Intercommunales niet meer automatisch vrijgesteld van vennootschapsbelasting (art. 17-27 PW 2015)

Tot nog toe waren intercommunales, samenwerkingsverbanden en projectverenigingen uitdrukkelijk vrijgesteld van vennootschapsbelasting (Ven.B.). Daardoor waren ze automatisch onderworpen aan de rechtspersonenbelasting (RPB) (art. 180, 1° en art. 220, 2°, WIB 1992).

Maar de Programmawet van 29 december 2014 schrapt nu de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting (opheffing art. 180, 1°, WIB 1992; art. 17, PW 2015).

Daardoor moeten intercommunales, samenwerkingsverbanden en projectverenigingen voortaan, net als andere rechtspersonen, om aanspraak te kunnen maken op de rechtspersonenbelasting, aan de voorwaarden van artikel 220, 3° van het WIB 1992 voldoen. Een intercommunale, een samenwerkingsverband of een projectvereniging kan dus enkel aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn als ze “in België haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of beheer heeft, en geen onderneming exploiteert of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt, of ingevolge artikel 181 en 182 WIB 1992, niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen”.

Dividenden

Dividenden van deze intercommunales, samenwerkingsverbanden en projectverenigingen genoten tot nog toe een voorkeursbehandeling inzake DBI-aftrek. De Programmawet 2015 heft ook deze voorkeursbehandeling op (opheffing art. 202, § 2, lid 3, 2° en art. 203, § 2, WIB 1992 door resp. art. 18 en art. 19, PW 2015).

Daarnaast schrapt de Programmawet 2015 ook de bijzondere belasting die in hoofde van intercommunales, samenwerkingsverbanden en projectverenigingen verschuldigd was op het bedrag van de dividenden die ze uitbetalen (schrapping art. 224, art. 225, lid 2, 6° en art. 226, WIB 1992 door resp. art. 20, art. 21 en art. 22, PW 2015).

Ten slotte schrapt de Programmawet 2015 ook de vrijstelling van roerende voorheffing (wijziging art. 264, lid 1, 1°, WIB 1992 door art. 24, PW 2015) die tot nog toe gold:

  • als dividenden verleend of toegekend werden aan intercommunales, samenwerkingsverbanden en projectverenigingen, waarvan de aandelen uitsluitend eigendom waren van de Staat, de Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van gemeenten, gemeenten en OCMW’s, of
  • wanneer de intercommunales, samenwerkingsverbanden en projectverenigingen dividenden toekenden aan een ander(e) intercommunale, samenwerkingsverband of projectvereniging.

Van RPB naar Ven.B.

De Programmawet 2015 bevat ook gedetailleerde voorwaarden voor de overgang van een intercommunale, een samenwerkingsverband of een projectvereniging naar de vennootschapsbelasting (art. 26, PW 2015). Het gaat hierbij om voorschriften met betrekking tot gestort kapitaal, gereserveerde winsten, kosten (voorzieningen voor risico’s en kosten), definitieve verliezen op activa, afschrijvingen en min- of meerwaarden op activa, en geboekte verliezen.

In werking

Deze nieuwe regeling treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2015 en is van toepassing op de boekjaren die ten vroegste op 1 juli 2015 worden afgesloten.

Elke wijziging die vanaf 1 november 2014 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is in dit verband zonder uitwerking.

Bron:Programmawet van 19 december 2014, BS 29 december 2014 (PW 2015) – art. 17 tot en met art. 27

Christine Van Geel

Programmawet

Afkondigingsdatum : 19/12/2014
Publicatiedatum : 29/12/2014

Gepubliceerd op 09-01-2015

  286