Natuur en bos: private terreinbeheerders krijgen zelfde rechten (en plichten) als natuurverenigingen

Begin juli publiceerde de Vlaamse overheid een lijvig ‘decreet tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos’. Dat decreet is een beetje door de mazen van het net geglipt omwille van de vakantieperiode, maar is daarom niet minder belangrijk. Het nieuwe decreet laat de financiering van het natuurbeheer immers afhangen van het ambitieniveau van de beheerders en eigenaars. Die ambitie kan variëren van het loutere behoud van de bestaande natuurwaarden (type 1), tot absolute topnatuur (type 4). Private terreinbeheerders die aan natuurbeheer doen, krijgen daardoor dezelfde subsidies als de natuurverenigingen. Zij zullen dus ook aankoopsubsidies kunnen krijgen.

Het nieuwe decreet voert bovendien éénzelfde natuurbeheerplan in voor alle terreinen waarop aan natuur- of bosbeheer wordt gedaan. En het voegt de bestaande natuurreservaten, bosreservaten, domeinbossen en erkende parken samen tot één type ‘erkend natuurreservaat’.

De 3 functies van natuurbeheer

Natuurbeheer is volgens het nieuwe decreet in de eerste plaats een vorm van geïntegreerd beheer. Er moet rekening worden gehouden met 3 functies: met een ecologische functie (uiteraard), maar ook met een economische functie en een sociale functie. Het decreet beschrijft de 3 functies.

Zo bestaat de economische functie van een terrein dat beheerd wordt ten behoeve van natuurbehoud, “onder meer uit het optimaal benutten van ecosysteemdiensten, waaronder de duurzame productie van goederen of diensten, die binnen dit terrein gerealiseerd kunnen worden”.

De sociale functie van een terrein dat beheerd wordt ten behoeve natuurbehoud, heeft “onder meer betrekking op:

  • de natuurbeleving en -educatie;
  • de toegankelijkheid van het terrein met het oog op recreatie;
  • de rol van het terrein voor algemene landschapszorg en het beheer van onroerend erfgoed;
  • de rol van het terrein voor het wetenschappelijk onderzoek”.

Ook bossen hebben een vergelijkbare ‘economische’, ‘sociale (en educatieve)’, en ‘milieubeschermende’ en ‘ecologische’ functie, die vanaf nu ingevuld wordt zoals de economische, sociale en ecologische functie uit het Natuurdecreet.

Type 1, type 2, type 3 of type 4

Niemand kan gedwongen worden om zijn terrein te beheren in functie van natuur- of bosbehoud, maar wie daarvoor kiest, moet meteen ook een keuze maken tussen één van de 4 mogelijke ambitieniveaus op ecologisch vlak.

Bij een type 1-terrein is het streefdoel: het behouden van de aanwezige natuurkwaliteit.

Bij een type 2 is dat: het bereiken van een hogere natuurkwaliteit.De beheerder moet op minstens 1/4e van de oppervlakte, minstens één natuurstreefbeeld willen realiseren.Hij kan voor bepaalde delen van het terrein de klemtoon leggen op het realiseren van één bepaalde functie (meestal een economische), op voorwaarde dat de andere functies voldoende aan bod komen op de andere delen van het terrein.

Een type 3 heeft tot doel: het bereiken van de hoogste natuurkwaliteit.De beheerder moet over de volledige oppervlakte van het terrein minstens één natuurstreefbeeld willen realiseren. Maar als hij dat kan motiveren, is een realisatie op 10% van de totale oppervlakte ook goed genoeg… De beheerder mag streven naar de realisatie van de sociale en economische functie, op voorwaarde dat die functies de realisatie van de ecologische functie en van de natuurstreefbeelden niet bemoeilijkt of verhindert.

Onder type 4 vallen de erkende natuurreservaten. Eigenlijk is dit een type 3 met een bijkomende erkenning als natuurreservaat.

Welke natuurstreefbeelden?

De Vlaamse regering zal nog een lijst opstellen met de natuurstreefbeelden die in aanmerking komen voor de types 2 tot en met 4.

Ze zal ook criteria uitwerken waaraan het beheer van elk type natuur- en bosterrein moet voldoen.

Vier types met éénzelfde natuurbeheerplan

De beheerder van een terrein ten behoeve van natuur- of bosbeheer stelt voor zijn terrein een natuurbeheerplan op. Voor elk type wordt eenzelfde model gebruikt. Het bevat:

  • een beschrijving van de bestaande toestand;
  • een globaal kader voor de ecologische, economische en sociale functies van het terrein;
  • de beheerdoelstellingen, namelijk de keuze voor een type 1, 2, 3 of 4 op ecologisch vlak;
  • de beheermaatregelen die genomen zullen worden om de beheerdoelstellingen te bereiken; en
  • de wijze waarop de realisatie van de beheermaatregelen zal worden opgevolgd en geëvalueerd.

Het natuurbeheerplan wordt opgemaakt door de private of publieke beheerder(s) of door een groep van beheerders (bv. een bosgroep), met instemming van de eigenaars. Als een terrein beheerd wordt door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), zal het agentschap het natuurbeheerplan opstellen. Het decreet specificeert niet of ook daar de instemming van de eigenaars nodig is.

Het natuurbeheerplan moet goedgekeurd worden door het ANB.Het wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Een goedgekeurd natuurbeheerplan blijft 24 jaar geldig! Tenzij bij de goedkeuring een andere termijn werd afgesproken. Het natuurbeheerplan is bindend voor alle opeenvolgende beheerders.

Een goedgekeurd natuurbeheerplan voor een type 2, type 3 of type 4 opent een recht op financiële steun van het Vlaamse Gewest.

Bij het verstrijken van een natuurbeheerplan dat leidde tot een hogere natuurkwaliteit, moeten de beheerders (minstens) dat hogere niveau aanhouden (standstill-beginsel).

De huidige natuur- en bosbeheerplannen worden binnen de 6 jaar herbekeken en eventueel aangepast. Die evaluatie moet binnen de 4 jaar plaatsvinden als het gaat om een terrein dat een bijdrage kan leveren aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen.

Geen conflicten

De beheerdoelstellingen en beheermaatregelen van een natuurbeheerplan mogen nooit strijdig zijn met:

  • de gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen of de instandhoudingsdoelstellingen voor de speciale beschermingszones (SBZ) in uitvoering van de Europese Habitat- of Vogelrichtlijn;
  • de soortenbeschermingsprogramma’s;
  • de (oude) natuurrichtplannen;
  • de managementplannen voor de SBZ’s; of
  • het globale managementplan Natura 2000.

De natuurbeheerplannen worden maximaal afgestemd op het managementplan Natura 2000, als het gaat om:

  • een terrein dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen een SBZ-zoekzone; én
  • het terrein zelf:
    • een natuurdomein is (beheerd door het ANB),
    • een openbaar terrein (in eigendom of mede-eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon), of
    • een terrein dat werd aangekocht of verworven met financiële steun van de overheid.

Geïntegreerd beheerplan

Als de beheerder naast het natuurbeheerplan, ook een beheerplan moet opstellen in uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet, volstaat één geïntegreerd beheerplan.

De Vlaamse regering zal dit nog verder uitwerken.

Minstens type 2

In principe ligt de keuze voor een bepaald type bij de beheerders en eigenaars, maar bepaalde terreinen moeten minstens aan een type 2 voldoen. Namelijk:

  • private terreinen met natuurbeheerplan die geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in een gebied dat tot het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) behoort;
  • private terreinen met natuurbeheerplan die geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in een vogelrichtlijn- of habitatgebied (SBZ). Ook als die SBZ deel uitmaakt van een ander gewest of een andere lidstaat;
  • natuurdomeinen met natuurbeheerplan. Dat zijn terreinen die beheerd worden door het ANB; en
  • openbare terreinen met natuurbeheerplan. Dat zijn terreinen waarvan een publiekrechtelijke rechtspersoon, eigenaar of mede-eigenaar is.

Voor terreinen die gelegen zijn in een SBZ-zoekzone moet er gestreefd worden naar een type 3 of type 4. Een zoekzone is een afgebakende zone waarbinnen men de instandhoudingsdoelstellingen voor een Europees beschermde soort of habitat probeert te realiseren.

Voor alle andere terreinen kan de beheerder vrij kiezen uit de 4 types. Een type 3 of type 4 is echter alleen relevant als het terrein – eventueel samen met de omliggende terreinen – een voldoende grote omvang heeft om op duurzame wijze de aanwezige of te ontwikkelen natuurstreefwaarden in stand te houden.

Sancties

Als de beheerder het natuurbeheerplan niet correct uitvoert, zijn diverse sancties mogelijk. Zo kan het Agentschap voor Natuur en Bos het beheer van het terrein overnemen, en de Vlaamse regering kan de subsidies terugvorderen. De sancties, mogelijkheden tot beroep, en procedures worden verder toegelicht in het decreet.

Meldplicht voor de notaris

De notaris die een akte van verkoop opmaakt, van verhuring voor meer dan 9 jaar, van inbreng in een vennootschap, of van vestiging of overdracht van een recht van vruchtgebruik, erfpacht, opstal of een andere akte van eigendomsoverdracht ten bezwarende titel (m.u.v. een huwelijkscontract) meldt in de akte dat voor het terrein in kwestie een goedgekeurd natuurbeheerplan bestaat.

Hij moet de datum vermelden waarop het natuurbeheerplan werd goedgekeurd, de duur waarvoor het plan werd aangegaan, en de verplichtingen die het plan meebrengt voor de verwerver van het onroerend goed. Als het betrokken terrein een erkend natuurreservaat is, moet de notaris in de akte ook melding maken van het bestaan van een erfdienstbaarheid van algemeen nut.

Erkend natuurreservaat

Natuur- en bosgebieden kunnen erkend worden als ‘natuurreservaat’ als ze aan de volgende voorwaarden voldoen:

  1. Het terrein voldoet aan het toetsingskader voor de Vlaamse natuurreservaten. Het kan zich zo ontwikkelen dat het een belangrijke bijdrage kan leveren op één van de volgende vlakken:
    • habitats, populaties van inheemse dier- en plantensoorten, en ecosystemen (een ecosysteem is een geheel van biotische en abiotische elementen die het samenleven van levende organismen in een bepaald gebied kenmerken);
    • mozaïeklandschappen en onbeheerde climaxvegetaties, waarbij natuurlijke processen een sturende rol kunnen spelen; of
    • natuurlijk milieu met hoge natuurkwaliteit en hoge biodiversiteit; en
  2. De schaal van het terrein is voldoende ruim voor het duurzaam voeren van een gepast natuurbeheer voor de realisatie van de beoogde natuurstreefbeelden en voor de instandhouding van populaties of deelpopulaties van de soorten die kenmerkend zijn voor de beoogde natuurstreefbeelden.

Het toetsingskader moet nog uitgewerkt worden door de Vlaamse regering.

Voor sommige gebieden gelden er aparte erkenningscriteria. Namelijk voor:

  1. agrarische gebieden;
  2. landschappelijk waardevolle agrarische gebieden;
  3. valleigebieden;
  4. brongebieden;
  5. agrarische gebieden met ecologisch belang; en
  6. agrarische gebieden met bijzondere waarde.

De aanvraag tot erkenning wordt ingediend door de beheerder(s), met instemming van de eigenaar(s). Het ANB verleent advies en de Vlaamse regering beslist. De erkenning als natuurreservaat wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Staatsblad.

De Vlaamse regering zal nog regels vastleggen voor de procedure tot erkenning, tot wijziging, en tot opheffing van de erkenning als natuurreservaat.

De huidige natuur- en bosreservaten worden automatisch erkend als ‘natuurreservaat’ volgens de nieuwe regels. Alle uitbreidingszones voor natuurreservaten die gelegen zijn buiten een SBZ, worden binnen de 3 jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe decretale bepalingen herbekeken.

Natuurreservaat met erfdienstbaarheid

De erkenning als natuurreservaat vestigt een erfdienstbaarheid tot algemeen nut op het terrein. Meer bepaald: “een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van duurzaam gebruik en langdurig beheer van het terrein als natuurreservaat”.

Zelfde budget voor meer gegadigden

Om de ontwikkeling en de uitvoering van het natuurbeheer te bevorderen, kan de regering subsidies toekennen voor:

  • het opmaken van een natuurbeheerplan voor een terrein van type 2, 3 of 4;
  • het uitvoeren van beheer- en inrichtingsmaatregelen voor de realisatie van een natuurstreefbeeld, en het opvolgen van de beheerdoelstellingen;
  • de aankoop of het op een andere manier verwerven van een zakelijk of persoonlijk recht op terreinen met de bedoeling ze te laten erkennen als natuurreservaat; en
  • de openstelling van een terrein met een goedgekeurd natuurbeheerplan, de aanleg van de infrastructuurwerken om deze openstelling mogelijk te maken, en het uitbouwen van een onthaal voor de bezoekers van een erkend natuurreservaat.

De Vlaamse regering zal nog bepalen hoe de subsidies worden berekend, hoe ze aangevraagd kunnen worden, enz. De regering bepaalt ook welk deel van het aankoopbudget zal worden voorbehouden voor grondaankopen in functie van de instandhoudingsdoelstellingen.

Aangezien de private terreinbeheerders nu ook recht hebben op subsidies voor natuuraankopen, moet het budget over meer kandidaten verdeeld worden.

Van natuurbeheer naar instandhoudingsbeleid

Het instandhoudingsbeleid gaat nog een stapje verder dan het zuivere natuurbeheer. Het omvat:

  • op het niveau van het Vlaamse Gewest: de realisatie van het Vlaamse Natura 2000-programma;
  • op het niveau van de speciale beschermingszones (SBZ) in uitvoering van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen: de realisatie van de managementplannen Natura 2000. Die managementplannen zullen geleidelijk aan in de plaats komen van de huidige natuurrichtplannen;
  • op het niveau van de leefgebieden van de Europees te beschermen soorten: de realisatie van de soortenbeschermingsprogramma’s;
  • buiten de speciale beschermingszones: de realisatie van managementplannen.

Het decreet beschrijft wie, welk type van managementplan moet opstellen en hoe dat moet gebeuren. De details worden overgelaten aan de Vlaamse regering. De meeste managementplannen worden aangegaan voor 6 jaar en hebben een “tijdshorizon tot 2050” of “tot uiterlijk 2050”. Het decreet beschrijft ook hoe de managementplannen via monitoringprogramma’s opgevolgd en geëvalueerd zullen worden.

Al wie een zakelijk of persoonlijk recht heeft verworven op een terrein met natuurbeheer na financiële tussenkomst van de overheid, heeft “een centrale rol bij de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen”. Wat dat precies inhoudt, moet nog bepaald worden door de Vlaamse regering.

Binnen een SBZ zijn de instandhoudingsdoelstellingen in elk geval bindend voor de administratieve overheden en voor al wie financiële steun kreeg van de overheid voor een terrein van type 3 of type 4.

Regionale landschappen en bosgroepen

Het nieuwe decreet geeft een decretale basis aan de overdracht van de regionale landschappen aan de provincies. Een regionaal landschap is een duurzaam samenwerkingsverband tussen maatschappelijke en bestuurlijke actoren en heeft de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk (vzw). Een regionaal landschap bevordert in hoofdzaak het streekeigen karakter, de natuurrecreatie, het recreatief medegebruik, de natuureducatie, en het draagvlak voor natuur en beheer. Het stimuleert en coördineert ook het beheer, het herstel, de aanleg en de ontwikkeling van kleine landschapselementen.

Idem voor de bosgroepen. Ook zij gaan over naar de provincies. Juridisch gezien, worden zij overgeheveld van het Bosdecreet, naar het Natuurdecreet. Het is overigens niet de enige bepaling uit het Bosdecreet die wordt ondergebracht in het altijd maar dikker wordende Natuurdecreet… Een bosgroep is een duurzaam samenwerkingsverband tussen terreinbeheerders en heeft de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk. Een bosgroep responsabiliseert en stimuleert in hoofdzaak de beheerders van terreinen, met het oog op het duurzaam invullen van de ecologische, economische of sociale functie, via geïntegreerd beheer. De bosgroep beoogt ook het coördineren van beheeractiviteiten, een basisdienstverlening ten aanzien van het beheer, en de opmaak van gezamenlijke beheerplannen.

De provincies zijn dus vanaf nu bevoegd voor de erkenning, subsidiëring en opvolging van de regionale landschappen en bosgroepen. Het decreet voegt er nog fijntjes aan toe dat de provincies “naast financiële middelen”, “ook infrastructuur en personeel ter beschikking [kunnen] stellen”…

In tegenstelling tot de andere bepalingen van het nieuwe decreet, kregen deze bepalingen uitwerking vanaf 17 juli.

Boscompensatie in natura

Net als de overdracht van de regionale landschappen en bosgroepen naar de provincies, hebben de nieuwe voorschriften op de boscompensatie maar weinig te maken met de indeling van terreinen voor natuur- en bosbeheer, en de invoering van een eenvormig natuurbeheerplan. Want waarover gaat het?

Het kappen van bomen in bossen moet nu al gecompenseerd worden. Boscompensatie is mogelijk in natura – dus door het aanplanten van nieuwe bomen op een andere plaats —, door storting van een bosbehoudbijdrage in het Boscompensatiefonds, of door een combinatie van beide maatregelen. In de praktijk blijkt echter dat de bouwheren wel een bijdrage in het fonds storten, maar dat er maar zelden nieuwe bomen worden aangeplant, waardoor het bosareaal afneemt.

Om die trend tegen te gaan, bepaalt het nieuwe decreet dat bij ontbossingen van meer dan 3 hectare, de compensatie vanaf nu volledig in natura moet gebeuren.

Bij bossen die een bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, bedraagt de compensatie vanaf nu zelfs een drievoud van de ontboste oppervlakte.

De Vlaamse regering zal dit nog verder verfijnen. Zij zal een vorm van differentiatie mogelijk kunnen maken en zal een lijst opstellen van de bostypes die een bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen.

Ook deze maatregel is ingegaan op 17 juli 2014.

Historisch permanente graslanden

Nog zo’n buitenbeentje is de bescherming van de historisch permanente graslanden (HPG’s). Historisch permanent grasland bestaat volgens het Natuurdecreet uit: “een halfnatuurlijke vegetatie bestaande uit grasland gekenmerkt door het langdurige grondgebruik als graasweide, hooiland of wisselweide met ofwel cultuurhistorische waarde, ofwel een soortenrijke vegetatie van kruiden en grassoorten waarbij het milieu wordt gekenmerkt door aanwezigheid van sloten, greppels, poelen, uitgesproken microreliëf, bronnen of kwelzones”.

De meeste HPG’s liggen in de kustpolders en het Meetjesland. Hun areaal neemt zienderogen af. Zodra zij één keertje omgeploegd werden, is hun unieke natuurwaarde verdwenen. Maar voor een landbouwer is het ook niet altijd duidelijk wat nu precies een historisch permanent grasland is, en wat ‘gewoon’ grasland is. Vandaar dat het nieuwe decreet bepaalt dat de Vlaamse regering een voorlopige kaart moet opstellen waarop alle HPG’s worden aangeduid. Die kaart zal in openbaar onderzoek gaan. Waarna de Vlaamse regering de kaart met de HPG’s definitief zal vastleggen.

In de praktijk heeft het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek (INBO) al een voorlopige kaart van de resterende HPG’s opgesteld. Het is nu wachten op het openbaar onderzoek….

Voorkooprecht

Het decreet sleutelt aan het voorkooprecht van de Vlaamse Grondenbank in de speciale beschermingszones, en voert een recht van voorkoop in op terreinen die het ANB in beheer heeft genomen. De Vlaamse Grondenbank heeft vanaf nu een recht van voorkoop bij de verkoop van onroerende goederen:

  • in het VEN (tenzij de goederen uitgesloten worden door de Vlaamse Regering);
  • in de groen- en bosgebieden en de bosuitbreidingsgebieden, en de met deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, gelegen binnen de speciale beschermingszones. De bepaling dat de Vlaamse Grondenbank ook een recht van voorkoop had in natuurreservaten en hun uitbreidingszones wordt geschrapt;
  • in een door de Vlaamse regering afgebakende perimeter binnen de groen- en bosgebieden en bosuitbreidingsgebieden, en de met deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden, gelegen in het IVON;
  • in het gebied dat werd afgebakend voor een natuurinrichtingsproject;
  • op de terreinen waarvan het Agentschap voor Natuur en Bos het beheer heeft overgenomen omdat het natuurbeheerplan er niet correct werd uitgevoerd; en
  • in de zoekzones, ongeacht hun planologische bestemming. Zodra er een zoekzone wordt afgebakend binnen een SBZ, wordt het voorkooprecht dat binnen het SBZ bestond, (overeenkomstig puntje 2) opgeheven, althans buiten de zoekzone.

De erkende terreinbeherende verenigingen (lees: natuurverenigingen) hebben eveneens een voorkooprecht, maar ook zij verliezen in principe hun recht van voorkoop in de natuurreservaten en hun uitbreidingszones.

In de slotbepalingen van het nieuwe decreet lezen we echter dat het recht van voorkoop in natuurreservaten en hun uitbreidingszones blijft bestaan voor zover het gaat om natuurreservaten en uitbreidingszones die volledig buiten een SBZ gelegen zijn.

Verlenging van milieuvergunning voor stikstofdepositie in SBZ

Milieuvergunningen worden voorlopig nog toegekend voor een termijn van ten hoogste 20 jaar. Als de vergunninghouder tijdig een verlenging van zijn vergunning heeft aangevraagd – dat is tussen de 18e en de 12e maand voor het verstrijken van zijn lopende vergunning, dan is er geen probleem. Maar waar dat niet het geval is, zullen de milieuvergunningen voor de depositie van stikstof in een speciale beschermingszone, die vóór 1 januari 2019 vervallen, van rechtswege verlengd worden tot uiterlijk 31 december 2016.

De vergunninghouder moet dan uiterlijk 4 maanden voor het verstrijken van die verlengde termijn, een verzoek indienen tot verlenging van zijn vergunning tot 1 januari 2019. De administratie kan die verlenging in principe niet weigeren, tenzij de administratie die bevoegd is voor het natuurbehoud, daar anders over oordeelt, omwille van het grote aandeel van de betrokken inrichting heeft in de deposities in een SBZ-habitat, een doelhabitat of een zoekzone.

De vergunninghouder kan ook tussen de 18e en de 12e maand voor het verstrijken van de verlengde termijn, een hernieuwingsaanvraag indienen.

Omgevingsvergunningsdecreet al gewijzigd nog voor het werd gepubliceerd

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning werd nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, maar het werd op 7 juli 2014 al wel gewijzigd en aangevuld door het ‘decreet tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos’. Deze aanpassingen treden in werking op 17 juli 2014!

Het wijzigingsdecreet neemt namelijk de hiervoor vermelde voorschriften inzake de verlenging van de milieuvergunningen van inrichtingen met een vergunning voor de depositie van stikstof in speciale beschermingszones, over in het nieuwe Omgevingsvergunningsdecreet.

Met dien verstande dat de vergunninghouder onder het nieuwe Omgevingsvergunningsdecreet ten laatste de 12e maand vóór het verstrijken van zijn vergunning een verzoek kan indienen tot omzetting van zijn vergunning van bepaalde duur in een vergunning van onbepaalde duur.

Erkende terreinbeherende verenigingen

Het nieuwe decreet heft tot slot nog de bepalingen op waarbij aan de Vlaamse regering de bevoegdheid werd gegeven om de erkenning en subsidiëring van de terreinbeherende verenigingen te regelen. Immers, de subsidies voor natuurbeheer worden voortaan losgekoppeld van het statuut van de beheerder, en worden alleen nog toegekend op basis van het type terrein. De erkenning heeft dus geen zin meer.

De huidige erkende terreinbeherende verenigingen behouden hun erkenning echter tot die expliciet wordt opgeheven (en dus zeker tot aan de inwerkingtreding van de nieuwe regels).

Wachten op het uitvoeringsbesluit

De Vlaamse regering zal nog een datum van inwerkingtreding vastleggen voor elke bepaling van het nieuwe decreet.

Een aantal artikels zijn echter al 10 dagen na publicatie in werking getreden. Op 17 juli 2014. Dat is met name het geval voor de bepalingen inzake:

  • het instandhoudingsbeleid, het Vlaams Natura 2000-programma, de managementplannen Natura 2000 (ter vervanging van de natuurrichtplannen) en de monitoringprogramma’s;
  • de overdracht van de regionale landschappen en bosgroepen naar de provincies;
  • het voorkooprecht;
  • de invoering van een verplichte boscompensatie in natura;
  • de wijzigingen aan het Omgevingsvergunningsdecreet; en
  • enkele kleine correcties aan de huidige versies van het Natuur en het Bosdecreet.

Bron:Decreet van 9 mei 2014 tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos, BS 7 juli 2014.
Zie ook:
  • Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (Natuurdecreet).
  • Bosdecreet van 13 juni 1990, BS 28 september 1990.

Carine Govaert

Decreet tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos

Afkondigingsdatum : 09/05/2014
Publicatiedatum : 07/07/2014

Gepubliceerd op 07-08-2014

  630