Inschakelingsvergoeding: terugbetaling op basis van ‘oude’ regels (art 13, 14 en 20 werkgelegenheidswet)

Ondernemingen in herstructurering die overgaan tot collectief ontslag moeten een tewerkstellingscel oprichten voor alle ontslagen werknemers, dus ongeacht hun leeftijd.

De tewerkstellingscel moet een outplacementaanbod doen aan elke werknemer die ingeschreven is bij de cel. De werknemer heeft ook recht op een inschakelingsvergoeding als hij op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag minstens 1 jaar ononderbroken anciënniteit heeft bij de werkgever in herstructurering. De werkgever betaalt die vergoeding maandelijks.

Voortaan kan de werkgever — voor arbeidsovereenkomsten met begindatum vóór 1 januari 2014 — een terugbetaling krijgen van de RVA van het verschil tussen de inschakelingsvergoeding en de opzeggingsvergoeding berekend op basis van de regels van vóór de wet op het eenheidsstatuut.

RVA betaalt het verschil

De generatiepactwet bepaalt dat de werkgever bij de RVA de terugbetaling kan bekomen van het verschil tussen de totale kost van de betaalde inschakelingsvergoeding en de totale kost van de opzeggingsvergoeding die de werkgever verschuldigd zou zijn geweest. Sinds de wet op het eenheidsstatuut kan de werkgever zo’n terugbetaling bekomen voor alle werknemers, ook bedienden.

Uiteraard moet de inschakelingsvergoeding dan wel hoger zijn dan de opzeggingsvergoeding. Maar de nieuwe regels uit de wet op het eenheidsstatuut zorgen ervoor dat de verschuldigde opzeggingsvergoeding toeneemt naarmate men meer anciënniteit opbouwt na 31 december 2013. De RVA zal dus uiteindelijk niets meer moeten terugbetalen.

De wet van 23 april 2015 op de verbetering van de werkgelegenheid bepaalt nu dat:

  • ‘voor de werknemer voor wie de begindatum van zijn ononderbroken arbeidsovereenkomst gelegen is vóór 1 januari 2014,
  • onder opzeggingsvergoeding (in dit geval) wordt verstaan de opzeggingsvergoeding vastgesteld op basis van de wettelijke, reglementaire en conventionele regels die gelden op 31 december 2013 en die van toepassing zijn in geval van opzegging ter kennis gebracht op deze datum’.

Het gaat om een aanvulling van de betreffende bepaling uit de generatiepactwet.

Regels van vóór 1 januari 2014

Met andere woorden: de RVA betaalt het verschil terug tussen de inschakelingsvergoeding en de opzeggingsvergoeding berekend volgens de regels van vóór 1 januari 2014. Dus niet het verschil tussen de inschakelingsvergoeding en de effectief verschuldigde opzeggingsvergoeding. Op die manier betaalt de werkgever netto minder, want de ‘oude regels’ voorzien voor arbeiders in kortere termijnen.

Let wel, het gaat dus enkel om arbeidsovereenkomsten die aangevat zijn vóór 1 januari 2014.

Bovendien moet de opzeggingsvergoeding opgetrokken worden tot het minimum dat als overgangsmaatregel is voorzien in de wet op het eenheidsstatuut. De wetgever bepaalt immers dat in bepaalde gevallen waar zeer lage opzeggingstermijnen van toepassing waren, de oude wetgeving nog kan worden toegepast tot eind 2017. Mits de opzeggingstermijnen werden opgetrokken tot een bepaald minimum dat geïnspireerd is op de CAO nr. 75, zo leert de memorie van toelichting bij de wet tot verbetering van de werkgelegenheid.

3 of 6 maanden

De inschakelingsvergoeding wordt 6 maanden betaald aan werknemers die op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag minstens 45 jaar zijn. Voor wie op dat moment jonger is, is dat maar 3 maanden. Werknemers die zich niet willen inschrijven bij een tewerkstellingscel hebben geen recht op de inschakelingsvergoeding, maar behouden wel hun opzeggingsvergoeding. Tijdelijke werknemers en uitzendkrachten hebben geen recht op een inschakelingsvergoeding.

De vergoeding is gelijk aan het loon en de lopende voordelen uit de arbeidsovereenkomst. Het bedrag van de maandelijkse inschakelingsvergoeding wordt vastgesteld op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst.

In werking

Deze aanpassing treedt in werking op 27 april 2015. Dat is de dag van publicatie van de wet tot verbetering van de werkgelegenheid.

De regeling is van toepassing op de werknemers die zijn ontslagen in het kader van een collectief ontslag dat aangekondigd is vanaf die datum. Dat is logisch want de betaling van een inschakelingsvergoeding is gekoppeld aan het collectief ontslag.

Bron:Wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid (art. 13, 14 en 20 werkgelegenheidswet), BS 27 april 2015
Zie ook: — Wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, BS 31 december 2013 (wet op het eenheidsstatuut) — Wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, BS 30 december 2005 (art. 38 van de generatiepactwet)

Steven Bellemans

Wet tot verbetering van de werkgelegenheid

Afkondigingsdatum : 23/04/2015
Publicatiedatum : 27/04/2015

Gepubliceerd op 30-04-2015

  386