Inning en invordering van rolrechten gebeurt niet langer door de ‘Administratie Rechtszekerheid’ van de ‘Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie’

Besluit tot wijziging van het besluit van 15 juni 2018 van de Voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten

In zijn besluit van 15 juni 2018 heeft de voorzitter van het Beheerscomité van de FOD Financiën, Hans D’Hondt, de taken van de ‘Administratie Rechtszekerheid’ van de ‘Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie’ (AAPD) vastgelegd. Om heel specifieke redenen wijzigt hij thans zijn besluit op meerdere punten die we hierna overlopen.

Ten eerste is het belangrijk dat dit besluit wordt aangepast om rekening te houden met de beslissing om de innings- en invorderingsbevoegdheid van de rolrechten van de ‘Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie’ over te hevelen naar de ‘Algemene Administratie van de Inning en de Invordering’ van de FOD Financiën. Deze bevoegdheden zullen dus niet langer toekomen aan de ‘Administratie Rechtszekerheid’ van de AAPD hoewel zij verantwoordelijk blijft voor de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en dus voor de vestiging, inning en invordering van de griffierechten (met uitzondering van de inning en invordering van de rolrechten!).

Ten tweede moet ingevolge de fusie van een aantal gemeenten in het Vlaamse Gewest op 1 januari 2019 de benaming van die gemeenten die voorkomen in het besluit van 15 juni 2018 worden aangepast, meer bepaald in de bijlage bij dat besluit die wordt vervangen door een nieuwe bijlage.

Ten derde moet het besluit van 15 juni 2018 worden aangepast om rekening te houden met een wijziging op het vlak van de bevoegdheden van het kantoor rechtszekerheid van Brussel 1. Al sinds 1 mei 2018 is dit ook uitsluitend bevoegd voor de ontvangst van de beroepsverklaring voorzien in artikel  63(1) van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en de controle op het statuut van de beroepspersoon die geen domicilie, maatschappelijke zetel of zetel van verrichtingen heeft in België en voor zover de verrichtingen onderworpen zijn aan een regionaal registratierecht waarvoor de federale staat de dienst van de belastingen verzekert.

Het nieuwe besluit van de voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën treedt in werking op 1 januari 2019 (de bijlage), met uitzondering van artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 6, a), 7 en 8 (rolrechten) die van kracht worden op de datum van de inwerkingtreding van artikel 4 van het KB ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 december 1968 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en het houden van de registers in de griffies der hoven en rechtbanken’ (nog niet verschenen in het Belgisch Staatsblad).

Bron: Besluit van 13 december 2018 tot wijziging van het besluit van 15 juni 2018 van de Voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten, BS 28 december 2018.
Zie ook:
Besluit van de Voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën van 15 juni 2018 tot vaststelling van de taken waarmee de Administratie Rechtszekerheid is belast en tot vaststelling van de bevoegdheden en de zetel van haar operationele diensten, BS 20 juni 2018.
Karin Mees
  189