Nationale Bank stelt statistieken op inzake procedure bij buitensporige tekorten

Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) zal voortaan ook economische vooruitzichten opstellen voor de meerjarige begrotingskaders van de verschillende overheden van ons land. Daarnaast moet het NIR de ‘statistieken inzake de procedure bij buitensporige tekorten’ opstellen. Deze laatste taak vertrouwt ze toe aan de Nationale Bank van België (NBB).

Economische vooruitzichten

Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) moet voortaan ook economische vooruitzichten opstellen voor de meerjarige begrotingskaders van de verschillende overheden van ons land. Het INR stelde al de economische vooruitzichten op voor de ‘economische begroting’.

Bij de bekendmaking van deze economische vooruitzichten voor de meerjarige begrotingskaders van de verschillende overheden moet het INR een gevoeligheidsanalyse en een vergelijking met de vooruitzichten van de Europese Commissie, en zo nodig ook van andere onafhankelijke instellingen, voegen.

Om de 3 jaar moet het INR deze vooruitzichten laten evalueren door een wetenschappelijk Comité dat voor een deel bestaat uit leden extern aan het INR. Het resultaat van de evaluatie wordt bekendgemaakt en geïntegreerd in de daaropvolgende macro-economische vooruitzichten. Indien uit deze evaluatie een betekenisvolle afwijking blijkt over een periode van minstens 4 opeenvolgende jaren, dan worden de nodige maatregelen genomen en openbaar gemaakt.

In de praktijk stelt het Planbureau de economische vooruitzichten op voor het INR.

Statistieken inzake procedure bij buitensporige tekorten

Volgens het ‘Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie’ moeten de lidstaten buitensporige tekorten vermijden. De Europese Commissie ziet toe op de ontwikkeling van de begrotingssituatie en de omvang van de overheidsschuld in de lidstaten. Om haar toezichtstaak naar behoren te kunnen uitoefenen, moet zij de nodige statistische gegevens ontvangen.

Het Instituut voor de Nationale Rekeningen wordt nu officieel belast met het opstellen van de statistieken inzake de procedure bij buitensporige tekorten (PBT-statistieken). Het INR vertrouwt deze taak echter toe aan de Nationale Bank van België. De NBB baseert zich daarbij zowel op gegevens verzameld door het Nationaal Instituut voor de Statistiek en opgesteld door het INR, als op gegevens die de rapporteringsplichtige entiteiten rechtstreeks aan het INR overmaken.

Als gevolg van de financiële crisis heeft de Europa extra maatregelen genomen ter versterking van de begrotingsdicipline van de lidstaten en van het toezicht daarop. Daardoor is het aantal verrichtingen bij het opstellen van de PBT-statistieken toegenomen. Daarom zal de Staat de NBB voortaan jaarlijks en vooraf vergoeden voor de kosten die ze maakt voor het opstellen van de PBT-statistieken. De Staat en de NBB leggen gezamenlijk het bedrag van de vergoeding en de modaliteiten van de betaling vast.

In werking

De wet van 28 februari 2014 treedt in werking op 14 april 2014, tien dagen naar haar publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Wet van 28 februari 2014 tot wijziging, wat het Instituut voor de nationale rekeningen betreft, van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, BS 4 april 2014.
Zie ook:Wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, BS 23 december 1994 – art. 108, art. 109 en art. 118

Christine Van Geel

Wet tot wijziging, wat het Instituut voor de nationale rekeningen betreft, van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen

Afkondigingsdatum : 28/02/2014
Publicatiedatum : 04/04/2014

Gepubliceerd op 10-04-2014

  100