Jaarrekening kredietinstellingen en beleggingsondernemingen: verslaggeving per land verplicht vanaf 1 januari 2015

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die in verschillende landen een vestiging hebben, zijn verplicht om in de toelichting bij hun (geconsolideerde) jaarrekening die gepubliceerd wordt vanaf 1 januari 2015, extra informatie mee te delen en die op te splitsen per land. Dit om de transparantie te versterken van hun activiteiten in de landen waar ze een vestiging hebben.

Statutaire jaarrekening

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen moeten in de toelichting bij hun jaarrekening voortaan een nieuwe staat “XXXI. Informatie uitgesplitst naar land” opnemen, met daarin volgende informatie voor het afgelopen boekjaar, uitgesplitst naar lidstaat en naar derde land waarin ze een vestiging hebben:

  • A. hun benaming(en), de aard van hun activiteiten en hun geografische locatie (betrokken land);
  • B. hun omzet;
  • C. hun aantal werknemers in voltijdse equivalenten;
  • D. hun winst (verlies) vóór belastingen;
  • E. de belastingen op het resultaat;
  • F. de ontvangen overheidssubsidies.

Met ‘het (de) land(en) waarin de instelling een vestiging heeft’, bedoelt men hier de landen waar de kredietinstelling of beleggingsonderneming over een bijkantoor, een dochteronderneming of een gemeenschappelijke dochteronderneming beschikt.

Onder ‘omzet’ wordt verstaan, de som van volgende rubrieken: rubriek ‘I. Renteopbrengsten en soortgelijke opbrengsten waaronder: uit vastrentende waardepapieren’, rubriek ‘III. Opbrengsten uit niet-vastrentende effecten’, rubriek ‘IV. Ontvangen provisies’, en rubriek ‘VI. Winst (Verlies) uit financiële transacties’ van het schema van de winst- en verliesrekening.

De ‘winst (het verlies) vóór belastingen’ stemt overeen met het bedrag opgenomen in rubriek XIX. van het schema van de winst- en verliesrekening.

Het zijn de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 3 van verordening (EU) nr. 575/2013 die de nieuwe staat “XXXI. Informatie uitgesplitst naar land” moeten invullen.

De voornoemde kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die een geconsolideerde jaarrekening opstellen en publiceren volgens het ‘KB van 23 september 1992 op de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging’, moeten de nieuwe staat XXXI. niet invullen.

Geconsolideerde jaarrekening

Kredietinstellingen en beleggingsondernemingen moeten in de toelichting bij hun geconsolideerde jaarrekening voortaan, naast de vermeldingen voorgeschreven door de goedgekeurde internationale boekhoudnormen, en voor zover ze niet door die standaarden worden opgelegd, de volgende informatie opnemen, voor het afgelopen boekjaar, uitgesplitst naar lidstaat en naar derde landen waarin ze zijn gevestigd (nieuw art. 6bis, KB van 23 september 1992, ingevoegd bij art. 3, KB van 27 november 2014):

  • A. hun benaming(en), de aard van hun activiteiten en hun geografische locatie (betrokken land);
  • B. hun omzet;
  • C. hun aantal werknemers in voltijdse equivalenten;
  • D. hun winst (verlies) vóór belastingen;
  • E. de belastingen op het resultaat;
  • F. de ontvangen overheidssubsidies.

De landen waarvoor de informatie moet worden gegeven, zijn de landen waarin de kredietinstelling of beleggingsonderneming rechtstreeks of onrechtstreeks gevestigd is via entiteiten die opgenomen zijn in de consolidatiekring (art. 5, KB van 23 september 1992).

De kredietinstellingen of beleggingsondernemingen specificeren, achter de voornoemde gegevens, de voor hun berekening gehanteerde definities. Die definities moeten in overeenstemming zijn met hun geconsolideerde jaarrekening.

De verplichting om deze extra informatie op te nemen in hun geconsolideerde jaarrekening geldt alleen voor de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 3 van verordening (EU) nr. 575/2013.

In werking

De bijkomende informatie die de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen verplicht moeten publiceren, moet bekend gemaakt worden in de toelichting van de jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening gepubliceerd vanaf 1 januari 2015.

Voor een kredietinstelling of beleggingsonderneming die haar jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening afsluit op 31 december zal de eerste publicatie van deze informatie dus moeten gebeuren in de toelichting bij haar (geconsolideerde) jaarrekening die wordt afgesloten op 31 december 2014.

Het KB van 27 november 2014 treedt in werking op 31 december 2014. Het zet artikel 89 van richtlijn 2013/36/EU om in Belgisch recht.

Bron:Koninklijk besluit van 27 november 2014 tot wijziging van de koninklijke besluiten op de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, BS 5 december 2014.
Zie ook: – Koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, BS 6 oktober 1992 – Bijlage, Hoofdstuk I ‘De jaarrekeningen’, Afdeling 3. ‘Vermeldingen op te nemen in de toelichting’Koninklijk besluit van 23 september 1992 op de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, BS 6 oktober 1992 – Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, Pb.L. 27 juni 2013, afl. 176; err., Pb.L. 2 augustus 2013, afl. 208 – art. 89– Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, Pb.L. 27 juni 2013, afl. 176; err., Pb.L. 2 augustus 2013, afl. 208; err., Pb.L. 30 november 2013, afl. 321 - art. 4, lid 1, punt 3

Christine Van Geel

Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten op de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging

Afkondigingsdatum : 27/11/2014
Publicatiedatum : 05/12/2014

Gepubliceerd op 12-12-2014

  143