Juridisch kader voor steun aan projecten gefinancierd uit ‘Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling’ en ‘Europees Sociaal Fonds’

De Vlaamse Regering legt in haar besluit van 25 september 2015 de juridische basis voor steun aan projecten in het kader van het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds (ESF).

Projecten

Het wettelijk kader geldt voor projecten onder de hiernavolgende programma’s, die de Vlaamse Regering heeft goedgekeurd:

  • het Vlaamse Operationele Programma "Investeringen in Groei en Jobs", gefinancierd uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2014-2020;
  • de Operationele Programma's "Europese Territoriale Samenwerking", gefinancierd uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2014-2020, en
  • het Vlaamse Operationeel Programma Europees Sociaal Fonds.

Comité van toezicht en managementautoriteit

Het comité van toezicht van elk programma bepaalt de selectieprocedure en -criteria waaraan een project moet voldoen om in aanmerking te komen voor steun. De managementautoriteit van elk programma:

  • beslist op basis van de modaliteiten, prioriteiten, selectiecriteria en het beschikbare budget van het programma welke projecten in aanmerking komen voor steun;
  • staat in voor de uitvoering van de toegekende ondersteuning. De uitvoeringsbepalingen worden opgenomen in elk individueel subsidiecontract.

Steun niet onderworpen aan staatssteunregels

Steun aan entiteiten die geen ondernemingen zijn, is niet onderworpen aan de staatssteunregels. Op deze steun zijn de regels van het programma van toepassing, vermeld in de gemeenschappelijke structuurfondsenverordening, de ETS-verordening, de EFRO-verordening of de ESF-verordening.

De managementautoriteit beslist over de toekenning van deze steun. Ze kan beslissen om een lager steunpercentage toe te staan dan het maximale dat is toegestaan volgens de programmaregels.

Staatssteun aan ondernemingen

Als er staatssteun wordt verleend, moet dit aan de organisatie meegedeeld worden. Het Agentschap Ondernemen (vanaf 1 januari 2016 ‘Agentschap voor Innoveren en Ondernemen’) of de managementautoriteit ESF brengen de onderneming daarvan schriftelijk op de hoogte.

De managementautoriteit moet alle projecten goedkeuren. Ze kan beslissen om een steunbedrag of steunpercentage toe te kennen dat lager is dan het maximaal toegelaten steunbedrag of -percentage, conform de staatssteunregels.

Conform de algemene groepsvrijstellingsverordeningDe managementautoriteit beslist over de toekenning van de staatssteun. Ze kan oordelen dat de staatssteun verenigbaar is met andere bepalingen van de algemene groepsvrijstellingsverordening dan degene die de basis vormen voor de toekenning van de staatssteun. De staatssteun wordt verleend binnen de maximale grenzen van de algemene groepsvrijstellingsverordening. De managementautoriteit controleert of alle modaliteiten van de algemene groepsvrijstellingsverordening worden nageleefd.

De onderneming mag op de indieningsdatum van de steunaanvraag geen onderneming in moeilijkheden zijn, en mag geen procedure op basis van Europees recht hebben lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.

Er wordt alleen staatssteun verleend als het stimulerend effect van deze steun wordt aangetoond. De managementautoriteit beslist hierover.

Conform de-minimisverordeningAls de voorwaarden voor de toekenning van staatssteun aan ondernemingen conform de algemene groepsvrijstellingsverordening niet zijn voldaan, kan de managementautoriteit de ondernemingen staatssteun verlenen onder de voorwaarden, vermeld in de de-minimisverordening.

Conform de DAEB-de-minimisverordening of het DAEB-besluit Als de Vlaamse Regering de dienstverlening beschouwt als een dienst van algemeen economisch belang, dan kan de managementautoriteit een een financiële compensatie voor de uitvoering van een dienst toekennen aan ondernemingen. Dit onder de voorwaarden vermeld in de DAEB-de-minimisverordening of in het DAEB-besluit.

Aanmelding bij de Europese CommissieDe managementautoriteit kan, op voorwaarde van aanmelding bij de Europese Commissie, steun verlenen aan ondernemingen die rechtstreeks gebaseerd is op artikel 107 van het EU- verdrag, als de steun niet ressorteert binnen de bepalingen van de algemene groepsvrijstellingsverordening, de de-minimisverordening, de DAEB-de-minimisverordening, of het DAEB-besluit.

Uitbetaling, terugvordering en controle

De managementautoriteit bepaalt de modaliteiten voor de uitbetaling en terugvordering, vermeld in deel vier, titel I, van de gemeenschappelijke structuurfondsenverordening.

De afdeling Inspectie en Ondersteuning van het Agentschap Ondernemen controleert de steun en staatssteun die toegekend is op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2015 in het kader van de EFRO-verordening en de ETS-verordening.

De afdeling Toezicht en Handhaving van het Departement Werk en Sociale Economie is bevoegd om alle controles uit te voeren rond de steun en staatssteun toegekend op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2015, in het kader van de ESF-verordening. Deze controle verloopt met toepassing van de bepalingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.

In werking

Het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2015 treedt retroactief in werking op 1 september 2015.

Bron:Besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2015 betreffende steun aan projecten in het kader van het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds, BS 21 oktober 2015.
Zie ook: – Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, PB.L. 20 december 2013, afl. 347, 320 (gemeenschappelijke structuurfondsenverordening) – Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling "Europese Territoriale Samenwerking", PB.L. 20 december 2013, afl. 347, 259 (ETS verordening)– Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling "Investeren in groei en werkgelegenheid", en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PB.L. 20 december 2013, afl. 347, 289 (EFRO verordening). – Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad, PB.L. 20 december 2013, afl. 347, 470 (ESF verordening). – Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PB.L. 26 juni 2014, afl. 187, 1 (algemene groepsvrijstellingsverordening). – Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, PB.L. 24 december 2013, afl. 352, 1 (de-minimisverordening). – Verordening (EU) nr. 360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen, PB.L. 26 april 2012, afl. 114, 8 (DAEB de-minimisverordening). – Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen PB.L. 11 januari 2011, afl. 7, 3 (DAEB besluit).

Christine Van Geel

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende steun aan projecten in het kader van het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds

Afkondigingsdatum : 25/09/2015
Publicatiedatum : 21/10/2015

Gepubliceerd op 22-10-2015

  98