Lastenverlaging voor werkgevers stapsgewijs versterkt (art. 2 - 4 relancewet)

Het forfait van de structurele lastenverlaging voor werkgevers wordt met 14 euro per kwartaal opgetrokken in 2015, 2017 en nog eens in 2019. De loongrens die men voor de bijdragevermindering hanteert bij ‘lage lonen’ wordt ook stapsgewijs opgetrokken.

Forfait

Het forfaitaire bedrag van de structurele bijdragevermindering voor werknemers die onder het geheel van de sociale zekerheid voor werknemers vallen, wordt stapsgewijs opgetrokken voor de werknemers van categorie 1. Namelijk: op 1 januari 2015, op 1 januari 2017, en nog eens op 1 januari 2019.

Het forfait wordt op die tijdstippen telkens met 14 euro verhoogd. In 2019 zal het voordeel dus 42 euro per kwartaal bedragen. Voor de non-profitsector wordt dit voordeel toegekend via de sociale maribel. Op die manier subsidieert men in de sector rechtstreeks bijkomende jobs.

Het nieuwe forfait bedraagt:

  • 476,60 euro vanaf 1 januari 2015;
  • 490,60 euro vanaf 1 januari 2017;
  • 504,60 euro vanaf 1 januari 2019.

Loongrens

Ook de lage loongrens S0 die gebruikt wordt voor de berekening zal stapsgewijs stijgen. Op dezelfde data. Daartoe wordt de programmawet (I) van 24 december 2002 aangevuld met:

  • het bedrag van de verhoging van de loongrens S0 vanaf het eerste kwartaal 2015 en het mechanisme voor die verhoging, rekening houdend met de verhoging van de loongrenzen gelegen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014;
  • het bedrag van de verhoging van S0 vanaf het eerste kwartaal 2017 en het mechanisme van de verhoging, rekening houdend met de verhoging van de loongrenzen gelegen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016;
  • het bedrag van de verhoging van S0 vanaf het eerste kwartaal 2019 en het mechanisme van de verhoging, rekening houdend met de verhoging van de loongrenzen gelegen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018.

Concreet gaat het om volgende verhogingen:

  • Vanaf het eerste kwartaal 2015 wordt S0 verhoogd met 480 euro, dat verhoogd wordt met 2% voor elke verhoging van de loongrenzen tijdens de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2014.
  • Vanaf het eerste kwartaal 2017 wordt S0 verhoogd met 480 euro, dat verhoogd wordt met 2% voor elke verhoging van de loongrenzen tijdens de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2016.
  • Vanaf het eerste kwartaal 2019 wordt S0 verhoogd met 480 euro, dat verhoogd wordt met 2% voor elke verhoging van de loongrenzen tijdens de periode van 1 januari 2014 tot 31 december 2018.

De wetgever bepaalt zelf hoe het resultaat van de berekeningen wordt afgerond. Tot op de dichtstbijzijnde cent, waarbij 0,005 euro naar 0,01 euro wordt afgerond.

Let op! Bij de verhoging van het forfaitaire verminderingsbedrag richt de wetgever zich uitsluitend tot werknemers van categorie 1. Maar de verhoging van de grens voor de lage lonen zal van toepassing zijn op werknemers van de categorie 1 én op deze van de categorieën 2 en 3, zonder dat bijkomende KB’s noodzakelijk zijn.

Bij de bijdragevermindering hanteert men namelijk verschillende categorieën:

  • Categorie 1 is de restcategorie met werknemers die niet tot een van de twee volgende categorieën behoren.
  • Categorie 2 groepeert werknemers die werken voor werkgevers die onder de sociale maribel vallen. Met uitzondering van de werknemers die onder het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp vallen, en werknemers in erkende beschutte werkplaatsen.
  • Categorie 3 groepeert werknemers die tewerkgesteld zijn door een werkgever die behoort tot het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen.

Berekening

De driemaandelijkse structurele bijdragevermindering wordt voor elke werknemer afzonderlijk en per tewerkstelling berekend. Ze bestaat uit een forfaitair verminderingsbedrag dat vermenigvuldigd wordt met een vaste vermenigvuldigingsfactor en met de prestatiebreuk van de betrokken werknemer.

Men bepaalt achtereenvolgens de categorie waartoe de werknemer behoort, zijn driemaandelijkse referteloon, het basisbedrag van de vermindering op basis van dit referteloon, en het definitieve bedrag van de vermindering.

Aan het vast basisforfait per kwartaal wordt een lagelonencomponent of een hogelonencomponent toegevoegd:

  • een lagelonencomponent als het refertekwartaalloon (S) lager is dan de lageloongrens (S0);
  • een hogelonencomponent als het loon (W) hoger is dan de hogeloongrens (S1).

In een formule geeft dit: R (forfaitair verminderingsbedrag) = F + α x (S0 – S) + δ x (W – S1). Alfa en delta zijn de hellingscoëfficiënten.

Roerende voorheffing

Los daarvan past de relancewet ook de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen aan. Dit impliceert dat een deel van opbrengst van de roerende voorheffing wordt voorafgenomen en toegewezen aan het globaal beheer van de RSZ:

  • 6,65% van de opbrengst vanaf 1 januari 2015 (minimum 300 miljoen euro);
  • 13,3% van de opbrengst vanaf 1 januari 2017 (minimum 600 miljoen euro);
  • 19,95% van de opbrengst vanaf 1 januari 2019 (minimum 900 miljoen euro).

De wetgever voorziet ook in een voorafname op de opbrengst van de belasting op de toegevoegde waarde. Dit bedrag wordt toegewezen aan het globaal beheer. Het gaat om:

  • 0,35% van de opbrengst vanaf 1 januari 2014 (95,77% voor het globaal beheer van de werknemers en 4,23% voor het globaal financieel beheer van de zelfstandigen, minimum 102,3 miljoen euro);
  • 0,475% van de opbrengst vanaf 1 januari 2015 (minimum 143,1 miljoen euro).

Vanaf 2014 zal ook jaarlijks een bedrag worden ingehouden volgens het terugverdieneffect dat voortvloeit uit de verlaging van de btw op elektriciteit. Dat bedrag wordt vastgelegd bij KB.

In werking

Dit onderdeel van de relancewet van 15 mei 2014 treedt in werking op 1 juni 2014. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron:Wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, BS 22 mei 2014 (art. 2 – 4 van de relancewet)
Zie ook: Programmawet (I) van 24 december 2002? BS 31 december 2002 (art. 331 PW)

Steven Bellemans

Wet houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance

Afkondigingsdatum : 15/05/2014
Publicatiedatum : 22/05/2014

Gepubliceerd op 13-06-2014

  298