Milieuheffingen? Hoger, lager… (art. 34-35 PD 2016/1)

Het eerste aanpassingsdecreet bij de Vlaamse begroting trekt de wettelijke tarieven van een aantal milieuheffingen op, maar die verhoging leidt niet tot een navenante stijging van het uiteindelijk te betalen bedrag.

Basistarief voor storten

Het wettelijk tarief voor het storten van brandbare afvalstoffen op een vergunde stortplaats steeg van 75 euro per ton op 1 juli 2015 (geïndexeerd: 132,90 euro/ton), naar 100 euro per ton op 1 juli 2016. (art. 46, §1, 3° van het Materialendecreet). Maar door een andere indexeringsformule toe te passen, wijzigt het uiteindelijk te betalen bedrag nauwelijks.

Hetzelfde geldt voor het wettelijk tarief voor het storten van niet-brandbare afvalstoffen, dat van 40 euro per ton (geïndexeerd: 70,88 euro/ton) naar 55 euro per ton ging op 1 juli 2016 (art. 46, §1, 5°).

Afwijkende tarieven voor storten

Naast het verlaagd tarief voor de residu’s van grondreiniging en bodemsanering, komt er een verlaagd tarief bij voor de residu’s van shredderaars. Shredderaars betalen dan een wettelijk tarief van 15 euro per ton als zij de niet-brandbare en niet-recycleerbare slibresidu’s afkomstig van PST-installaties storten. PST staat voor Post Shredder Technologies (art. 46, §1, 6°, nieuw puntje c).

Het wettelijk tarief voor het storten van geïmmobiliseerde niet-brandbare afvalstoffen die afkomstig zijn van daartoe vergunde bedrijven, bedraagt 30 euro per ton vanaf 1 juli 2016 (tegen 23 euro/ton, geïndexeerd: 40,76 euro/ton op 1 juli 2015). Op voorwaarde dat de immobilisatie noodzakelijk was opdat de stortplaats aan de vergunningsvoorwaarden zou voldoen. Het immobilisatietarief geldt ook bij export van het afval naar een ander gewest of een andere staat (art. 46, §1, 9°).

Het tarief van 1 euro per ton (geïndexeerd: 1, 78 euro/ton op 1 juli 2015) voor het storten van gips of calciumchloride van de productie van fosforzuur of metallurgische processen gold de voorbije jaren ook voor de niet-recycleerbare residu’s van bedrijven die selectief ingezameld afval verwerkten tot grondstof voor de productie van nieuwe gipsproducten. Die maatregel wordt met 4 jaar verlengd. Het verlaagd tarief wordt toegekend voor een hoeveelheid van 15% van het in 2016 selectief ingezamelde gipsafval, en van 10% van het afval dat in de jaren 2017 tot en met 2019 selectief werd ingezameld.

Recyclageresidu’s na hergebruik of recyclage

Het verlaagd wettelijk tarief voor de recyclageresidu’s van bedrijven die selectief ingezameld afval gebruiken of voorbehandelen als grondstof voor de aanmaak van nieuwe stoffen of producten, gaat eveneens van 75 euro/ton x factor K, naar 100 euro per ton x factor K, voor het storten van brandbare afvalstoffen (art. 46, §2, eerste lid, 1°). En van 40 euro/ton x K, naar 55 euro/ton x K, voor het storten van niet-brandbare afvalstoffen (art. 46, §2, eerste lid, 2°).

De waarde van de factor K wijzigt niet. Behalve voor de shreddersector, waar de huidige overgangsperiode over nóg meer jaren uitgespreid wordt en de berekeningswijze versoepeld wordt voor herwonnen kunststoffen en klein non-ferrodeeltjes (art. 46, §2, vijfde lid, 6°-8° en 9°-11° (nieuw)). Voor de niet-brandbare, niet-recycleerbare slibresidu’s van de PST-installaties werd, zoals gezegd, een apart verlaagd tarief ingevoerd (art. 46, §1, 6°, nieuw puntje c).

Nultarief

Het nultarief voor het storten van asbesthoudende afvalstoffen geldt sinds 1 juli 2016 alleen nog wanneer de afvalstoffen een gehalte aan asbest of gelijkaardige keramische vezels van ten minste 0,01 kg per kg afvalstof bevatten. Het nultarief geldt dan voor gronden en puin met een asbestgehalte van ten minste 0,001 kg (art. 46, §3, 1°).

Omwille van de Vlaamse concurrentiepositie wordt het nultarief sinds 1 juli 2016 ook toegepast op het verbranden of meeverbranden in een vergunde inrichting van:

  • gevaarlijke afvalstoffen; en
  • ongevaarlijke slibs.

Het nultarief geldt zowel voor de ingevoerde gevaarlijke afvalstoffen en ongevaarlijke slibs die rechtstreeks naar de verbrandings- of meeverbrandingsoven worden gebracht, als voor de afvalstoffen en slibs die na een nuttige voorbehandeling worden verbrand of meeverbrand, al dan niet samen met Vlaamse afvalstoffen. De Ovam bepaalt voor welke hoeveelheden er een nultarief wordt toegekend (art. 46, §3, nieuw puntje 6°).

Het zit hem in de index…

Hoewel de nieuwe wettelijke bedragen veel hoger zijn dan de vorige, zal zich dat niet vertalen in het uiteindelijk te betalen bedrag. En dat ligt aan de wijze van indexering. De basisbedragen van 2015 waren immers gekoppeld aan het indexcijfer van december 2006 én werden ook nog eens verhoogd met een factor 1,5 (art. 46, §6).

De tarieven van juli 2016 zijn echter niet langer gekoppeld aan de index van december 2006, maar aan die van december 2015.Er wordt ook geen lineaire verhoging met een factor 1,5 meer toegepast.

De nieuwe wettelijke bedragen zullen vanaf nu elk jaar geïndexeerd worden op basis van het indexcijfer van november van het voorgaande jaar. De eerste indexering volgens die nieuwe formule zal plaatsvinden op 1 januari 2017.

In werking op:

  • 1 juli 2016 (ondanks art. 38 PD 2016/1).

Bron:Decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016, BS 22 augustus 2016 (art. 34-35 PD 2016/1).

Carine Govaert

Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016

Afkondigingsdatum : 08/07/2016
Publicatiedatum : 22/08/2016

Gepubliceerd op 08-09-2016

  95