Meer bevoegdheden voor onroerenderfgoedgemeenten (DB Onroerend erfgoed)

De Vlaamse overheid versterkt het takenpakket van de erkende onroerenderfgoedgemeenten. Maar ze trekt die lijn niet door waar het de geïnventariseerde gebouwen of bomen betreft.

Geïnventariseerde gebouwen of bomen

Voor het slopen van een onroerend goed dat is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed, is in principe een vergunning vereist. Net als voor het kappen van een bijzondere boom of struik die is opgenomen in de vastgestelde inventaris van de houtige beplantingen met erfgoedwaarde.

Vooraleer er gesloopt of gekapt kan worden, moet de gemeente, de provincie of het gewest – als vergunningverlenende overheid – eerst het advies vragen van het agentschap Onroerend Erfgoed.

Is de gemeente een erkende onroerenderfgoedgemeente, dan hoeft zij enkel het advies te vragen van een deskundig medewerker van haar eigen diensten of van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED) waarvan zij als gemeente deel uitmaakt.

Het diversebepalingendecreet schrapt echter die adviesplicht, zowel bij de erkende onroerenderfgoedgemeenten, als bij de andere gemeenten. Voor de sloop van een geïnventariseerd gebouw of de kap van een geïnventariseerde boom volstaat vanaf nu dat de vergunningverlener zijn beslissing motiveert en hij in zijn motivatie aangeeft ‘hoe hij de erfgoedwaarden in acht heeft genomen’. Die motiveringsplicht vloeit voort uit de algemene zorg- en motiveringsplicht die administratieve overheden hebben ten aanzien van geïnventariseerde goederen.

“Op basis van de onroerenderfgoedtoets moet het vergunningverlenend bestuursorgaan kunnen oordelen of het belang van het project ten behoeve waarvan de sloopvergunning aangevraagd wordt, wel opweegt tegen het verlies van de erfgoedwaarden”, verklaarde minister van Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois in het Vlaams Parlement. “Hiertoe wordt de actuele toestand van het onroerend goed vergeleken met de toestand ten tijde van de opname in de inventaris”.

Hoewel de Vlaamse regering zegt dat ze méér bevoegdheden wil doorschuiven naar de erkende onroerenderfgoedgemeenten, is dit een maatregel waarin het onderscheid tussen de erkende onroerenderfgoedgemeenten en de andere gemeenten juist wordt afgeschaft…

Archeologisch onderzoek

Toch zijn er een aantal punten in het nieuwe decreet waarop de onroerenderfgoedgemeenten wél meer bevoegdheden krijgen dan de andere gemeenten.

In de erkende onroerenderfgoedgemeenten is het vanaf nu de gemeente zelf die toelating geeft voor:

  • het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem;
  • voor het uitvoeren van een archeologische opgraving;
  • voor het uitvoeren van graafwerken om archeologische sites op te sporen en ze vrij te leggen; of
  • om archeologische artefacten uit hun context te verwijderen.
In gewone gemeenten is het nog steeds het Agentschap Onroerend Erfgoed die daarvoor toelating moet verlenen.

Ook als de erkende onroerenderfgoedgemeente zelf een vergunningsaanvraag voorbereidt met een verplicht archeologisch traject, is ze bevoegd om aan zichzelf de toelating te verlenen voor het uitvoeren van het vooronderzoek, de archeologische opgraving, de andere graafwerken en het verwijderen van de archeo-objecten.

Archeologienota

Na het beëindigen van het archeologisch vooronderzoek bezorgt de erkende archeoloog die door de vergunningvrager werd aangesteld, een archeologienota of nota aan het agentschap Onroerend Erfgoed, ter bekrachtiging. Die taak wordt vanaf nu doorgeschoven naar de gemeente als die gemeente een erkende onroerenderfgoedgemeente is.

Ook als het onmogelijk is, of als het juridisch, economisch of maatschappelijk niet wenselijk is om vóór het aanvragen van de stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning of (toekomstige) omgevingsvergunning, een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem uit te voeren, moet de erkende archeoloog de resultaten van zijn archeologisch vooronderzoek – noodgedwongen zonder ingreep in de bodem – indienen bij het agentschap Onroerend Erfgoed ter bekrachtiging. En ook daar verschuift die bevoegdheid om de (archeologie-)nota voor een vooronderzoek zonder ingreep in de bodem te bekrachtigen naar de erkende onroerenderfgoedgemeente.Er is ook geen tussenkomst van het agentschap nodig als de gemeente zelf de vergunningvrager is.

Het agentschap blijft echter wel bevoegd als het project zich uitstrekt op het grondgebied van meerdere gemeenten. Zelfs als alle betrokken gemeenten, erkende onroerenderfgoedgemeenten zijn.

Net als het agentschap kan de erkende onroerenderfgoedgemeente de archeologienota of nota binnen de 21 dagen na ontvangst bekrachtigen of weigeren en kan zij er voorwaarden aan koppelen. Beroep is mogelijk bij de Vlaamse regering, die het advies kan inwinnen van de Vlaamse Commissie Onroerend erfgoed (VCOE).

Archeologierapport

De erkende archeoloog bezorgt binnen de 2 maanden na het beëindigen van de opgraving, een archeologierapport aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Het agentschap moet dat archeologierapport op zijn beurt bezorgen aan de betrokken onroerenderfgoedgemeente(n).

Andere bevoegdheden

Tot daar de nieuwe taken van de onroerenderfgoedgemeenten. Maar volgens de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening – Onroerend Erfgoed (Saro) zijn de taken die de erkende onroerenderfgoedgemeenten kunnen opnemen ook nu nog ‘zeer beperkt’.

Bovendien is het volgens de raad ‘onduidelijk in welke mate nog een onderscheid wordt nagestreefd tussen de erkende onroerenderfgoedgemeenten en de andere gemeenten’. Zeker na het schrappen van de adviesprocedure bij sloop of kap van een geïnventariseerd relict.

De hele erkenningsprocedure is volgens de Saro ‘een bijkomende last’ en de adviesraad wijst er dan ook op dat er tot op heden nog maar één gemeente erkend is als onafhankelijke onroerenderfgoedgemeente – namelijk Koksijde – en dat er nog maar 6 erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten (IOED’s) werden opgericht… (Memorie bij het ontwerp van decreet, p. 55-56).

Volgens het agentschap Onroerend Erfgoed zouden er intussen nog 9 erkende onroerenderfgoedgemeenten zijn bijgekomen. Hun erkenning werd echter nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het agentschap telt ook al 11 erkende IOED’s i.p.v. de 6 waarvan de erkenning tot nu werd gepubliceerd.

In werking op:

  • Een datum die nog moet worden bepaald in een uitvoeringsbesluit.

Bron:Decreet van 15 juli 2016 houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en van diverse decreten wat betreft de uitvoering van het kerntakenplan van het agentschap Onroerend Erfgoed en wat betreft financiële en technische aanpassingen, BS 2 september 2016 (art. 3-4, art. 12, art. 14-15, art. 17-21, art. 23 DB Onroerend Erfgoed).

Carine Govaert

Decreet houdende wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en van diverse decreten wat betreft de uitvoering van het kerntakenplan van het agentschap Onroerend Erfgoed en wat betreft financiële en technische aanpassingen

Afkondigingsdatum : 15/07/2016
Publicatiedatum : 02/09/2016

Gepubliceerd op 08-09-2016

  118