Interestvoet bij betalingsachterstand in handelstransacties voor eerste semester 2016

De interestvoet die van toepassing is voor achterstallige betalingen bij handelstransacties bedraagt vanaf 1 januari 2016 tot 30 juni 2016 (eerste semester 2016) 8,50%. Hij bleef ongewijzigd ten opzichte van de interestvoet die gold voor het tweede semester van 2015.

Voor leveringen, diensten én werken

Het regime van de betalingsachterstand bij handelstransacties is sinds 16 maart 2013 van toepassing op elke transactie tegen betaling:

  • tussen ondernemingen onderling (ook tussen vrije beroepers); of
  • tussen ondernemingen en overheidsinstanties, waarbij de overheidsinstantie de schuldenaar is.
Bovendien moet die transactie leiden tot:
  • het leveren van goederen;
  • het verrichten van diensten; of
  • het ontwerp en de uitvoering van openbare werken en bouw- en civieltechnische werken.

De ‘wet van 2 augustus 2002 over de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties’ geldt alleen bij transacties tussen ondernemingen en overheden als de algemene regels op de overheidsopdrachten niet spelen (dus als het gaat om ‘kleine opdrachten’; dat zijn opdrachten die onder de drempel van 8.500 euro, excl. btw, blijven). De regels op de betalingsachterstand bij handelstransacties gelden niet bij transacties tussen ondernemingen en consumenten. En ze zijn ook niet van toepassing op niet-commerciële transacties, zoals het uitbetalen van prijzen, subsidies of schadevergoedingen, of het betalen van fiscale of sociale schulden.

De wet van 2 augustus 2002 is van toepassing op betalingen in uitvoering van overeenkomsten gesloten, vernieuwd of verlengd vanaf 16 maart 2013. Ze was ook van toepassing op betalingen in uitvoering van lopende overeenkomsten gedurende 2 jaar, te rekenen vanaf 16 maart 2013.

Betalingstermijn van 30 of 60 dagen

Als er in de overeenkomst geen betalingstermijn werd afgesproken, dan moet de factuur binnen de 30 dagen betaald worden. Die termijn begint te lopen:

  • vanaf de ontvangst van de factuur,
  • vanaf de ontvangst van de goederen of diensten of het uitvoeren van de werken, of
  • na aanvaarding of controle ervan, en ten laatste vanaf het aflopen van de verificatietermijn.

Ondernemingen blijven volledig vrij om een langere betalingstermijn af te spreken in hun contracten.

Dat is niet zo voor de overheden. Overheidsinstanties, zoals gemeenten, provincies, OCMW’s, departementen of agentschappen, moeten zich houden aan de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen. Overheden kunnen alleen een langere betalingstermijn afspreken “als dit objectief wordt gerechtvaardigd door de bijzondere aard of door bepaalde elementen van de overeenkomst”. Maar ook dan mag de betalingstermijn niet meer dan 60 kalenderdagen bedragen.

Voor bepaalde gezondheidsorganisaties – zoals ziekenhuizen of rusthuizen – bedraagt de betalingstermijn d’office 60 kalenderdagen, zonder dat die termijn verlengd kan worden.

Overheidsbedrijven, zoals Proximus of bpost, vallen onder het soepeler stelsel van de ondernemingen. Niet onder dat van de overheidsinstanties.

Het blijft voor alle partijen mogelijk om in termijnen te betalen. De verwijlinterest wordt dan alleen berekend op de bedragen die te laat gestort werden.

Forfait voor invorderingskosten

De schuldeiser die geconfronteerd wordt met een laattijdige betaling, heeft automatisch recht heeft op een forfait van 40 euro voor invorderingskosten. Van rechtswege en zonder ingebrekestelling.

Interestvoeten 2015

De interestvoeten voor achterstallige betalingen bij handelstransacties die tijdens het eerste semester van 2015 van toepassing waren, bedroegen:

  • vanaf 1 januari 2015 tot en met 15 maart 2015: 7,50% voor overeenkomsten gesloten vóór 16 maart 2013, en
  • vanaf 1 januari 2015 tot 30 juni 2015: 8,50% voor overeenkomsten gesloten, vernieuwd of verlengd vanaf 16 maart 2013;
  • vanaf 1 juli 2015 tot 31 december 2015: 8,50%.

Bron:Mededeling over de interestvoet die van toepassing is in geval van betalingsachterstand bij handelstransacties, BS 1 februari 2016.
Zie ook:– Mededeling over de interestvoet die van toepassing is in geval van betalingsachterstand bij handelstransacties, BS 13 augustus 2015. – Mededeling over de interestvoet die van toepassing is in geval van betalingsachterstand bij handelstransacties, BS 16 maart 2015. – Koninklijk besluit van 25 april 2014 tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van artikel 5 van de wet van 22 november 2013 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, BS 4 juni 2014. – Wet van 22 november 2013 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, BS 10 december 2013. – Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, BS 7 augustus 2002 (art. 5)

Christine Van Geel

Mededeling over de interestvoet die van toepassing is in geval van betalingsachterstand bij handelstransacties

Afkondigingsdatum : 01/02/2016
Publicatiedatum : 01/02/2016

Gepubliceerd op 03-02-2016

  187