Inwerkingtreding verjaringsregels voor terugvordering kinderbijslag gecorrigeerd

De verjaringstermijn van 1 jaar voor de terugvordering van onverschuldigde betalingen bij een vergissing van de kinderbijslaginstelling werd geschrapt door een programmawet van 28 juni 2013. Er kwamen ook strengere verjaringsregels bij fraude met sociale uitkeringen.

De datum van inwerkingtreding van de nieuwe regels werd onlangs vastgepind op 1 januari 2014, ‘wat betreft vanaf die datum betekende onverschuldigde betalingen’. En dat blijft zo.

Maar sommige bepalingen omtrent het globaal beheer van de sociale zekerheid zijn niet langer van toepassing voor de niet-terugbetaalde onverschuldigde bedragen met betrekking tot periodes vanaf 1 juli 2014. Dat moet 1 januari 2015 zijn. De correctie wordt doorgevoerd met een erratum.

Ook de bepalingen over fraude zijn in werking getreden op 1 januari 2014, behalve:

  • ‘waar men een artikel 120bis, derde lid, tweede zin, van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders invoegt, in welk geval het uitwerking heeft op 1 augustus 2013;
  • waar men een artikel 9, tweede lid, tweede zin, in de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag invoegt, in welk geval het uitwerking heeft op 1 augustus 2013’.

Die laatste verwijzing blijkt ook fout te zijn en wordt nu vervangen door ‘artikel 9, § 1, derde lid, tweede zin. Het gaat om een zuiver juridische correctie.

Bron:Koninklijk besluit van 22 mei 2014 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van sommige bepalingen van de programmawet van 28 juni 2013. Erratum, BS 4 augustus 2014
Zie ook: Programmawet van 28 juni 2013, BS 1 juli 2013 (art. 42, 43, 44, 46, 47, 48, 49 en 57 PW)

Steven Bellemans

Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van sommige bepalingen van de programmawet van 28 juni 2013

Afkondigingsdatum : 22/05/2014
Publicatiedatum : 30/06/2014

Gepubliceerd op 06-08-2014

  343