Nieuw Belgisch-Frans akkoord voor grensoverschrijdende politiesamenwerking in werking op 1 oktober

Op 1 oktober 2015 treedt het nieuwe akkoord tussen België en Frankrijk over de grensoverschrijdende samenwerking in politie- en douanezaken in werking. Die bevat tal van maatregelen om krachtdadiger te kunnen optreden tegen grenscriminaliteit. Niet alleen in de vorm van extra politiecapaciteit (ruimere bevoegdheden voor de gemengde patrouilles, meer detacheringen, uitgebreide grensoverschrijdende mobiliteit, enz.), maar ook door een betere gegevensuitwisseling, een ruimer territoriaal toepassingsgebied en een gecoördineerd gebruik van ANPR-camera’s.

De nieuwe overeenkomst werd ondertekend op 18 maart 2013, slechts enkele maanden na de start van de onderhandelingen in november 2012. Die dialoog kwam er naar aanleiding van de toenemende criminaliteit aan de Frans-Belgische grens begin 2012. De grensregio werd toen overspoeld door een golf van brutale overvallen, ramkraken, homejackings, enz. Het akkoord van Doornik van 5 maart 2001 volstond niet langer in de aanpak van het fenomeen. De nieuwe overeenkomst komt dan ook in de plaats van de oude regeling.

Ruimer toepassingsgebied

In tegenstelling tot het akkoord van 2001 dat enkel van toepassing was op de 4 provincies langs de grens met Frankrijk (West-Vlaanderen, Henegouwen, Namen en Luxemburg), geldt de nieuwe overeenkomst voor heel België. Alle vormen van samenwerking en bijstand die in de tekst voorzien zijn, kunnen dus in principe op het hele Belgische grondgebied plaatsvinden. Met die beperking dat het Centrum voor politie- en douanecentrum in Doornik alleen bevoegd blijft voor de 4 provincies langs de grens.

Ook wat Frankrijk betreft wordt het toepassingsgebied uitgebreid, zij het wat beperkter. Aan de 5 oude betrokken departementen Nord, Aisne, Ardennes, Meuse en Meurthe-et-Moselle worden er 4 toegevoegd: Marne, Pas-de-Calais, Moselle en Somme.

In ons land zorgen zowel de lokale als de federale politie en de Administratie der Douane en Accijnzen voor de uitvoering van de nieuwe bepalingen. Ieder van hen respecteert daarbij hun wettelijke en reglementaire bevoegdheden. Voor de douane gaat het in het bijzonder over sluikhandel is verdovende middelen en psychotrope stoffen, handel in wapens en explosieven en het illegaal vervoer van giftige en schadelijke afvalstoffen.

Voor Frankrijk zijn de Police nationale, de Gendarmerie nationale en de Douane aan zet.

Centra voor politie- en douanesamenwerking

De samenwerking tussen België en Frankrijk via het Gemeenschappelijk Centrum voor politie- en douanesamenwerking in Doornik wordt in de nieuwe overeenkomst bevestigd en versterk. Zo wordt onder meer in de mogelijkheid voorzien om een gemeenschappelijke databank op te richten waarin de door het centrum ingezamelde persoonsgegevens worden opgeslagen en verwerkt.

Frankrijk en België geven in de nieuwe tekst ook meer aandacht aan gegevensverzameling en -uitwisseling. Het wettelijk kader wordt versterkt om de gemeenschappelijke operationele analyse in onderzoeken en criminaliteitssectoren te optimaliseren.

Ook de bevoegdheden op vlak van de overname van onregelmatig verblijvende personen en grensoverschrijdende observaties en achtervolgingen komen in de overeenkomst aan bod.

Gemengde patrouilles

Gemengde patrouilles kunnen voortaan aan beide kanten van de grens actief zijn. Tijdens hun patrouille mogen ze de grens zo vaak als nodig kruisen. Met of zonder voertuig. Algemene regel daarbij is wel dat wanneer een patrouille met een Belgische en Franse ambtenaar zich op Belgisch grondgebied bevindt, de Belgische ambtenaar de operationele leiding heeft. En vice versa.

Alle ambtenaren die zich in het kader van een gemengde patrouille op het grondgebied van het andere land bevinden, mogen daar al hun bevoegdheden van openbaar gezag uitoefenen. Momenteel wordt een nieuw hoofdstuk in de Wet op het Politieambt voorbereid waarin de bevoegdheden van buitenlandse politieambtenaren die hier optreden in het kader van grensoverschrijdende politiesamenwerking op een expliciete manier worden omschreven.

Naast gemeenschappelijke patrouilles, gezamenlijke operaties, periodieke contacten, kunnen België en Frankrijk voortaan ook wederzijds verbindingsambtenaren detacheren.

Interventie in geval van nood

In geval van nood of ernstige ongevallen kan voortaan de patrouille die zich het dichtstbij bevindt, in afwachting van de komst van de eenheid die ter plaatse bevoegd is, optreden om de eerste hulp te verlenen en de site te beveiligen. Het land van herkomst van de patrouille speelt dus geen rol meer.

De overeenkomst bepaalt nu ook dat Belgische en Franse politie- en douaneambtenaren iemand die op heterdaad betrapt wordt mogen arresteren op het grondgebied van de andere partij. Zij het alleen wanneer het gaat om een misdrijf dat wordt bestraft met een vrijheidsbenemende straf.

Grensoverschrijdende mobiliteit

De overeenkomst bepaalt uitdrukkelijk dat de politie- en douanediensten in het kader van hun operationele opdrachten op het grondgebied van het andere land mogen rijden tot de eerste mogelijkheid zich aandient om rechtsomkeer te maken en naar het eigen land terug te keren. Die regel kan nuttig zijn bij arrestaties langs de autosnelweg in de buurt van de grens. De politieambtenaren die de arrestatie verricht hebben kunnen in dit geval hun traject op de autosnelweg van het andere land verder zetten en de eerstvolgende afrit terug naar eigen land nemen.

Franse politieambtenaren mogen tijdens de terugkeer dwang gebruiken of de personen en goederen weerhouden die onder hun hoe zijn geplaatst zonder dat daar een Belgische politieambtenaar moet bij zijn.

De politieambtenaren mogen ook het grondgebied van het andere land doorkruisen om zich naar een andere plaats op eigen grondgebied te begeven.

ANPR

België en Frankrijk engageren zich om hun ‘goede praktijken’ uit te wisselen over het gebruik van ANPR-camera’s en met betrekking tot de exploitatie van de gegevens die erdoor worden verzameld. Ze zullen ook overleggen over de uitbouw van dergelijke systemen in het grensgebied.

1 oktober

De nieuwe overeenkomst geldt vanaf 1 oktober 2015 en geldt voor onbepaalde duur.

Het akkoord kon pas in werking treden nadat België en Frankrijk formeel met de tekst hadden ingestemd, de nodige aanpassingen hadden gedaan in hun regelgeving en elkaar daarvan op de hoogte hadden gebracht. De Belgische instemming dateert van 22 mei 2014. De instemmingswet is op 29 september 2015 in het Staatsblad verschenen en treedt 10 dagen later in werking. De Franse procedure was al langer afgerond.

Concreet was de inwerkingtreding van de overeenkomst voorzien op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van ontvangst van de tweede kennisgeving, 1 oktober dus.

Bron:Wet van 22 mei 2014 houdende instemming met de overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende de grensoverschrijdende samenwerking in politie- en douanezaken, gedaan te Doornik, op 18 maart 2013, BS 29 september 2015.
Zie ook Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende de grensoverschrijdende samenwerking in politie- en douanezaken, gedaan te Doornik op 18 maart 2013, Parl. St. Kamer 2014, 53K3505/001.

Laure Lemmens

Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende de grensoverschrijdende samenwerking in politie- en douanezaken

Afkondigingsdatum : 18/03/2013
Publicatiedatum : 29/09/2015

Gepubliceerd op 29-09-2015

  159