Kunstenaars krijgen een duidelijker sociaal statuut

Eind vorig jaar werd het statuut voor kunstenaars versterkt door de artistieke aard van de prestaties en de toepassing van het specifiek regime te koppelen aan een ‘visum kunstenaar’. De bevoegdheid van de Commissie Kunstenaars werd uitgebreid. Nu krijgt een en ander vorm in een uitvoeringsbesluit

RSZ-wet

De RSZ-wet bevat een bijzonder regime voor podiumkunstenaars en scheppende kunstenaars. Men spreekt over een ‘tewerkstelling via 1bis’.

Een verzamelwet heeft eind vorig jaar verduidelijkt dat dit statuut 1bis enkel geldt wanneer men niet kan voldoen aan de voorwaarden om een arbeidsovereenkomst te sluiten. De wetgever heeft het over personen die:

  • niet door een arbeidsovereenkomst verbonden kunnen zijn omdat een of meerdere essentiële elementen van een arbeidsovereenkomst ontbreken;
  • tegen betaling van een loon prestaties leveren of werken produceren van artistieke aard, in opdracht van een natuurlijke persoon of rechtspersoon.

In dat geval is de RSZ-wet van toepassing en wordt de opdrachtgever als werkgever beschouwd.

Uitwerking

Het specifiek visum dat aan het statuut 1bis gekoppeld is, wordt nu verder uitgewerkt in een KB van 26 maart 2014. De bevoegdheid van de commissie werd uitgebreid, maar ook hier moest nog een en ander uitgewerkt worden. Dat is nu gebeurd.

Het nieuwe KB bepaalt dat het ‘visum kunstenaar’ het voorwerp moeten uitmaken van een hernieuwingsaanvraag om de 5 jaar. Bovendien kan het worden ingetrokken door de Commissie Kunstenaars in geval van misbruik of indien de voorwaarden niet worden nageleefd.

Daarnaast krijgt de bevoegde minister de bevoegdheid om het model en de regels voor de aflevering, het bijhouden en het bewaren van het visum, en de informatie die men moet vermelen op het visum in een besluit te omschrijven. Ook de procedure bij verlies, misbruik … moet nog vastgelegd worden.

De Commissie Kunstenaars levert de ‘kunstenaarskaart’ af die recht geeft op een vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen. Deze kaart moet ook om de 5 jaar hernieuwd worden. Maar ook hier moet nog heel wat uitgewerkt worden bij ministerieel besluit. De minister kan ook het bedrag bepalen dat toegekend wordt aan de kunstenaars als terugbetaling van de kosten wegens het ontbreken van een woonplaats.

Commissie

De Commissie Kunstenaars zal geval per geval beoordelen. Ze krijgt een kamer van de Nederlandse taalrol en een kamer van de Franse taalrol. Naast de voorzitter telt iedere kamer volgende leden:

  • een vertegenwoordiger van de Rijksdienst voor sociale zekerheid;
  • een vertegenwoordiger van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen;
  • een vertegenwoordiger van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening;
  • 3 vertegenwoordigers aangewezen door de interprofessionele vakverenigingen;
  • 3 vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties;
  • 3 vertegenwoordigers van de artistieke sector.

Voor elk lid wordt één plaatsvervanger aangewezen. En het mandaat kan worden beëindigd wanneer de leden de vergaderingen van de commissie herhaaldelijk niet hebben bijgewoond zonder verantwoording.

Let op! Elke gemeenschapsregering kan een vertegenwoordiger aanduiden in de kamer van de haar betreffende taalrol. Wanneer de commissie een aanvraag moet behandelen van een kunstenaar die in het Duits taalgebied woont, wordt de vertegenwoordiger aangeduid door de regering van de Duitstalige Gemeenschap.

Voor vragen over de aard van de arbeidsrelatie geldt een apart regime. Dan zetelen de vertegenwoordigers van de artistieke sector en de gemeenschapsvertegenwoordigers niet.

Overstap

Voorlopig blijft het nog wachten op de ‘nieuwe’ commissie. Het KB van 26 maart 2014 treedt, net als de basisbepalingen uit de programmawet van 26 december 2013, retroactief in werking op 1 januari 2014. Maar de bepalingen over de samenstelling van de commissie treden pas in werking op de dag waarop het benoemingsbesluit van de commissieleden in het Staatsblad verschenen is.

Vandaar dat men voorziet in een tijdelijke regeling. Voorlopig mag de huidige Commissie Kunstenaars de kunstenaarskaart verlenen en de verklaring op erewoord ontvangen, en het onvangstbewijs verlenen.

Sanctie

Bij het ontbreken van de kaart of in geval van onvolledige of valse vermeldingen daarop, kunnen noch de kunstenaar, noch de opdrachtgever aanspraak maken op de regeling met vrijstelling voor de kleine vergoedingen tijdens gans het lopend kalenderjaar. In dat geval zijn de kunstenaar en de opdrachtgever onderworpen aan alle takken van de sociale zekerheid.

We kunnen er ook nog wijzen dat de Nationale Arbeidsraad (NAR) in een bijhorend advies de problematiek van de ‘derde betaler’ aangestipt heeft. De NAR vroeg om een verduidelijking om misbruik door opdrachtgevers aan banden te leggen. Vandaar dat het nieuwe KB uitdrukkelijk bepaalt dat die bepaling niet geldt voor de opdrachtgevers van de artistieke sector.

Artistieke aard

Om de artistieke aard van een prestatie of werk vast te stellen, houdt men rekening met de activiteitensector waarin de prestatie of het werk werd gecreëerd of uitgevoerd. Denk hierbij aan plastische kunsten, muziek, literatuur, schouwspelen, theater, choreografie …

Daarnaast beoordeelt de Commissie Kunstenaars de activiteit. Dit gebeurt ‘op basis van een methodologie bepaald in haar huishoudelijk reglement bekrachtigd bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad’. In de Parlementaire Stukken bij de programmawet van eind vorig jaar had men het over ‘een beperkte bevoegdheid van louter technische aard, die geen politieke keuze inhoudt’.

We kunnen er tot slot nog op wijzen dat er een vermoeden speelt bij de behandeling van het dossier. Als de kunstenaar bij zijn aanvraag een verklaring op erewoord over zijn activiteiten bezorgt, wordt hij namelijk verondersteld zijn activiteit overeenkomstig artikel 1bis uit te oefenen. De commissie Kunstenaars kan op verzoek een verklaring van zelfstandige activiteiten afleveren. Via een zelfstandigheidsverklaring bewijst de kunstenaar dat het optreden of de productie niet gebeurt in gelijkaardige socio-economische voorwaarden als die waarin een werknemer zich bevindt tegenover zijn werkgever.

In de ministerraad werd al een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd dat de effectieve en plaatsvervangende leden van de Commissie Kunstenaars benoemt. Zij worden onder meer belast met de uitreiking van de visums en de kaarten.

Bron:Koninklijk besluit van 26 maart 2014 tot aanvulling van het sociaal statuut der kunstenaars en tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van het visum kunstenaar en van de kunstenaarskaart, BS 17 april 2014
Zie ook: Programmawet (I) van 26 december 2013, BS 31 december 2013 (art. 21-24 PW I)

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot aanvulling van het sociaal statuut der kunstenaars en tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van het visum kunstenaar en van de kunstenaarskaart

Afkondigingsdatum : 26/03/2014
Publicatiedatum : 17/04/2014

Gepubliceerd op 30-04-2014

  129