Hogere minimale dekking voor beroepsaansprakelijkheidsverzekering incassobureaus

Bericht Koninklijk besluit van 17 februari 2005 tot regeling van de inschrijving van de personen die een activiteit van minnelijke invordering van schulden uitoefenen en van de waarborgen waarover deze personen moeten beschikken, artikel 2, § 2

Professionele schuldinvorderaars die onbetaalde schulden van consumenten minnelijk invorderen – dus buiten een uitvoerbare titel om – moeten zich in de meeste gevallen inschrijven bij de FOD Economie. Het gaat bijvoorbeeld om incassobureaus of om vzw’s die invorderen voor rekening van hun leden. Wie een inschrijving wil, moet een beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben. De minimale dekking van deze verzekering gaat – voor het eerst sinds 2013 – naar omhoog. Gevolg van een indexering.

De dekking mag vanaf 2019 niet minder bedragen dan 162.500 euro per schadegeval en 162.500 euro per verzekeringsjaar. Tot nu ging het telkens om 150.000 euro.

Voorziet de verzekeringsovereenkomst in een vrijstelling, dan mag die niet hoger zijn dan 2% van het zakencijfer. En er geldt een absoluut maximum van 3.250 euro per schadegeval (tot nu 3.000 euro). Als de 2% van het zakencijfer minder dan 3.250 euro bedraagt, dan mag de vrijstelling opgetrokken worden tot 3.250 euro.

De aanpassingen moeten doorgevoerd worden op de eerste jaarlijkse vervaldag van de verzekeringspolis in 2019.

Bron: Bericht. Koninklijk besluit van 17 februari 2005 tot regeling van de inschrijving van de personen die een activiteit van minnelijke invordering van schulden uitoefenen en van de waarborgen waarover deze personen moeten beschikken, artikel 2, § 2, BS 10 januari 2019
Zie ook:
Wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument (art. 4)
Ilse Vogelaere
  72