Karaattaks voor diamantsector vanaf aanslagjaar 2016 (art. 67-72 PW2)

De Programmawet van 10 augustus 2015 voert een ‘karaattaks’ in voor de diamantsector. Geregistreerde diamanthandelaars zullen een taks moeten betalen op 0,55% van de totale omzet die ze halen uit de diamanthandel. De regeling krijgt als officiële benaming het ‘Diamant Stelsel’.

De Regering belast dus niet langer de werkelijke en moeilijk te controleren winst van de diamantondernemingen, maar een vast forfait.

De Raad van State betwijfelt of de ‘karaattaks’ niet moet beschouwd worden als Europese verboden staatssteun. Daarom voert de Regering de maatregel pas in als de Europese Commissie heeft beslist dat het Diamant Stelsel geen onverenigbare staatssteun is (art. 107, VWEU).

Belastbaar resultaat

Het belastbaar resultaat van de diamanthandel van de geregistreerde diamanthandelaars wordt, in afwijking van het WIB 1992, forfaitair vastgesteld op basis van de omzet uit die diamanthandel. Dit uitsluitend om de nettowinst vast te stellen die voortkomt uit de diamanthandel.

Diamant Stelsel

Het ‘Diamant Stelsel’ bepaalt het forfaitair belastbaar resultaat voor de diamanthandel (karaattaks).

Voor een geregistreerde diamanthandelaar:

  • die ruwe diamanten verhandelt die voortkomen uit de eigen uitbating van een diamantmijn of eigen winning van alluviale diamant, of
  • die als verbonden vennootschap (art. 11, W.Ven.) deel uitmaakt van een vennootschapsgroep waarbinnen zich de uitbating van een diamantmijn of de winning van alluviale diamant situeert, en
  • die tussenkomt bij de verhandeling naar de markt toe van deze gewonnen diamant via diamantverkopen in eigen naam,
geldt het Diamant Stelsel voor de verkopen van deze zelf of binnen de vennootschapsgroep gewonnen diamant, enkel als de geregistreerde diamanthandelaar voor dit stelsel opteert bij het indienen van zijn fiscale aangifte.

Deze optie geldt voor een vaste termijn van 3 opeenvolgende aanslagjaren.

Bedraagt de boekhoudkundig vastgestelde nettowinst van het belastbaar tijdperk omwille van diefstal, faillissement van een klant of faillissement van de diamanthandelaar minder dan de forfaitair vastgestelde nettowinst, dan wordt het belastbaar resultaat voor het belastbare tijdperk vastgesteld met toepassing van de gewone regels van het WIB 1992, zonder toepassing van het Diamant Stelsel.

Heeft de geregistreerde diamanthandelaar naast omzet uit de diamanthandel ook nog inkomsten uit andere activiteiten of actiefbestanddelen waarop het Diamant Stelsel niet van toepassing is, dan moet hij voor al deze activiteiten afzonderlijke rekeningen houden. Deze rekeningen moeten de totale gerealiseerde omzet uit de diamanthandel eenduidig tot uitdrukking brengen. De specifieke kosten voor de andere activiteiten moeten correct kunnen toegerekend worden aan deze activiteiten. Is er geen specifieke toewijzing van kosten mogelijk, dan wordt het bedrag van de kosten die niet specifiek verbonden zijn aan andere activiteiten, forfaitair opgesplitst in functie van de verhouding tussen de omzet uit de diamanthandel en de bruto inkomsten van deze andere activiteiten.

Een diamanthandelaar die verplicht is om het bedrag van zijn voorraadherwaardering aan te houden op een afzonderlijke geblokkeerde reserverekening, en deze verplichting niet nakomt, zal toch belast worden volgens het Diamant Stelsel.

Vaststelling forfait

Geregistreerde diamanthandelaars zullen een taks moeten betalen op 0,55% van de totale omzet die ze halen uit de diamanthandel.

Het percentage dat wordt gebruikt om de onder het Diamant Stelsel belastbare grondslag vast te stellen, gaat uit van een normale bedrijfsvoering, waarbij aan de bedrijfsleider van de vennootschap een gebruikelijke bezoldiging uitbetaald wordt.

Betaalt de vennootschap zo’n gebruikelijke bezoldiging niet uit, dan moet het forfaitair vastgestelde bedrag van het belastbaar resultaat verhoogd worden met het verschil tussen de gebruikelijke bezoldiging (rekening houdend met de omvang van de onderneming), en de werkelijk betaalde bezoldiging. Zijn er binnen een vennootschap of Belgische inrichting verschillende personen actief als bedrijfsleider, dan wordt de bedrijfsleider die de hoogste bezoldiging ontvangt in aanmerking genomen voor de berekening van deze toevoeging.

De vooropgestelde referentiebezoldiging wordt vastgesteld in functie van de omzet uit de diamanthandel en bedraagt (geïndexeerde bedragen voor aj. 2016 tussen haakjes):

  • € 19.645 (€ 30.000) voor een omzet tot maximaal € 1.620.720 (€ 2.475.000);
  • € 32.745 (€ 50.000) voor een omzet van meer dan € 1.620.720 (€ 2.475.000) tot maximaal € 8.103.595 (€ 12.375.000);
  • € 49.110 (€ 75.000) voor een omzet van meer dan € 8.103.595 (€ 12.375.000) tot maximaal € 16.207.190 (€ 24.750.000);
  • € 65.485 (€ 100.000) voor een omzet van meer dan € 16.207.190 (€ 24.750.000) tot maximaal € 32.414.380 (€ 49.500.000);
  • € 81.855 (€ 125.000) voor een omzet van meer dan € 32.414.380 (€ 49.500.000) tot maximaal € 48.621.570 (€ 74.250.000);
  • € 98.225 (€ 150.000) voor een omzet van meer dan € 48.621.570 (€ 74.250.000).

Aftrek voor risicokapitaal en overdraagbare verliezen

Vennootschappen en Belgische inrichtingen die het Diamant Stelsel toepassen, kunnen niet genieten van de aftrek voor risicokapitaal, noch van de overgedragen aftrek voor risicokapitaal. Zij kunnen ook geen overdraagbare verliezen aftrekken van het belastbaar resultaat, tenzij ze aantonen dat deze verliezen voortkomen uit andere verrichtingen dan de diamanthandel en dat ze uitsluitend afgetrokken worden van het gedeelte van het belastbaar resultaat dat niet voortkomt uit de diamanthandel.

Investeringsaftrek

Aangezien in het Diamant Stelsel geen investeringsaftrek kan worden afgetrokken van het in België belastbare resultaat behaald uit de diamanthandel - en het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling als alternatief geldt voor de eenmalige of gespreide investeringsaftrek (eenmaal de belastingplichtige heeft geopteerd voor het belastingkrediet voor O&O kan hij geen aanspraak meer maken op de eenmalige investeringsaftrek) – voorziet de programmawet dat het belastingkrediet voor vaste activa die worden gebruikt voor het uitoefenen van de activiteit van geregistreerd diamanthandelaar, niet verrekenbaar is met de Ven.B. of met de BNI voor het aanslagjaar verbonden aan het belastbaar tijdperk waarvoor het Diamant Stelsel van toepassing is.

Omzet gerealiseerd door bona fide diamanthandelaars

De regeling voor het vaststellen van het belastbaar resultaat uit diamanthandel is niet van toepassing op het resultaat verbonden aan de omzet waarvan de belastingadministratie op grond van concrete criteria aantoont dat deze werd gerealiseerd via andere dan oprechte en gebruikelijke diamantverhandelingen.

In werking

Deze nieuwe maatregelen treden in werking vanaf aanslagjaar 2016. Dit op voorwaarde dat de Europese Commissie beslist dat het Diamant Stelsel geen onverenigbare staatsteun is als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De minister van Financiën maakt de vervulling van deze voorwaarde bekend via een bericht in het Belgisch Staatsblad.

Om te vermijden dat vennootschappen de afsluitdatum van hun boekjaar kunstmatig zouden wijzigen, heeft elke wijziging die vanaf 30 maart 2015 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, geen invloed op de nieuwe regels die van toepassing zijn vanaf het aanslagjaar 2016.

Bron:Programmawet van 10 augustus 2015, BS 18 augustus 2015 – art. 67-72
Zie ook: Wet van 26 november 2006 houdende een begeleidingsmaatregel voor de voorraadactualisering door de erkende diamanthandelaars, BS 5 december 2006.

Christine Van Geel

Programmawet

Afkondigingsdatum : 24/07/2015
Publicatiedatum : 18/08/2015

Gepubliceerd op 20-08-2015

  270