Luchtvaartinspectie werkt vanuit nieuw kader

De luchtvaartinspectie werkt voortaan vanuit een nieuw juridisch kader met duidelijke en realistische opleidings- en certificatievoorwaarden. Grijze zones werden weggewerkt, bestaande mandaten verankerd, functies geherwaardeerd en afgestemd op de huidige realiteit van (verhoogde) terreur.

Een van de belangrijkste nieuwigheden in dit verhaal is de introductie van de ‘bevoegdverklaring veiligheid’ voor de leden van de luchtvaartinspectie. Beveiligings- en veiligheidsfirma’s zijn de facto onderaannemers van de luchthavenbeheerder en vallen dus onder toezicht van de luchthaveninspecteurs. Afgelijnde instructies zijn daarom ook hier absoluut noodzakelijk.

Geen typebevoegdverklaringen meer

Wie bij de luchthaveninspectie werkt doet dat voortaan onder de vorm van een mandaat als agent, als inspecteur, als adjunct-hoofdsinspecteur of als hoofdinspecteur. Er wordt niet langer gewerkt met typebevoegdverklaringen.

Afhankelijk van de specialisatie heeft een mandaathouder de bevoegdverklaring ‘veiligheid’, ‘beveiliging’ of ‘specifieke luchtvaartmisdrijven’. Elke bevoegdverklaring verleent specifieke rechten en bevoegdheden.

Houders van een mandaat agent kunnen deze bevoegdheden alleen uitoefenen onder het toezicht en in aanwezigheid van een inspecteur van luchtvaartinspectie met de vereiste bevoegdverklaring, een adjunct-hoofdinspecteur of de hoofdinspecteur.

Mandaatvoorwaarden agent

Om een mandaat als agent te verkrijgen, ongeacht het type bevoegdverklaring, moet de kandidaat:

  • aantonen dat het gerechtelijk niet bewezen is dat hij een overtreding begaan heeft die afbreuk doet aan het aanzien van de luchtvaartinspectie of haar activiteiten zou kunnen schaden (nieuwe vereiste);
  • deel uitmaken van het personeel van het Directoraat-generaal Luchtvaart;
  • over het certificaat van agent van luchtvaartinspectie met de bevoegdverklaring ‘beveiliging’, ‘veiligheid’ of ‘specifieke luchtvaartmisdrijven’ beschikken waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor de examens (programma en modaliteiten vastgesteld door Directeur-generaal Luchtvaart) (nieuwe vereiste); en
  • de eed hebben afgelegd voor de hoofdinspecteur.

De voorwaarden om een mandaat als inspecteur te krijgen, werden op een gelijkaardige manier gewijzigd.

De duur van een mandaat als agent of inspecteur wijzigt niet. Ze gelden nog steeds voor maximum 5 jaar en kunnen – onder voorwaarden – worden hernieuwd.

Kwalificatiecriteria

— Bevoegdverklaring ‘beveiliging’ of ‘veiligheid’ Agenten met bevoegdverklaring ‘beveiliging’ of ‘veiligheid’ moeten beschikken over volgende capaciteiten:

  • inzicht in de vigerende beveiligingsmaatregelen of veiligheidsmaatregelen (naargelang het gaat om een bevoegdverklaring ‘beveiliging’ dan wel ‘veiligheid’) en in de wijze waarop deze worden toegepast op de onderzochte activiteiten;
  • kennis van beginselen, procedures en technieken op het gebied van conformiteitscontrole;
  • inzicht in de rol en bevoegdheden van de agent van luchtvaartinspectie.

De inspecteurs met een bevoegdverklaring ‘beveiliging’ moeten voor hun kwalificatiecriteria en opleidingsvereisten te rade gaan in punt 15.2 en 15.3 van Bijlage II bij Verordening 300/2008.

Voor de inspecteurs met een bevoegdverklaring ‘veiligheid’ zijn de capaciteiten wel opgelijst in het KB:

  • inzicht in de vigerende veiligheidsmaatregelen en in de wijze waarop deze worden toegepast op de onderzochte activiteiten;
  • praktische kennis van veiligheidstechnologieën- en technieken;
  • kennis van beginselen, procedures en technieken op het gebied van conformiteitscontrole;
  • praktische kennis van de te onderzoeken activiteiten;
  • inzicht in de rol en bevoegdheden van de inspecteur en agent van luchtvaartinspectie.

Zowel de agenten als de inspecteurs moeten specifieke en periodieke opleidingen volgen. Hoe vaak dat moet is niet duidelijk. De regering houdt het bij ‘een frequentie die hen in staat stelt om hun initiële capaciteiten te behouden en nieuwe capaciteiten te verwerven in functie van de ontwikkelingen in het ‘beveiligingsdomein’ (voor agenten en inspecteurs met bevoegdverklaring ‘beveiliging’) of in het ‘veiligheidsdomein’ (voor agenten en inspecteurs met bevoegdverklaring ‘veiligheid’)’.

— Bevoegdverklaring ‘specifieke luchtvaartmisdrijven’De kwalificatievereisten voor de agenten en inspecteurs met een bevoegdverklaring ‘specifieke luchtvaartmisdrijven’ zijn gelijkaardig aan diegene die gelden voor een bevoegdverklaring ‘beveiliging’ en ‘veiligheid’, maar zijn uiteraard afgestemd om luchtvaartmisdrijven.

Omkadering opleiding

De mandaatexamens worden afgenomen:

  • door de examinatoren van het Nationaal Opleidingscentrum Luchtvaartbeveiliging; of
  • de examencommissie van het Directoraat-generaal Luchtvaart (die bestaat uit de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart, een aantal experts die hij heeft aangeduid en de adjunct-hoofdinspecteurs van de luchtvaartinspectie).

Daarmee is ook de organisatie van de examens duidelijk afgelijnd. Het examenreglement komt nog steeds uit handen van de Directeur-generaal, al krijgt hij daarbij meer vrijheid. De bijlage bij het KB van 27 juni 2016 met de inhoud van de cursussen, de lesuren en de het minimumaantal punten dat moest worden behaald werd immers opgeheven.

20 juli 2016

Het KB van 27 juni 2016 is in werking getreden op 20 juli, de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Koninklijk besluit van 27 juni 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 augustus 2004 tot regeling van de opleidings- en certificatievoorwaarden van de leden van de luchtvaartinspectie, BS 20 juli 2016.

Laure Lemmens

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 augustus 2004 tot regeling van de opleidings- en certificatievoorwaarden van de leden van de luchtvaartinspectie

Afkondigingsdatum : 27/06/2016
Publicatiedatum : 20/07/2016

Gepubliceerd op 27-07-2016

  128