Incoherentie in regels ‘ontzetting uit burgerlijke en politieke rechten’ weggewerkt (art. 208-210 Potpourri V)

Wet houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie

Sinds 29 september 2016 zijn rechters verplicht om de levenslange ontzetting uit de burgerlijke en politieke rechten uit te spreken voor alle gevangenisstraffen van 20 jaar en meer (art. 31 van het Strafwetboek). De facultatieve ontzetting uit deze rechten (geheel of gedeeltelijk, levenslang of voor ene periode van 10 tot 20 jaar) is mogelijk voor gevangenisstraffen van 10 tot minder dan 20 jaar (art. 32 van het Strafwetboek). De facultatieve ontzetting van tot correctionele straffen veroordeelden (geheel of gedeeltelijk, voor een periode van 5 tot 10 jaar) kan worden opgelegd voor de gevallen bij wet bepaald (art. 33 van het Strafwetboek).
Nieuwigheden waardoor de relevantie van artikel 84 van het Strafwetboek werd ingeperkt. Toch werd het artikel destijds niet opgeheven. Het tweede lid van dat artikel stelt dat de ontzetting uit de rechten opgenomen in artikel 31 Sw. facultatief kan worden uitgesproken (voor een periode van 10 tot 20 jaar voor met meer dan 20 jaar opsluiting strafbare misdaden en 5 tot 10 jaar voor de overige misdaden) tegen de schuldige wier criminele straf verminderd wordt tot een gevangenisstraf. Door de wijzigingen is het artikel echter alleen nog van toepassing op de schuldige wier criminele straf tot een gevangenisstraf van minder dan 10 jaar wordt verminderd. Met uitzondering van die gevallen waarin de schuldige, van wie de criminele straf tot een gevangenisstraf van minder dan 10 jaar wordt verminderd, veroordeeld werd overeenkomstig een artikel dat voorzien in een criminele straf waarop artikel 33 van het Strafwetboek van toepassing is.
De wetgever heeft daarom beslist om het tweede lid van artikel 84 alsnog op te heffen. Voor de duidelijkheid wordt artikel 33 van het Strafwetboek aangevuld: de hoven en de rechtbanken kunnen de facultatieve ontzetting uit de rechten uitspreken (geheel of gedeeltelijk, voor een periode van 5 tot 10 jaar) tegen de schuldigen wier criminele straf verminderd is tot een gevangenisstraf van minder dan 10 jaar.
In werking: 24 juli 2017 (de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad).
Bron: Wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 24 juli 2017. (art. 208-210 Potpourri V)
Zie ook
Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016 (art. 6–18, 32 en 33 Potpourri II-wet).
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  722