Last minute wijzigingen voor elektronisch toezicht en probatie als autonome straf (art. 42 – 58 Potpourri II)

De twee nieuwe autonome straffen – het elektronisch toezicht en de probatie – zullen in werking treden op 1 mei 2016. Dat was al duidelijk geworden na eerdere wetwijzingen, maar de tweede Potpourri-wet zorgt voor de laatste aanpassingen om die inwerkingtreding mogelijk te maken.

De wetgever maakt van de gelegenheid gebruik om de procedures verder te verfijnen. Tijdens de interministeriële conferenties tussen de gefedereerde entiteiten en de federale Staat over de communautisering van de justitiehuizen zijn immers een aantal (praktische) issues gerezen. Die bevoegdheidsoverdracht zorgde in het verleden trouwens al voor uitstel. De gemeenschappen hadden meer tijd nodig dan initieel geschat om hun diensten voor te bereden op de werklast die zowel het elektronisch toezicht als de probatie met zich meebrengt.

Vandaag is die voorbereiding zo goed als rond. En binnen enkele maanden krijgt de strafrechter 2 nieuwe alternatieven voor de vrijheidsstraf. Hij zal kunnen kiezen voor elektronisch toezicht of probatie als hoofdstraf, onder strikte voorwaarden. We stippen kort de belangrijkste punten aan die de wetgever heeft gewijzigd. Het merendeel van de aanpassingen heeft betrekking op de straf onder elektronisch toezicht.

  • Definitie straf onder elektronisch toezicht
Het Strafwetboek gaf tot nog toe geen omschrijving van de straf onder elektronisch toezicht. Volgens de wetgever een vergetelheid, ingegeven door de reeds bestaande kennis en praktijken op het vlak van elektronisch toezicht. Maar omwille van het legaliteitsbeginsel is een wettelijke definitie wel nodig. Volgens het Strafwetboek bestaat een straf onder elektronisch toezicht uit ‘de verplichting om gedurende een door de rechter bepaalde termijn aanwezig te zijn op een bepaald adres, behoudens toegestane verplaatsingen of afwezigheden, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen om dit te controleren, en waaraan voorwaarden worden gekoppeld’.

Tijdens de parlementaire voorbereiding van de tweede Potpourri-wet werden hierbij wel een aantal bemerkingen gegeven. Zo kunnen bijvoorbeeld ook andere controlemiddelen dan elektronische apparatuur worden ingezet (bv. politiepatrouilles).

  • Vervangende straf
De wetgever legt een minimumduur op voor de vervangende straf die door de vonnisrechter wordt opgelegd wanneer de straf onder elektronisch toezicht niet wordt uitgevoerd. Die ontbrak en dat kan problematisch zijn wanneer de duur van de vervangende gevangenisstraf minder of gelijk zou zijn aan de duur van het elektronisch toezicht.

De wet stelt nu uitdrukkelijk dat de duur van de vervangende gevangenisstraf even lang moet zijn als de duur van het elektronisch toezicht. Daarbij staat een dag van de opgelegde straf onder elektronisch toezicht gelijk aan een dag gevangenisstraf.

  • Meer misdrijven uitgesloten van straf onder ET
De lijst met misdrijven waarvoor geen straf onder elektronisch toezicht mag worden opgelegd, wordt aangepast. in eerste instantie om rekening te houden met de wijzigingen die de Potpourri II-wet doorvoert op vlak van correctionalisering. Maar het Strafwetboek stelt voortaan ook expliciet dat de strafrechter de autonome straf onder elektronisch toezicht niet uitspreken voor misdaden die strafbaar zijn met een opsluiting van 20 tot 30 jaar of een levenslange opsluiting. Die verduidelijking komt er om rekening te houden met ‘de strafverminderende verschoningsgronden’. Zonder expliciet verbod zou die bijvoorbeeld toelaten dat ‘een verschoonde moord’ zou kunnen worden gestraft met elektronisch toezicht, wat niet de bedoeling is van de wetgever.

De wetgever zorgt trouwens voor een gelijkaardige wijziging in de procedure van de autonome probatiestraf. De strafrechter mag ook deze straf niet uitspreken voor misdaden die strafbaar zijn met opsluiting van 20 tot 30 jaar of met levenslange opsluiting.

  • Verzachtende omstandigheden
De huidige bepalingen over de minimumduur van de straf onder ET waren te verwarrend en worden daarom aangepast. in eerste instantie wordt uitdrukkelijk aan de wet toegevoegd dat de strafrechter bij het bepalen van de duurtijd van de straf onder ET kan rekening houden met verzachtende omstandigheden. De minimumduur blijft evenwel behouden op 1 maand.

  • Beslissing OM bij niet-uitvoering
Wanneer de straf niet wordt uitgevoerd binnen de 6 maanden door bijvoorbeeld praktische problemen bij de dienst elektronisch toezicht, beslist het Openbaar Ministerie of ze alsnog wordt uitgevoerd dan wel of de vervangende gevangenisstraf wordt opgelegd. Die bepaling is nieuw.

  • Schorsing aanvragen
Als de straf onder elektronisch toezicht 3 maanden bedraagt of langer dan 3 maanden duurt, kan de veroordeelde na een derde van de strafduur de schorsing ervan vragen. Wordt de schorsing toegekend, ondergaat de veroordeelde een proeftijd voor het gedeelte van de straf onder ET dat hij nog moest ondergaan. Het Openbaar Ministerie kan de schorsing herroepen wanneer de algemene of bijzondere voorwaarden niet worden nageleefd.

  • Technische wijzigingen
Tot slot worden nog een hele reeks technische wijzigingen doorgevoerd, zowel in de bepalingen voor de straf onder elektronisch toezicht als de autonome probatiestraf.

Bron:Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016. (art. 42-58 Potpourri II)
Zie ook Wet van 7 februari 2014 tot invoering van het elektronisch toezicht als autonome straf, BS 28 februari 2014. Wet van 10 april 2014 tot invoering van de probatie als autonome straf in het Strafwetboek en tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, BS 19 juni 2014.

Laure Lemmens

Wet tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie

Afkondigingsdatum : 05/02/2016
Publicatiedatum : 19/02/2016

Gepubliceerd op 17-03-2016

  154