Minimumaccijns op sigaretten en tabak verhoogd (art. 110 PW)

De programmawet van 1 juli 2016 verhoogt de minimumaccijns op sigaretten en op tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak. Hiertoe wijzigt ze de wet van 3 april 1997 ‘betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak’. De verhoging van de minimumaccijns is van toepassing sinds 1 juli 2016.

Soorten accijnzen

België kent verschillende soorten accijnzen op tabaksproducten: enerzijds ad valorem accijnzen en ad valorem bijzondere accijnzen die worden berekend in de vorm van een percentage van de kleinhandelsprijs en anderzijds specifieke accijnzen en specifieke bijzondere accijnzen die worden berekend volgens het gewicht of het aantal rookwaren.

Ad valorem accijns en ad valorem bijzondere accijns

Op de in België in verbruik gestelde tabaksfabricaten worden er een ad valorem accijns en een ad valorem bijzondere accijns geheven (art. 3, § 1 van de wet van 3 april 1997).

Deze zijn als volgt vastgesteld:

  • voor sigaretten:
    • accijns: 45,84% van de kleinhandelsprijs,
    • bijzondere accijns: 0% van de kleinhandelsprijs;
  • voor rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak:
    • accijns: 31,50% van de kleinhandelsprijs,
    • bijzondere accijns: 0% van de kleinhandelsprijs.

Specifieke accijns en specifieke bijzondere accijns

Naast deze ad valorem accijns en ad valorem bijzondere accijns worden sigaretten en rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak ook onderworpen aan een specifieke accijns en een specifieke bijzondere accijns (art. 3, § 2 van de wet van 3 april 1997).

Deze zijn als volgt vastgesteld:

  • voor sigaretten:
    • accijns: 6,8914 euro per 1.000 stuks,
    • bijzondere accijns: 32,6286 euro per 1.000 stuks;
  • voor rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak:
    • accijns: 0 euro per kilogram,
    • bijzondere accijns: 23,7000 euro per kilogram.

Verhoging minimumaccijns

De programmawet van 1 juli 2016 stelt nu dat het totaal van de accijnzen en van de bijzondere accijnzen voor sigaretten in geen geval minder mag bedragen dan 161,9645 euro (voordien: 161,4645 euro) per 1.000 stuks.

Voor de rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak mag het totaal van de accijnzen en van de bijzondere accijnzen in geen geval minder bedragen dan 61,0747 euro (voordien: 59,0747 euro) per kilogram.(wijziging van art. 3, § 3 en § 4, lid 1, van de wet van 3 april 1997; art. 110 van de programmawet van 1 juli 2016)

We merken ook nog even op dat de accijnstarieven op gefabriceerde tabak andere dan sigaren ook al werden verhoogd door de wet van 26 december 2015 ‘houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht’.

Deze verhoging vertaalde zich ook in een verhoging van de specifieke accijns en de bijzondere specifieke accijns én in een verhoging van de minimumaccijns op sigaretten en op tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere rooktabak. Deze accijnsverhoging werd vastgelegd voor de jaren 2016 tot en met 2020. Vanaf 1 januari 2017 zijn er dus andere bedragen van toepassing op basis van de wet van 26 december 2015.

De programmawet van 1 juli 2016 verhoogt enkel de minimumaccijns.

In werking

Artikel 110 van de programmawet van 1 juli 2016 is in werking getreden op 1 juli 2016.

Bron:Programmawet van 1 juli 2016, BS 4 juli 2016 (art. 110).
Zie ook:- Wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, BS 16 mei 1997 (art. 3).- Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, BS 30 december 2015 (art. 116).

Karin Mees

Programmawet

Afkondigingsdatum : 01/07/2016
Publicatiedatum : 04/07/2016

Gepubliceerd op 28-07-2016

  353