Jeugdbeschermingswet hersteld zolang Vlaams jeugddelinquentierecht nog niet volledig in werking is

Decreet houdende wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade en het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de overgangsbepalingen betreft

Sinds 1 september 2019 heeft Vlaanderen een eigen jeugddelinquentierecht. Die eigen Vlaamse regeling heeft ervoor gezorgd dat een heel pak artikelen van de jeugdbeschermingswet niet meer van toepassing zijn. Maar Vlaanderen komt hierop nu gedeeltelijk terug omdat een aantal zaken van het nieuwe jeugddelinquentierecht nog niet in werking zijn.

Het herstel van de bepalingen van de jeugdbeschermingswet – hier en daar wel lichtjes aangepast – is vooral nodig omdat de nieuwe Vlaamse regels rond de gesloten oriëntatie en de gesloten begeleiding in de gemeenschapsinstellingen nog niet in werking zijn. De decreetgever wil die maatregelen gefaseerd in werking laten treden, in functie van de realisatie van de nodige randvoorwaarden. En tot zolang wordt er teruggevallen op de ‘oude’ regels voor plaatsing in de gemeenschapsinstellingen. Om die overgangsperiode zorgzaam te overbruggen, zijn er wel enkele verduidelijkingen en reparaties bij de oude plaatsingsregels.

Ook de langdurige begleiding van maximaal twee, vijf of zeven jaar in de gemeenschapsinstelling – dat laatste als alternatief voor uithandengeving – is nog niet in werking. De uithandengeving zoals voorzien in de jeugdbeschermingwet wordt daarom – gedurende de overgangsperiode – hersteld. Terroristische misdrijven en ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht zijn nieuwe gronden voor uithandengeving en de wetten rond de interne en externe rechtspositie van gedetineerden zijn voortaan van toepassing bij een uithandengeving.

Het nieuwe decreet van 24 september 2019 is in werking getreden op 1 september 2019

Bron: Decreet van 24 september 2019 houdende wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade en het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de overgangsbepalingen betreft, BS 1 oktober 2019
Ilse Vogelaere
  35