Maximumvergoeding voor parlementairen met publiek mandaat licht gestegen

In 2016 mogen leden van het Europees Parlement of van de federale, gemeenschaps- of gewestparlementen maximum 59.975,60 euro bijverdienen uit openbare mandaten of functies, of uit ambten van politieke aard. In 2015 lag dat plafond anderhalve euro lager, op 59.974,09 euro.

Beperkte mogelijkheden tot cumul met een publiek mandaat

Parlementsleden mogen bovenop de vergoeding die ze krijgen voor hun parlementair mandaat, nog inkomsten verkrijgen uit openbare mandaten of functies, of ambten van politieke aard. Het totale bedrag van die vergoedingen, wedden of presentiegelden mag echter niet hoger zijn dan de helft van de parlementaire vergoeding (kosten inbegrepen; vergoedingen voor bijzondere functies niet inbegrepen).

Voor 2016 is dat plafond vastgelegd op 59.975,60 euro.

Vermindering vergoeding bij overschrijding plafond

Als de vergoedingen uit de openbare mandaten, openbare functies of ambten van politieke aard boven het plafond uitkomen, wordt de parlementaire vergoeding evenredig verminderd.

Behalve als het parlementslid zijn mandaat combineert met het burgemeesterschap, het lidmaatschap van een schepencollege of het voorzitterschap van een OCMW. In dat geval wordt niet de parlementaire vergoeding verminderd, maar wel de vergoeding voor het lokale mandaat.

Eén enkel bezoldigd uitvoerend mandaat

Een parlementslid mag zijn parlementair werk combineren met diverse publieke mandaten die hij in eigen naam invult, maar slechts met één ‘bezoldigd uitvoerend mandaat’.

De volgende mandaten worden beschouwd als bezoldigde uitvoerende mandaten:

  • het ambt van burgemeester;
  • het ambt van schepen;
  • het ambt van OCMW-voorzitter;
  • elk ander mandaat in een openbare of particuliere instelling, uitgeoefend als vertegenwoordiger van de federale overheid, van een gemeenschap, gewest, provincie of gemeente, dat méér bevoegdheid impliceert dan het loutere lidmaatschap van de algemene vergadering of van de raad van bestuur, ongeacht de vergoeding die daaraan verbonden is; en
  • elk ander mandaat in een openbare of particuliere instelling als vertegenwoordiger van de federale overheid, van een gemeenschap, gewest, provincie of gemeente dat een maandelijks bruto belastbaar inkomen oplevert van ten minste “20.000 BEF”. Dat laatste bedrag is een wettelijk bedrag, dat elk jaar geïndexeerd wordt. Het wordt voor 2016 vastgesteld op 681,60 euro per maand, tegenover 673,01 euro per maand in 2015. Mandaten onder dat bedrag worden niet beschouwd als bezoldigde uitvoerende mandaten en kunnen dus - qua aantal - onbeperkt gecumuleerd worden met een parlementair mandaat. Uiteraard moet er wel rekening gehouden met de financiële cumulatiebeperking.

Onbeperkte cumul met mandaten uit de private sector

Opgelet! De plafonnering van de extra-parlementaire vergoedingen geldt alleen voor de inkomsten uit publieke mandaten, zoals bv. voor bestuursfuncties bij grote overheidsbedrijven. Een parlementair mandaat kan echter onbeperkt gecombineerd worden met bezoldigde functies in de privésector.

Bron:Wetgevende assemblees - bericht , BS 28 januari 2016
Zie ook:. Wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de Ministers, gewezen Ministers en Ministers van staat, alsmede de leden en gewezen leden van de wetgevende kamers (art. 1quater en 1quinquies). Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen (art. 24bis en art. 31ter). Bijzondere Wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen (art. 12 en art. 25). Wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap (art. 10bis en 14bis)

Christine Van Geel/Ilse Vogelaere

Wetgevende assemblees

Afkondigingsdatum : 28/01/2016
Publicatiedatum : 28/01/2016

Gepubliceerd op 29-01-2016

  113