Hoe kan je je studieperiodes regulariseren voor je pensioen?

Koninklijk besluit tot hervorming van de regularisatie van de studieperioden in de pensioenregeling van werknemers

Twee koninklijke besluiten leveren ons de praktische modaliteiten inzake de gelijkstelling van de studiejaren voor de pensioenberekening van de werknemers en de zelfstandigen. Ze voeren een wet uit die de drie pensioenstelsels in dat domein harmoniseert: overheids-, werknemers- en zelfstandigensector. Deze maatregelen zijn met terugwerkende kracht van toepassing sinds 1 december 2017.
De wet van 2 oktober 2017 effent het pad voor de regularisatie van de studiejaren voor de pensioenberekening. Ze beschrijft de te volgen procedure voor de overheidssector, maar voor de werknemers en zelfstandigen moesten er nog uitvoeringsmaatregelen getroffen worden. Intussen zijn deze opgenomen in de betrokken wetgevingen. We schetsen even de hoofdpunten…

Welke studieperiodes?

Er worden vijf studieperiodes in acht genomen voor de gelijkstelling (3 reeds bestaande en 2 nieuwe):
  • de periodes van hoger onderwijs (per volledig jaar van 1 september tot 31 augustus en volledig leerplan) waarin lessen gevolgd zijn die een volledige cyclus omvatten; de verwijzing naar de dagcursussen werd geschrapt en elk jaar omvat noodzakelijk 12 maanden. Het gaat hier om het universitair en niet-universitair onderwijs en om het hoger technisch, beroeps-, zeevaart- of kunstonderwijs;
  • de studieperiodes waarin een doctoraatsthesis wordt voorbereid, met een maximum van 2 jaar;
  • de periodes van beroepsstages (bv. stage van artsen om specialist te worden) waarvoor het behalen van een diploma een voorwaarde is, die leiden tot het verkrijgen van een wettelijk erkende beroepskwalificatie en niet in aanmerking komen voor de berekening van een pensioen in een Belgische of buitenlandse socialezekerheidsregeling vanwege de bezoldiging die tijdens de stage toegekend wordt;
  • de periodes waarin een leerovereenkomst loopt en die niet in aanmerking komen voor de berekening van een pensioen in een Belgisch of buitenlands socialezekerheidsstelsel. De jaren tellen mee vanaf de 18e verjaardag en voor maximum 1 jaar;
  • de periodes van secundair onderwijs volgend op het zesde jaar secundair (per volledig jaar van 1 september tot 31 augustus): bv. het zevende jaar gekwalificeerd of aanvullend technisch of beroepsonderwijs.
Opgelet:
  • de ‘gedubbelde’ jaren worden niet meegeteld;
  • enkel de studieperiodes afgesloten met het behalen van een diploma, een doctoraat of een beroepskwalificatie tellen mee;
  • elke periode wordt meegeteld in de berekening van het rustpensioen, het overlevingspensioen of de overgangsuitkering.

Welke diploma’s?

De gelijkstelling voor de pensioenberekening is slechts mogelijk als de studies bekroond zijn met:
  • een diploma van hoger onderwijs met volledig leerplan;
  • een diploma of certificaat (of ermee gelijkgestelde titel) behaald na afloop van een leerovereenkomst;
  • een diploma of certificaat (of ermee gelijkgestelde titel) behaald na afloop van het secundair onderwijs na het zesde jaar secundair.
Indien het om een buitenlands diploma gaat, moet de gelijkwaardigheid ervan erkend worden door de drie bevoegde Belgische gemeenschappen.
Opgelet: de gelijkstelling in het hoger onderwijs is beperkt tot ‘één diploma’ (= einddiploma): dat omvat ook alle vorige diploma’s die nodig zijn voor het behalen van het einddiploma (bv. diploma van bachelor + diploma van master).

Hoeveel kost dat?

Het bedrag van de bijdrage wordt bepaald in functie van het tijdstip waarop de aanvraag tot gelijkstelling van de studieperiodes ingediend wordt.
Tot 1 december 2020 is voorzien in een overgangsperiode. De regularisatie kost de werknemer dan 1 500 EUR per studiejaar vanaf 1 januari van het jaar van de 20e verjaardag (of 375 EUR per kwartaal voor de zelfstandigen – ‘indexeerbare’ bedragen). Na die datum zal dat bedrag enkel gelden als de regularisatie plaatsvindt binnen 10 jaar na het einde van de studies en wordt de leeftijdsgrens van 20 jaar afgeschaft.
Vanaf 1 december 2020 zal het bedrag dus verhoogd worden in functie van de tijd die verstreken is tussen het behalen van het diploma (doctoraat of beroepskwalificatie) voor de laatste studieperiode waarvoor men de regularisatie aanvraagt en de indiening van de regularisatie-aanvraag:
  • minder dan 10 jaar:1 500 EUR;
  • tussen 10 en 20 jaar: verhoging met 50%;
  • tussen 20 en 30 jaar: verhoging met 70%;
  • tussen 30 en 40 jaar: verhoging met 85%;
  • meer dan 40 jaar: verhoging met 95%.
Tijdens de overgangsperiode mogen de studiejaren vóór de 20e verjaardag geregulariseerd worden als de aanvraag binnen 10 jaar na het behalen van een diploma ingediend wordt.
Opgelet: de regularisatie-aanvragen kunnen ook betrekking hebben op een gedeelte van de studiejaren die tot het einddiploma geleid hebben.
Het totale bedrag van de bijdrage moet in één maal en binnen 6 maanden volgend op de regularisatiebeslissing aan de Federale Pensioendienst (FPD) gestort worden. De spreidingsmogelijkheid waarin het oude systeem voorzag werd afgeschaft. Na die termijn van 6 maanden, wordt de regularisatie definitief afgesloten.
De gestorte bijdrage zal niet terugbetaald worden tenzij de FPD (werknemersstelsel) of het sociaal verzekeringsfonds of de RSVZ (zelfstandigenregime) een vergissing begaan heeft. Ze zal ook terugbetaald worden als ze niet volgens de regels (ofwel te laat ofwel onterecht) gestort werd en dus geen wijziging van het pensioenbedrag teweegbrengt.
Merken we nog op dat het bedrag van de regularisatiebijdrage fiscaal aftrekbaar is.

Hoe moet de aanvraag ingediend worden?

De regularisatie wordt in acht genomen in het stelsel waarin de betrokkene zich op de datum van de indiening van de regularisatie-aanvraag bevindt (werknemer, zelfstandige of overheidssector) of waarin hij zich het laatst bevond indien hij bij zijn aanvraag onder geen enkel stelsel valt.
De werknemer moet zijn aanvraag, ofwel schriftelijk met een gewone brief, ofwel elektronisch overmaken aan de FPD. Ze moet ingediend worden vooraleer zijn pensioen aanvangt.
De zelfstandige moet zijn aanvraag, op dezelfde wijze, overmaken aan het sociaal verzekeringsfonds waarbij hij aangesloten is of aan de RSVZ.
De zelfstandige in bijberoep van wie de bijdragen minstens gelijk zijn aan deze van een activiteit in hoofdberoep moet zijn aanvraag indienen in het pensioenstelsel waarin hij zijn activiteit in hoofdberoep uitoefent.
Opgelet: de werknemer mag maximum 2 aanvragen in alle pensioenstelsels samen indienen.

Specifieke maatregelen

De wetgeving eigen aan de beroepsjournalisten verwijst uitdrukkelijk naar de regels die de werknemers voor de regularisatie van hun studiejaren moeten naleven.
De zelfstandige die de vroegere gelijkstellingsvoorwaarden wil behouden (die vóór 1 december 2017 van kracht waren) kan er nog recht op hebben als hij uitdrukkelijk voor dat oude stelsel kiest en zijn aanvraag vóór 1 december 2020 indient.

Vanaf wanneer?

Deze maatregelen zijn van toepassing op de gelijkstellingsaanvragen die de werknemers en zelfstandigen vanaf 1 december 2017 indienen voor de pensioenen die daadwerkelijk ten vroegste aanvangen op 1 december 2018, met uitzondering van de overlevingspensioenen berekend op basis van de rustpensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten laatste op 1 november 2018 ingaan.
Bron: Koninklijk besluit van 19 december 2017 tot hervorming van de regularisatie van de studieperioden in de pensioenregeling van werknemers, BS 29 december 2017
Bron: Koninklijk besluit van 19 december 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, wat de gelijkstelling van studieperiodes betreft, BS 29 december 2017
Morais Béatrice
  465