Hof van Justitie heeft nieuwe praktische aanwijzingen voor partijen

Praktische Aanwijzingen voor de Partijen Inzake bij het Hof Aangebrachte zaken

Het Hof van Justitie heeft nieuwe praktische aanwijzingen opgesteld voor de partijen in de voor het Hof aangebrachte zaken. Ze gelden vanaf 1 maart 2020.

De vorige praktische aanwijzingen dateren al van 1 februari 2014. Sindsdien is er een en ander veranderd, waardoor aanpassingen nodig zijn. Partijen sturen bijvoorbeeld hun processtukken meer en meer elektronisch door. En ook het reglement voor de procesvoering is intussen al meermaals gewijzigd. Ontwikkelingen waarmee de nieuwe aanwijzingen nu rekening houden.

De aanwijzingen bestaan uit drie delen: een algemeen deel, een deel over de schriftelijke behandeling en een deel over de mondelinge behandeling.

De algemene bepalingen hebben het over de verschillende fasen in de procedure voor het Hof (mondelinge en schriftelijke behandeling), de vertegenwoordiging van de partijen, de kosten van de procedure, de rechtsbijstand en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

In het tweede deel vindt u uitleg over het doel van de schriftelijke behandeling van de zaak. Komen er ook aan bod: de schriftelijke behandeling van prejudiciële beslissingen, van rechtstreekse beroepen en van hogere voorzieningen. Verder vindt u er ook aanwijzingen voor de interventie in rechtstreekse beroepen en in hogere voorzieningen en voor de vorm, de structuur, de neerlegging en de toezending van de processtukken.

In het derde deel vindt u praktische aanwijzingen voor de mondelinge behandeling. Het doel van de pleitzitting komt er aanbod, net als
  • het verzoek voor een terechtzitting;
  • de oproeping voor de terechtzitting en de noodzaak om daarop snel te antwoorden;
  • de maatregelen die nodig zijn voor de terechtzitting; en
  • het gebruikelijk verloop van een pleitzitting (pleidooien, vragen van de leden van het Hof en replieken).

Bron: Praktische Aanwijzingen voor de Partijen Inzake bij het Hof Aangebrachte zaken van 10 december 2019, Pb L42I, 14 februari 2020
Ilse Vogelaere
  344