Nachtelijke huiszoekingen en arrestaties: COL 02/2020 belicht wat mag en wat niet sinds wetswijzigingen

Omzendbrief nr. COL 2/2020 De vrijheidsbeneming, de mogelijkheden tot het betreden van de woning ter aanhouding van een verdachte, inverdenkinggestelde of veroordeelde persoon en de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijheidsbeneming mag worden verricht

Vóór de aanslagen in ons land was het duidelijk: nachtelijke huiszoekingen en arrestaties in private ruimten zijn verboden, tenzij bij heterdaad. Maar 2016 was een kanteljaar met tal van wetswijzigingen in strijd tegen terreur. De mogelijkheden voor huiszoekingen en arrestaties tussen 21 uur ‘s avonds en 5 uur ‘s morgens werden drastisch uitgebreid. Zodanig dat nadere toelichting zich opdrong. Het College van Procureurs-generaal geeft in COL 02/2020 een overzicht van alle do’s and don’ts. De tekst vervangt de vorige omzendbrief over de materie, COL 11/2011.

In dit artikel vindt u een kort overzicht van de situaties waarin een nachtelijke huiszoeking en vrijheidsbeneming is toegelaten.

In welke gevallen mag huiszoeking ’s nachts?

Huiszoekingen en opsporingen in ‘voor het publiek niet toegankelijke plaatsen’ tussen 9 uur 's avonds en 5 uur ’s ochtends zijn verboden, tenzij
  • een bijzondere wetsbepaling de opsporing of huiszoeking ’s nachts toelaat;
  • bij heterdaad (een magistraat of officier van gerechtelijke politie stelt de misdaad of het wanbedrijf ter plaatste vast);
  • in geval van verzoek of toestemming (schriftelijk en voorafgaand de opsporing of huiszoeking) van diegene die het werkelijk genot heeft van de plaats of de procureur des Konings die verzocht wordt om het misdrijf vast te stellen door het hoofd van dat huis of het slachtoffer van het strafbaar feit (art. 398 tot 405 van het Strafwetboek – en de vermoedelijke dader is de echtgenoot of partner van het slachtoffer);
  • in geval van oproep vanuit die plaats;
  • in geval van brand of overstroming;
  • de opsporing ten huize of de huiszoeking betrekking heeft op een terroristisch misdrijf bedoeld in Boek II, titel Iter van het Strafwetboek of Boek II, Titel VI, Hoofdstuk I van het Strafwetboek (misdaden tegen de openbare veiligheid / aanslagen op personen of eigendommen en criminele organisatie) wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat er vuurwapens, explosieven, kernwapens, biologische of chemische wapens of schadelijke of gevaarlijke stoffen waardoor bij ontsnapping mensenlevens in gevaar kunnen worden gebracht, kunnen worden aangetroffen.

In welke gevallen mag arrestatie ’s nachts?

Vrijheidsbeneming ten gevolge van een bevel tot medebrenging, vrijheidsbeneming, vrijheidsbeneming bij verstek of onmiddellijke vrijheidsbeneming in de zin van de Wet op de Voorlopige Hechtenis van 20 juli 1990 is verboden tussen 9 uur 's avonds en 5 uur ’s ochtends in een ‘voor het publiek niet toegankelijke plaats’. Hetzelfde geldt voor een vrijheidsbeneming op Belgisch grondgebied op basis van de Wet op het Europees Aanhoudingsbevel van 19 december 2003 of op basis van een regel van internationaal verdrags- of gewoonterecht waardoor België gebonden is.

Dat verbod geldt niet
  • wanneer een bijzondere wetsbepaling de vrijheidsbeneming ’s nachts toelaat;
  • bij heterdaad (een magistraat of officier van gerechtelijke politie stelt de misdaad of het wanbedrijf ter plaatse vast);
  • in geval van verzoek of toestemming (schriftelijk en voorafgaand) van diegene die het werkelijk genot heeft van de plaats of de procureur des Konings die verzocht wordt om het misdrijf vast te stellen door het hoofd van dat huis of het slachtoffer van het strafbaar feit (art. 398 tot 405 van het Strafwetboek – en de vermoedelijke dader is de echtgenoot of partner van het slachtoffer);
  • in geval van oproep vanuit die plaats;
  • wanneer de vrijheidsbeneming betrekking heeft op een terroristisch misdrijf bedoeld in Boek II, titel Iter van het Strafwetboek of Boek II, Titel VI, Hoofdstuk I van het Strafwetboek (misdaden tegen de openbare veiligheid / aanslagen op personen of eigendommen en criminele organisatie) wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat er vuurwapens, explosieven, kernwapens, biologische of chemische wapens of schadelijk of gevaarlijke stoffen waardoor bij ontsnapping mensenlevens in gevaar kunnen worden gebracht, kunnen worden aangetroffen.

In welke gevallen is nachtelijk binnendringen in woning altijd toegelaten?

Een woning binnendringen tussen 9 uur ‘s avonds en 5 uur ‘s morgens is altijd toegelaten
  • als er sprake is van een veroordeling wegens een terroristisch misdrijf (Boek II, titel Iter van het Strafwetboek of Boek II, Titel VI, Hoofdstuk I van het Strafwetboek (misdaden tegen de openbare veiligheid / aanslagen op personen of eigendommen en criminele organisatie) wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat er vuurwapens, explosieven, kernwapens, biologische of chemische wapens of schadelijk of gevaarlijke stoffen waardoor bij ontsnapping mensenlevens in gevaar kunnen worden gebracht, kunnen worden aangetroffen;
  • wanneer er ernstige aanwijzingen zijn van mogelijk gewelddadig of gewapend verzet in hoofde van de voor strafuitvoering gezochte persoon of zijn entourage, en er geen andere mogelijkheid is om de straf te kunnen uitvoeren.

Let wel: als het nodig is om ‘s nachts een woning te betreden moet er altijd vooraf overlegd worden met de procureur des Konings.

Bron: Omzendbrief nr. COL 2/2020 De vrijheidsbeneming, de mogelijkheden tot het betreden van de woning ter aanhouding van een verdachte, inverdenkinggestelde of veroordeelde persoon en de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijheidsbeneming mag worden verricht, FOD Justitie 23 januari 2020.
Zie ook
Wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie en van het Sociaal Strafwetboek, BS 24 mei 2019.
Wet van 27 april 2016 inzake aanvullende maatregelen ter bestrijding van terrorisme, BS 9 mei 2016.
Wet van 31 oktober 2017 tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, de wet van 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of aanhouding mag worden verricht, de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt en de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, BS 17 november 2017.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  785