Mededingingsautoriteit herziet richtsnoeren voor berekening geldboeten van ondernemingen

Richtsnoeren van de Belgische Mededingingsautoriteit betreffende de berekening van geldboeten voor ondernemingen en ondernemingsverenigingen bedoeld in artikel IV.79, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid WER bij overtredingen van de artikelen IV.1, § 1, IV.2 en/of IV.2/1 WER, of van de artikelen 101 en/of 102 VWEU

Het Directiecomité van de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) heeft op 3 september 2020 herziene richtsnoeren aangenomen voor het berekenen van geldboeten voor ondernemingen en ondernemingsverenigingen die inbreuken plegen op het mededingingsrecht.

De BMA stemde haar boeterichtsnoeren af op de recente wijzigingen van de regels over misbruik van economische afhankelijkheid die in het Wetboek van economisch recht (WER) staan.
Deze wijzigingen traden in werking op 22 augustus 2020.

De herziene boeterichtsnoeren gelden vanaf 16 september 2020. Ze komen in de plaats van de boeterichtsnoeren van 6 mei 2020.
Ze zijn niet van toepassing op de sancties voor natuurlijke personen.

Europese boeterichtsnoeren

De Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) laat zich bij de berekening van geldboeten (bedoeld in art. IV.79, § 1, eerste lid en § 2, eerste lid, WER) voor ondernemingen en ondernemingsverenigingen die de artikelen IV.1, § 1, IV.2 en/of IV.2/1 van het WER, of de artikelen 101 en/of 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) overtreden, in principe leiden door de boeterichtsnoeren van de Europese Commissie.
Het gaat hierbij om overtredingen waarbij ondernemingen:
  • onderling afspraken maken (bv. het ten opzichte van handelspartners toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hen daarmee nadeel berokkenend bij de mededinging);
  • misbruik maken van een machtspostie op de Belgische markt (bv. het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden), of
  • misbruik maken van een positie van economische onafhankelijkheid waarin ze zich bevinden (bv. het weigeren van een verkoop, een aankoop of van andere transactievoorwaarden).

Belgische boeterichtsnoeren

Ondernemingen die in België actief zijn worden dus in principe volgens eenzelfde berekeningswijze beboet, ongeacht of het onderzoek wordt gevoerd door de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) of door de Europese Commissie (DG Mededinging).

Maar de nieuwe boeterichtsnoeren van de BMA wijken ook deze keer op enkele punten af van de Europese.
De afwijkingen hebben betrekking op:
  • de in aanmerking te nemen omzet: nieuw hierbij is dat wanneer de beslissing of de procedure betrekking heeft op misbruik van een positie van economische afhankelijkheid, de geldboete niet meer mag bedragen dan 2% van de omzet van de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging, en de dwangsom tot 2% van de gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging beloopt, te rekenen vanaf de dag die het Mededingingscollege bepaalt (art. IV.79, § 2, WER);
  • de clementiemededeling en transacties (ongewijzigd);
  • het begrip ‘identieke of soortgelijke inbreuk’ (ongewijzigd).

In werking

De nieuwe boeterichtsnoeren van de BMA zijn vanaf 16 september 2020 van toepassing op alle zaken waarvoor op die dag nog geen voorstel van beslissing is overgemaakt aan het Mededingingscollege.
Dit met uitzondering van de zaken die voorwerp zijn van een schikkingsprocedure en waarvoor de auditeur al een mogelijke geldboete heeft meegedeeld, in zoverre de schikkingsprocedure effectief leidt tot een schikking.

Bron: Richtsnoeren van de Belgische Mededingingsautoriteit van 3 september 2020 betreffende de berekening van geldboeten voor ondernemingen en ondernemingsverenigingen bedoeld in artikel IV.79, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid WER bij overtredingen van de artikelen IV.1, § 1, IV.2 en/of IV.2/1 WER, of van de artikelen 101 en/of 102 VWEU, BS 16 september 2020.
Zie ook:
Koninklijk besluit van 31 juli 2020 tot wijziging van de boeken I en IV van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, BS 12 augustus 2020.
Wet van 27 mei 2020 tot wijziging van de wetten van 4 april 2019 houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen en van 2 mei 2019 houdende wijzigingen van boek I 'Definities', van boek XV 'Rechtshandhaving' en vervanging van boek IV 'Bescherming van de mededinging' van het Wetboek van economisch recht, BS 29 mei 2020.
– Wetboek van economisch recht van 28 februari 2013, BS 29 maart 2013 (WER) (art. IV.1, § 1, art. IV.2, art. IV.2/1 en art. IV.79, § 1, eerste lid en § 2, eerste lid)
– Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie, PB.C 306, 17 december 2007 (VWEU) (art. 101 en art. 102)
Richtsnoeren van de Belgische Mededingingsautoriteit van 6 mei 2020 betreffende de berekening van geldboeten voor ondernemingen en ondernemingsverenigingen bedoeld in artikel IV.79, § 1, eerste lid WER bij overtredingen van de artikelen IV.1, § 1 en/of IV.2 WER, of van de artikelen 101 en/of 102 VWEU, BS 25 mei 2020.
Christine Van Geel
Wolters Kluwer
  76