomstige voorraadaangifte zijn toegekomen.

Er moet geen voorraadaangifte gedaan worden, wanneer voor elke soort belastbare energieproducten, het totaal van de in punt 1) en 2) bedoelde hoeveelheden energieproducten, per soort product, 1.000 liter niet overtreft.

De in de voorraadaangifte te vermelden hoeveelheden moeten in principe worden opgegeven bij de temperatuur van 15° C. Indien aan deze eis niet kan worden voldaan mogen de hoeveelheden worden opgegeven bij omgevingstemperatuur, mits vermelding ervan.

Eén exemplaar van de voorraadaangifte moet uiterlijk de donderdag van de week na de week van de tariefverhoging in het bezit zijn van de ambtenaar belast met het beheer van het hulpkantoor der accijnzen of der douane en accijnzen van het gebied van de inrichting. Het tweede exemplaar van deze aangifte moet ter beschikking zijn van de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen op de plaats waar de in aanmerking komende energieproducten voorhanden zijn. De aangevers schrijven op het tweede exemplaar de in België in verbruik gestelde hoeveelheden energieproducten bij die hen werden toegezonden vóór de dag van de tariefverhoging, maar die pas na het indienen van hun aangifte zijn toegekomen.

Wie een voorraadaangifte heeft ingediend, moet:

  • bij die aangifte een opgave voegen van de personen of firma's aan wie hij of zij sinds één maand vóór de dag van de verhoging van de bijzondere accijns, meer dan 10.000 liter belastbare motorbrandstof hebben geleverd, die in België in verbruik werden gesteld. Die opgave vermeldt de naam en het adres van bedoelde personen of firma's en de hen geleverde hoeveelheden. Werden er tijdens de bedoelde periode geen dergelijke leveringen verricht, dan moet er een nihilopgave opgemaakt worden;
  • op vraag alle documenten, bescheiden en andere stukken overleggen waaruit de juistheid van die aangifte en van hiervoor bedoelde opgave kan blijken.

Opgave bij vrijstelling van aanvullende bijzondere accijns

De depothouders en houders van een tankstation die vrijgesteld zijn van de betaling van de aanvullende bijzondere accijns moeten, uiterlijk op 15 november 2015, een opgave van hun plaatsen waar ze de diesel voorhanden houden, indienen bij de ambtenaar belast met het beheer van het hulpkantoor der accijnzen of der douane en accijnzen van het gebied waar deze plaatsen gevestigd zijn.

Bij deze opgave moeten ze een gedateerde en ondertekende verklaring van de verantwoordelijke persoon voegen, waarin op erewoord wordt verklaard dat de betrokken producten uitsluitend voor de eigen behoeften worden aangewend.

Betaling aanvullende bijzondere accijns

De verschuldigde aanvullende bijzondere accijns moeten uiterlijk de donderdag van de week die volgt op de week van de tariefverhoging van de bijzondere accijns, betaald worden op het ‘Enig kantoor der douane en accijnzen’. In de betalingsmededeling moet het volgende staan: "Cliquet gasolie + datum + naam van het hulpkantoor".

In werking

Het KB van 26 oktober 2015 en het MB van 27 oktober 2015 treden beide in werking op 1 november 2015.

Bron:Koninklijk besluit van 26 oktober 2015 tot uitvoering van artikel 420, § 3, 4° van de programmawet van 27 december 2004, BS 30 oktober 2015.Bron:Ministerieel besluit van 27 oktober 2015 tot uitvoering van het koninklijk besluit 26 oktober 2015 tot uitvoering van artikel 420, § 3, 4° van de programmawet van 27 december 2004, BS 30 oktober 2015.
Zie ook:– Koninklijk besluit van 26 oktober 2015 tot voorlopige wijziging van de programmawet van 27 december 2004, BS 30 oktober 2015. – Programmawet van 27 december 2004, BS 31 december 2014; err., BS 18 januari 2005 – art. 419, punt e), i), art. 419, f), i), art. 420, § 3 en art. 429, § 5– Algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen, BS 21 september 1977 - art. 13, § 1Koninklijk besluit van 26 oktober 2015 tot uitvoering van artikel 427 van de programmawet van 27 december 2004, BS 30 oktober 2015. – Ministerieel besluit van 27 oktober 2015 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 26 oktober 2015 tot uitvoering van artikel 427 van de programmawet van 27 december 2004, BS 30 oktober 2015. – Koninklijk besluit van 26 oktober 2015 tot uitvoering van artikel 420, § 3, 5° van de programmawet van 27 december 2004, BS 30 oktober 2015. – Ministerieel besluit van 27 oktober 2015 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 26 oktober 2015 tot uitvoering van artikel 420, § 3, 5° van de programmawet van 27 december 2004, BS 30 oktober 2015.

Christine Van Geel

Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 420, § 3, 4° van de programmawet van 27 december 2004

Afkondigingsdatum : 26/10/2015
Publicatiedatum : 30/10/2015

Gepubliceerd op 05-11-2015

  615