Misbruik van beroepsprocedures in asielwetgeving harder aangepakt

Wet tot wijziging van artikel 39/73-1 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen

Misbruik van de beroepsprocedures in de asielwetgeving; het blijft een groot probleem. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) ontvangt nog ieder jaar een pak ‘kennelijk onrechtmatige beroepen’. En hoewel de Vreemdelingenwet de Raad toelaat om een geldboete op te leggen bij misbruik, wordt de procedure amper toegepast (slechts 20 arresten waarin een geldboete werd opgelegd sinds 2011) wegens te ingewikkeld, te tijdrovend en te kostelijk. De wetgever komt daarom met een aantal maatregelen die de procedure moeten vereenvoudigen en optimaliseren, zonder te raken aan de rechten van de verdediging.
 
 

Geen aparte terechtzitting meer

De RvV moet geen aparte terechtzitting meer organiseren om ‘het kennelijk onrechtmatig karakter van het beroep’ te bespreken en een beslissing te nemen over het al dan niet opleggen van een geldboete. Dit debat zal voortaan gewoon kunnen worden gevoerd tijdens de terechtzitting van het beroep. Logischerwijs zal hiervan vooraf melding worden gemaakt in de kennisgeving van de beschikking tot vaststelling van de rechtsdag.

Rechter bepaalt boete

De wet bepaalt voortaan uitdrukkelijk dat de rechter beslist hoeveel de boete bedraagt. Al is de boetevork wel wettelijk vastgelegd (vroeger bij KB). Voortaan kan de rechter van de RvV een boete opleggen tussen 125 en 2.500 euro op basis van de financiële mogelijkheden van de verzoekende partij, de aard van de vastgestelde onregelmatigheid en de impact die het onrechtmatige beroep kon hebben gehad. De bedragen worden vanaf 2018 jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex.
De inning van de boeten moet nog geconcretiseerd worden in een besluit.

Communicatie afschrift

Het arrest waarin het kennelijk onrechtmatig karakter van het beroep wordt vastgesteld en een eventuele geldboete wordt opgelegd, moet, in het geval de verzoekende partij werd bijgestaan door een advocaat, ook ter kennis worden gebracht van de bevoegde stafhouder en de voorzitter van het bureau voor juridische bijstand. Iets wat in de praktijk al langer gebeurt, maar nu wettelijk wordt neergeschreven.
De vaststelling dat een beroep kennelijk onrechtmatig is, kan immers ook gevolgen hebben voor de advocaat van de verzoekende partij. Die zal geen aanspraak meer kunnen maken op de toekenning van een vergoeding in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand. Bovendien kunnen de vaststellingen die de RvV heeft gedaan ook een reden vormen om een tuchtprocedure op te starten.

16 november 2017

De wet van 19 september 2017 treedt in werking op 16 november, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen zijn van toepassing op de beroepen die vanaf dan worden ingediend bij de RvV.
Bron: Wet van 19 september 2017 tot wijziging van artikel 39/73-1 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, BS 6 november 2017.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  189