Maatregelen voor betere handhaving mededingingsrecht

Wet houdende wijzigingen van boek I “Definities”, van boek XV “Rechtshandhaving” en vervanging van boek IV “Bescherming van de mededinging” van het Wetboek van economisch recht

Boek IV van het Wetboek van economische recht – over de bescherming van de mededinging – wordt volledig vervangen. De nieuwe tekst – ingevoegd bij wet van 2 mei 2019 - raakt echter niet aan de basisbeginselen van het mededingingsrecht. De wijzigingen hebben vooral de bedoeling om de handhaving van het mededingingsrecht en de werking van de Belgische mededingingsautoriteiten te verbeteren. Procedures worden efficiënter om latere betwistingen voor het Marktenhof zoveel mogelijk te vermijden.

De nieuwe tekst
  • vereenvoudigt en uniformeert de procedures;
  • verduidelijkt de regels bij inbreuken op het kartelverbod door natuurlijke personen;
  • bakent de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de actoren in de verschillende procedurestappen duidelijk af. Hierbij wordt rekening gehouden met de efficiëntie van de procedure en de rechten van de verdediging;
  • schaft de auditoraatscel af. De beslissingen worden voortaan rechtstreeks door de auditeur genomen. Hij staat hierbij onder de rechtstreekse leiding van de auditeur-generaal die hem bevelen kan geven. De rol van de auditoraatscel als orgaan van ‘peer review’ gaat naar een collega-auditeur die optreedt als ‘auditeur-adviseur’;
  • centraliseert de aflevering van de voorafgaande machtiging tot huiszoeking bij de onderzoeksrechters van de Nederlandstalige of Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel;
  • past onderzoeks- en beslissingstermijnen aan zodat een goed onderzoeks- en beslissingsproces mogelijk is;
  • werkt voor partijen en Mededingingscollege een nieuwe toegangsregeling uit voor vertrouwelijke documenten. Het Mededingingscollege kan kennis nemen van gegevens die niet toegankelijk zijn voor een partij;
  • regelt de samenstelling van het onderzoeks- en proceduredossier;
  • preciseert dat het voorstel van beslissing dat de auditeur indient bij het Mededingingscollege enkel mag gaan over de grieven die in de mededeling van de grieven staan;
  • vermijdt betwistingen rond het neerleggen van bijkomende stukken bij het Mededingingscollege. De partijen hebben één maand vanaf de dag waarop ze toegang krijgen tot het onderzoeksdossier en het proceduredossier om schriftelijke opmerkingen én bijkomende stukken in te dienen. Als een partij een stuk indient dat ze nog niet tijdens het onderzoek heeft neergelegd, stelt de voorzitter van het Mededingingscollege een termijn vast waarbinnen de auditeur kan antwoorden op de bijkomende stukken en een termijn waarbinnen de partij kan antwoorden op die opmerkingen;
  • stelt het boeteplafond vast op 10% van de wereldwijde omzet;
  • maakt de voorwaardelijke stopzetting van een onderzoek mogelijk;
  • legt een procedure vast voor het geval de auditeur nieuwe grieven wil aanbrengen of grieven wil herkwalificeren, na het verweer van de betrokken partij;
  • verbiedt de verzoeker die om voorlopige maatregelen vraagt om tijdens de procedure andere schriftelijke opmerkingen of stukken in te dienen dan die die gehecht zijn aan zijn verzoekschrift. Tenzij de voorzitter toestaat dat de verzoeker antwoordt op het verweer.

De wet van 2 mei 2019 treedt in werking op 3 juni 2019.

Bron: Wet van 2 mei 2019 houdende wijzigingen van boek I “Definities”, van boek XV “Rechtshandhaving” en vervanging van boek IV “Bescherming van de mededinging” van het Wetboek van economisch recht, BS 24 mei 2019
Ilse Vogelaere
  44