Meer keuze bij aanstelling van een gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar (art. 8-9 Diversebepalingendecreet RO)

Gemeenten kunnen voortaan ook contractuele ambtenaren en deeltijders aanstellen als gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar. Bovendien wordt de financiële ondersteuning van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaren niet langer beperkt tot de kleine gemeenten. Met deze aanpassingen hoopt de decreetgever dat méér gemeenten een eigen of gedeelde stedenbouwkundig ambtenaar zullen aanstellen. Het hebben van een gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar is immers één van de 5 voorwaarden om als gemeente stedenbouwkundig ontvoogd te kunnen worden.

Elke gemeente moet minstens één gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar hebben, staat er in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. In de praktijk blijkt het echter niet altijd eenvoudig om een geschikte kandidaat te vinden. Alleen statutaire of op proef benoemde statutaire ambtenaren kwamen in aanmerking voor de job. Het Diversebepalingendecreet schrapt die voorwaarde, zodat de gemeenten ook contractuelen kunnen aanwijzen als stedenbouwkundig ambtenaar.

Bovendien wordt niet langer geëist dat het om een voltijdse functie gaat. Die eis zorgde ervoor dat gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaren nooit konden overschakelen op een deeltijdse job, terwijl hun collega’s-ambtenaren op andere diensten dat wel konden. “Hiervoor bestaat geen enkele objectieve reden”, aldus de memorie bij het ontwerp van diversebepalingendecreet, en dus wordt die voorwaarde geschrapt.

Net als vroeger kan de gemeenteraad een gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar aanwijzen onder haar eigen personeel, of onder het personeel van een intergemeentelijk samenwerkingsverband. De decreetgever eist niet meer dat het personeelslid onderworpen wordt aan het personeelsstatuut van de gemeente waar het intergemeentelijk samenwerkingsverband zijn zetel heeft. Voortaan hebben de intergemeentelijke stedenbouwkundig ambtenaren hetzelfde geldelijke en administratiefrechtelijke statuut als de andere personeelsleden van het samenwerkingsverband, en dat is niet noodzakelijk identiek aan het statuut van het gemeentepersoneel van de gemeente waar het samenwerkingsverband zijn zetel heeft.

Belangrijker is dat de Vlaamse regering vanaf nu financieel kan tussenkomen in de loonkosten en opleidingskosten van álle gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaren. Momenteel is die tussenkomst nog beperkt tot de kleine gemeenten, maar de Vlaamse regering krijgt de mogelijkheid om het toepassingsgebied te verruimen..

Al deze wijzigingen treden 10 dagen na publicatie in werking. Dat is op 25 april 2015.

Bron:Decreet van 4 april 2014 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het grond- en pandenbeleid, BS 15 april 2014 (art. 8-9 van het Diversebepalingendecreet RO).
Zie ook: — Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (art. 1.4.6 en art. 1.4.8 VCRO). — Besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2001 tot bepaling van de voorwaarden voor toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opleiding van gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren en voor de betaling van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren in kleine gemeenten, BS 28 december 2001).

Carine Govaert

Decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het grond- en pandenbeleid

Afkondigingsdatum : 04/04/2014
Publicatiedatum : 15/04/2014

Gepubliceerd op 17-04-2014

  68