Middenvakrijden vormt vanaf 1 juli overtreding tweede graad

Wet tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, wat betreft het niet opnieuw rechts invoegen na het inhalen

Vanaf 1 juli 2019 vormt het ‘niet opnieuw rechts invoegen na een links inhaalmanoeuvre’ – het zogenaamde middenvakrijden - een verkeersovertreding van tweede graad. Dit betekent dat overtreders een boete riskeren van 116 euro bij onmiddellijke inning, 160 euro bij minnelijke schikking en 160 tot 2.000 euro bij een procedure voor de rechtbank (én een eventueel rijverbod).

Nu gaat het nog om een overtreding van eerste graad waarop veel lagere straffen staan: 58 euro bij onmiddellijke inning, 85 euro bij minnelijke schikking en 80 tot 2.000 euro bij een procedure voor de rechtbank. De rechter kan geen ‘verval van het recht tot sturen’ uitspreken.

Middenvakrijders worden dus minder streng bestraft dan zij die hen (vaak uit ergernis) rechts passeren. Rechts inhalen vormt immers al langer een overtreding van de tweede graad (art. 16.3 Wegcode). Niet logisch volgens de wetgever want ‘middenvakrijden’ vormt - met voorsprong - de grootste ergernis op autosnelwegen volgens een recente enquête over agressie en irritante gedragingen in het wegverkeer van het Vias Institute.

De wetgever wil daarom beide overtredingen op dezelfde manier bestraffen. Via de wet van 8 mei 2019 wordt middenvakrijden (artikel 16.6 van de Wegcode) toegevoegd aan de lijst overtredingen van de tweede graad. Artikel 16.6 van de Wecode luidt meer concreet als volgt:
“Geschiedt het inhalen links, dan moet de bestuurder zijn plaats rechts opnieuw innemen, zodra hij zulks zonder bezwaar kan doen, na zijn voornemen kenbaar gemaakt te hebben door middel van de richtingsaanwijzer wanneer het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet en indien mogelijk, door een teken met de arm. Deze aanduiding moet ophouden zodra de zijdelingse verplaatsing uitgevoerd is.
De bestuurder moet echter zijn plaats rechts niet terug innemen wanneer hij onmiddellijk opnieuw wil inhalen:
op rijbanen met tweerichtingsverkeer, in vier of meer rijstroken verdeeld, op voorwaarde dat alleen gereden wordt op de rijstroken bestemd voor het verkeer in de gevolgde rijrichting;
2° op rijbanen met éénrichtingsverkeer.”

Middenvakrijden vormt daardoor - evenzeer als rechts inhalen - een overtreding die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar kan brengen. Met dezelfde boetes tot gevolgd. En de mogelijkheid voor de politierechter om een rijverbod uit te spreken.

Bron: Wet van 8 mei 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, wat betreft het niet opnieuw rechts invoegen na het inhalen, BS 21 juni 2019.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  60