Hogere dwangsommen en boetes bij niet naleving arrest Europees Hof van Justitie

Mededeling nr. 2017/C 431/02 van de Commissie Aanpassing van de gegevens die worden gebruikt voor de berekening van forfaitaire sommen en dwangsommen die de Commissie het Hof van Justitie voorstelt in inbreukprocedures

De Europese Commissie gebruikt nieuwe referentiebedragen voor het berekenen van boetes en dwangsommen die ze passend vindt wanneer een lidstaat een arrest van het Europees Hof van Justitie niet (correct) naleeft. Het gaat om een jaarlijkse aanpassing op basis van de inflatie en wijzigingen in het bbp.

Europees Hof van Justitie

De Europese Commissie kan een zaak aanhangig maken bij het Europees Hof van Justitie wanneer ze vindt dat een lidstaat zijn verplichtingen niet is nagekomen en de administratieve fase niet tot een oplossing heeft geleid (artikel 258 Verdrag Werking EU). Het Hof zal dan moeten vaststellen of er effectief een inbreuk is op het EU-recht. Indien de lidstaat die uitspraak van het Hof niet naleeft, kan de commissie de zaak nogmaals voor het Hof brengen (artikel 260 Verdrag Werking EU). Bij deze tweede doorverwijzing moet de commissie altijd een voorstel tot betalen van een dwangsom of boete (‘forfaitaire som’) voegen.
De berekening van de boete en/of dwangsom is gebaseerd op de ernst van de inbreuk, de duur van de inbreuk en de financiële draagkracht van de betrokken lidstaat. Maar de commissie houdt wel rekening met referentiebedragen. Die worden jaarlijks aangepast op basis van de algemene regels uit de mededeling van de Commissie van 2005 en 2010. Spelen mee: de ontwikkeling van de inflatie en het bbp van elke lidstaat. De huidige berekening is gebaseerd op de economische gegevens voor het nominale bbp en de bbp-deflator voor 2015 en de huidige weging van de stemmen van de lidstaten in de Raad.

Bedragen

Eind december 2017 zijn de nieuwe referentiebedragen verschenen in het Europees Publicatieblad.
 
Oud bedrag
Nieuw bedrag
gelijke forfaitaire basisbedrag voor de dwangsom
680 euro
700 euro
gelijke forfaitaire basisbedrag voor de forfaitaire som
230 euro
230 euro
Dit zijn de basisbedragen waarop bepaalde wegingsmultiplicatoren worden toegepast. De wegingsmultiplicatoren zijn de coëfficiënten voor de ernst en de duur van de inbreuk en de bijzondere factor „n” (financiële draagkracht) van de betrokken lidstaat die moeten worden toegepast voor de berekening van een dagelijkse dwangsom. De factor „n” is identiek voor de berekening van de forfaitaire som en van de dagelijkse dwangsommen. Voor ons land gaat het om factor 4,85.
Minimum dwangsom België (formule terug te vinden in Mededeling uit 2005, punt 18.2) : basisbedrag van 700 euro x 1 (minimale vermenigvuldigingscoëfficiënt voor de ernst van de inbreuk) x 1 (minimale vermenigvuldigingscoëfficiënt voor de duur van de inbreuk) x 4,85 (factor ‘n’)= 3.395 euro per dag.
Minimum boete: dit bedrag is door de Commissie vooraf bepaald per land. Voor België is dat een forfaitaire minimumsom van 2.799.000 euro.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  245