Meer mensen hebben voortaan toegang tot juridische bijstand en rechtsbijstand

Wet tot wijziging van het gerechtelijk wetboek teneinde de toegang tot de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand te verbeteren, door de ter zake geldende inkomensmaxima te verhogen

Elke burger moet de mogelijkheid hebben om zijn rechten te verdedigen en te doen gelden voor de rechter. Veel rechtzoekenden kunnen momenteel de kosten voor toegang tot een rechtbank niet betalen, terwijl ze als "te rijk" worden beschouwd om recht te hebben op juridische bijstand en rechtsbijstand. Daarom worden de inkomensgrenzen die bepalend zijn voor de toekenning van juridische tweedelijnsbijstand nu met 200 euro verhoogd om rekening te houden met de veranderende sociale realiteit en de toenemende kosten van toegang tot justitie.

Juridische bijstand volledig of gedeeltelijk kosteloos

Op grond van het Gerechtelijk wetboek kan juridische tweedelijnsbijstand gedeeltelijk of volledig kosteloos zijn voor wie onvoldoende bestaansmiddelen heeft.

Het Wetboek verduidelijkt voortaan dat juridische bijstand volledig kosteloos is voor:
  • alleenstaanden die aan de hand van om het even welk document dat wordt beoordeeld door het bureau voor juridische bijstand bewijzen dat hun maandelijks netto-inkomen lager is dan 1.226 euro (in plaats van 1.026 euro toe nu toe);
  • alleenstaanden met iemand ten laste of samenwonenden met hun echtgenoot of met iedere andere persoon met wie ze een feitelijk gezin vormen, indien ze aan de hand van om het even welk document dat wordt beoordeeld door het bureau voor juridische bijstand bewijzen dat het maandelijks netto-inkomen van het gezin lager is dan 1.517 euro (in plaats van 1.317 euro tot nu toe). Hierbij wordt rekening gehouden met een aftrek van 20% van het leefloon per persoon ten laste (in plaats van 15% tot nu toe).
De lijst van de personen van wie de bestaansmiddelen onvoldoende worden geacht wordt niet gewijzigd.

Parallel hiermee kunnen de volgende personen aanspraak maken op gedeeltelijke kosteloosheid:
  • alleenstaanden die aan de hand van om het even welk document dat wordt beoordeeld door het bureau voor juridische bijstand bewijzen dat hun maandelijks netto-inkomen tussen 1.226 euro en 1.517 euro ligt (in plaats van tussen 1.026 en 1.317 euro toe nu toe);
  • alleenstaanden met iemand ten laste of samenwonenden met hun echtgenoot of met iedere andere persoon met wie ze een feitelijk gezin vormen, indien ze aan de hand van om het even welk document dat wordt beoordeeld door het bureau voor juridische bijstand bewijzen dat het maandelijks netto-inkomen van het gezin tussen 1.517 euro en 1.807 euro ligt (in plaats van tussen 1.317 en 1.607 euro tot nu toe). Hierbij wordt ook rekening gehouden met een aftrek van 20% van het leefloon per persoon ten laste (in plaats van 15% tot nu toe).
Net als vroeger betaalt iemand die in aanmerking komt voor gedeeltelijke kosteloosheid aan de advocaat een eigen bijdrage in de kosten van juridische bijstand per aanstelling door het bureau van juridische bijstand. Het bedrag van deze bijdrage is gelijk aan het verschil tussen zijn inkomsten uit de bestaansmiddelen en de bedragen van de inkomstengrenzen voor de toegang tot de volledig kosteloze juridische bijstand, zonder dat dit bedrag hoger mag liggen dan 125 euro noch lager dan 25 euro.

Kosteloze juridische bijstand wordt echter geweigerd wanneer blijkt dat de rechtzoekende beschikt over kapitalen of voordelen en als uit tekenen en aanwijzingen een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven bestaansmiddelen, waaruit kan worden besloten dat hij in de mogelijkheid is zelf zijn advocaat te betalen.

Indexering van de grenzen

De bedragen van de verschillende bovenvermelde grenzen worden op 1 september 2021, 2022 en 2023 telkens verhoogd met een vast bedrag van 100 euro. Vanaf 1 september 2024 worden ze telkens op 1 september aangepast, rekening houdend met de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen (juli 2023 = 100).

Net zoals nu zullen de nieuwe bedragen jaarlijks via een bericht in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt. Ze treden in werking op 1 september van het jaar van de aanpassing.

Rechtsbijstand

De voorwaarden en bedragen die in aanmerking worden genomen voor de toekenning van juridische bijstand zijn naar analogie van toepassing om te bepalen of mensen over ontoereikende bestaansmiddelen beschikken en zo volledig of gedeeltelijk kosteloze rechtsbijstand kunnen genieten.

In dat kader kan het bureau voor rechtsbijstand of de rechter hetzij aan de rechtzoekende hetzij aan derden, inclusief overheidsinstanties, alle informatie opvragen die nuttig wordt geacht, waaronder het laatste aanslagbiljet, om zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van de rechtsbijstand zijn vervuld.

Inwerkingtreding en opheffingen

Deze verschillende aanpassingen treden in werking op 1 september 2020.
Bijgevolg worden de wet van 23 november 1998 betreffende de juridische bijstand en het koninklijk besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand opgeheven.

Zie ook
Koninklijk besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand, BS 24 december 2003 (opgeheven)
Benoît Lysy
  134