Meldpunten crisisjeugdhulpverlening beslissen over opstart crisishulp

Jeugdhulpaanbieders die crisisjeugdhulpverlening aanbieden, stellen samen een hulpprogramma crisisjeugdhulpverlening op. Dat hulpprogramma wordt opgenomen in een samenwerkingsprotocol. Minister Vandeurzen legt nu vast wat er precies in het protocol moet staan. En hij regelt ook hoe de centrale meldpunten crisisjeugdhulpverlening – een onderdeel van het hulpprogramma – precies te werk gaan.

Crisisjeugdhulpverlening

De jeugdhulp organiseert een permanent subsidiair aanbod crisisjeugdhulpverlening voor het geval er zich een crisissituatie voordoet.

Jeugdhulpaanbieders en jeugdmagistraten kunnen op die vorm van jeugdhulpverlening een beroep doen als ze inschatten dat ze zelf of met een doorverwijzing naar de jeugdhulpverlening niet tijdig tot een gepaste oplossing kunnen komen. In uitzonderlijke gevallen kunnen de minderjarige en zijn ouders zelf rechtstreeks een beroep doen op de crisisjeugdhulpverlening.

Om dat subsidiaire aanbod te realiseren, werken de jeugdhulpaanbieders in elke regio samen aan de uitbouw van een hulpprogramma crisisjeugdhulpverlening. Dat hulpprogramma bestaat uit een centraal permanent crisismeldpunt, crisisinterventie (onmiddellijke en kortdurende stressverlagende interventies), crisisbegeleiding (aan huis of in een voorziening die jeugdhulpverlening aanbiedt) en crisisopvang (verblijf in een voorziening).

Erkenning hulpprogramma

Het hulpprogramma moet een erkenning krijgen van het Managementcomité Integrale Jeugdhulp. En dat kan alleen als het hulpprogramma is opgenomen in een samenwerkingsprotocol, ondertekend door alle betrokken jeugdhulpaanbieders en goedgekeurd door het Managementcomité, na advies van het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp.

Samenwerkingsprotocol

Het samenwerkingsprotocol geldt voor drie jaar. Minister Vandeurzen legt vast wat er precies moet instaan. Het gaat onder meer over

  • de aanwijzing van de jeugdhulpaanbieders die lid zijn van het hulpprogramma;
  • het werkingsgebied;
  • de samenwerkingsengagementen tussen de jeugdhulpaanbieders en het crisismeldpunt;
  • de modules die het hulpprogramma aanbiedt;
  • de afspraken met onder meer de jeugdhulpaanbieders in de regio, de intersectorale toegangspoort en de jeugdmagistraten.

Centraal crisismeldpunt

Een centrum voor algemeen welzijnswerk of een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning neemt de organisatie van het crisismeldpunt op zich. Dat crisismeldpunt is permanent bereikbaar en registreert elke aanmelding op gecodeerde wijze in het registratiesysteem crisisjeugdhulpverlening.

De minister legt de opdrachten van het crisismeldpunt vast.

Het garandeert crisisjeugdhulpverlening aan elke aangemelde minderjarige die zich op dat moment in zijn regio bevindt.

Op elk moment, ook ’s nachts en in het weekend, is er een kwaliteitsvolle telefonische dienstverlening aanwezig.

Het crisismeldpunt werkt samen met het crisismeldpunt van een ander hulpprogramma als dat in het belang is van de minderjarige.

Voor elke aanmelding organiseert het meldpunt een vraagverheldering. Na de vraagverheldering kan het meldpunt beslissen om crisisinterventie, crisisbegeleiding of crisisopvang op te starten.

Bij aanmelding door de minderjarige of zijn ouders, gaat het meldpunt op zoek naar een jeugdhulpaanbieder die de rol van aanmelder kan opnemen.

Het meldpunt ziet er op toe dat binnen 72 uur vanaf de opstart de noodzakelijke instemmingen verkregen zijn van de personen tot wie de hulpverlening zich richt. Lukt dat niet, dan laat het meldpunt de crisisjeugdhulpverlening stopzetten.

Het meldpunt registreert elke aanmelding in het registratiesysteem crisisjeugdhulpverlening. Dat doet het ook voor de opgestarte hulpverlening en het verdere verloop ervan.

De crisismeldpunten nemen een regierol op tijdens het traject van de minderjarige in de jeugdhulpverlening. Ze garanderen een zo efficiënt mogelijk verloop van de hulpverlening. De minister legt vast hoe ze dat concreet moeten doen.

Aanmeldingswijze

Bij de aanmelding van een minderjarige bij het crisismeldpunt moet een aantal gegevens meegedeeld worden. Het gaat minstens om

  • de persoonsgegevens van de minderjarige;
  • de contactgegevens van de aanmelder;
  • de vindplaats van de minderjarige;
  • de plaats waar de crisis zich afspeelt;
  • de bereidheid van de minderjarige en zijn ouders om in gesprek te gaan.

Inwerkingtreding

Het MB van 24 februari 2014 treedt in werking op 22 maart 2014.

Bron:Ministerieel besluit van 24 februari 2014 met betrekking tot de crisisjeugdhulpverlening in de integrale jeugdhulp, BS 12 maart 2014
Zie ook:Decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, art. 44Besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp

Ilse Vogelaere

Ministerieel besluit met betrekking tot de crisisjeugdhulpverlening in de integrale jeugdhulp

Afkondigingsdatum : 24/02/2014
Publicatiedatum : 12/03/2014

Gepubliceerd op 02-04-2014

  142