Jager met vuurwapen heeft altijd jachtverlof nodig (art. 15-17 en 174 DB Omgeving)

Wie met een geweer jaagt, moet een jachtverlof hebben, zegt het Jachtdecreet. Maar datzelfde decreet liet nog één uitzondering toe, namelijk in het kader van het bijzonder regime van de wildbestrijding. Die uitzondering wordt nu geschrapt. Dat is overigens maar één van de vele wijzigingen die het jongste diversebepalingendecreet doorvoert in het Jachtdecreet.

Geen vuurwapen zonder jachtverlof

Zowel bij de gewone jacht, als bij de bijzondere jacht is een jachtverlof nodig om met een vuurwapen te mogen jagen. Maar dat was niet het geval bij de bestrijding van wild. Een eigenaar of grondgebruiker – en zijn inwonende familieleden – mogen wild dat schade veroorzaakt aan hun gewassen, bossen of eigendommen immers terugdrijven, en, als dat niet lukt, mogen zij dat wild doden of laten doden.

Dat mag met vuurwapens en andere methodes. Zelfs zonder jachtverlof. Op voorwaarde dat de eigenaar of grondgebruiker een verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid heeft gesloten.

De decreetgever meent echter dat het schieten van jachtwild dat schade veroorzaakt, in wezen niet verschilt van het schieten van jachtwild in het kader van de gewone, of de bijzondere jacht. En dus moeten de bestrijders die een vuurwapen willen gebruiken, vanaf nu ook in het bezit zijn van een jachtverlof. Zo’n jachtverlof bewijst immers dat de bestrijders over de vereiste kennis en vaardigheden beschikken om met een vuurwapen te kunnen omgaan.De verplichting om een verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid te hebben bij bestrijding wordt geschrapt.

Niet meer naar het OCMW

Wild dat gedood wordt in het kader van een bestrijding, moet overhandigd worden aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar de bestrijding plaats vindt, staat er in het Jachtdecreet.

Maar die bepaling is “niet meer van deze tijd”, aldus de toelichting bij het ontwerp van diversebepalingendecreet. De regels op de voedselveiligheid en het verwerken van dierlijk afval zijn zo streng geworden dat de OCMW’s niet meer geïnteresseerd zijn in de kadavers.De verplichting om wild dat gedood wordt in het kader van wildbestrijding, af te geven aan het OCMW, wordt dan ook geschrapt.

Het diversebepalingendecreet zegt niet wat er dan wél met dat wild moet gebeuren, maar in de toelichting lezen we dat de houders van een jachtverlof die de bestrijding uitvoeren, wel zullen “weten hoe zij moeten omgaan” met het gedode wild…

Wilde konijnen zijn ook ‘jachtwild’

Binnen het regime van de wildbestrijding mogen de grondgebruikers (niet: eigenaars) en de personen aan wie zij daartoe opdracht geven, te allen tijde wilde konijnen vangen en doden.

De decreetgever vindt echter dat er geen reden meer is om wilde konijnen anders te behandelen dan ander schadelijk wild, en dus wordt dit afwijkende regime geschrapt.

Wie konijnen en wilde konijnen wil terugdrijven of afschieten, moet zich voortaan houden aan de gewone regels van de bestrijding.Dat betekent onder meer dat er alleen nog tussen zonsopgang en zonsopgang mag worden bestreden, en niet meer “te allen tijde”.

Verboden afsluitingen te vernielen

Afsluitingen die geplaatst werden om het binnenkomen en buitengaan van konijnen tegen te gaan, mogen niet vernield worden. Men mag er ook geen gat in maken zodat de konijnen er gemakkelijker door, onder of boven kunnen passeren. Zo staat het momenteel in het Jachtdecreet.

Het diversebepalingendecreet maakt die voorschriften van toepassing op alle soorten jachtwild, en niet alleen op wilde konijnen.

Het is dus voortaan verboden om afsluitingen die het in- en uitgaan van wild moeten beletten, kwaadwillig te vernielen of te beschadigen. Het is ook verboden om kwaadwillig in die afsluitingen een opening te maken of het doorgaan van wild door, onder of boven de afsluitingen op enige manier te vergemakkelijken.

Arrondissementscommissaris verdwijnt

Het diversepalingendecreet schrapt elke verwijzing naar de arrondissementscommissaris uit het Jachtdecreet.

De arrondissementscommissaris is een adjunct van de provinciegouverneur, en is als dusdanig verantwoordelijk voor de jacht (art. 1, 2° van het Jachtadministratiebesluit). Bij hem moeten de jachtrechthouders een plan van hun jachtterrein indienen, en het is ook de arrondissementscommissaris die bevoegd is om een jachtverlof te weigeren of in te trekken.

Naar de arrondissementscommissaris wordt er voortaan verwezen met de zeer algemene omschrijving van ‘de door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaar’.

De Vlaamse regering heeft zich immers voorgenomen om geen nieuwe arrondissementscommissarissen meer te benoemen. Volgens het Witboek Interne Staatshervorming zullen de taken van de arrondissementscommissarissen overgeheveld worden naar nieuw op te richten ‘diensten van de provinciegouverneurs’ (Witboek, p. 105).

In werking op: 8 januari 2016.

Bron:Decreet van 18 december 2015 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie, BS 29 december 2015 (art. 15-17en 174 DB Omgeving).
Zie ook: Jachtdecreet van 24 juli 1991, BS 7 september 1991 (art. 7 en art. 22-23 van het Jachtdecreet).

Carine Govaert

Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie

Afkondigingsdatum : 18/12/2015
Publicatiedatum : 29/12/2015

Gepubliceerd op 07-01-2016

  79