Het Grondwettelijk Hof schorst de jaarlijkse Brusselse bijdrage voor niet-huishoudelijk afval

Het Grondwettelijk Hof schorst het luik van de Brusselse fiscale hervorming van eind 2015. Hierbij moeten producenten of houders van afval die niet zelf overgaan tot de verwerking van hun afval en het evenmin laten verwerken door een externe firma vanaf 2016 een bijdrage storten aan het Gewestelijk Agentschap voor Netheid. Het Hof heeft geoordeeld dat die bepalingen een niet redelijk verantwoord verschil in behandeling inhielden tussen het Agentschap en de particuliere afvalinzamelaars en -verwerkers.

De klachten die deze marktdeelnemers (zoals Shanks of Van Gansewinkel) aan het hof voorgelegd hebben, betreffen de mogelijkheid om aan die bijdrage te ontsnappen als ze ten aanzien van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid kunnen bewijzen dat ze hun afval zelf verwerken of dat door een externe firma laten doen.

In de praktijk bestaat dit bewijs uit een schriftelijk contract gesloten met een private onderneming of uit een ander geschreven document dat de regelmatige en systematische afvalinzameling aantoont. Die documenten zouden het Agentschap evenwel vertrouwelijke commerciële gegevens kunnen verstrekken over de particuliere afvalinzamelaars, wat een probleem vormt. Het Gewestelijk Agentschap voor Netheid is immers zelf marktdeelnemer voor de inzameling en verwerking van afval en zou zo een potentiële concurrent kunnen vormen.

Het Hof zal die redenering als volgt bevestigen: “Het gegeven dat het Agentschap belast is met het beheer van een dienst van algemeen belang sluit […] niet uit dat het ook zuivere handelsactiviteiten ontplooit op het vlak van de inzameling en verwerking van niet-huishoudelijk afval en [dus] in concurrentie treedt met de particuliere ondernemingen.” Zo leidt de toekenning van de bestreden toezichts- en controletaak aan het Agentschap, met het oog op de inning van een bijdrage in een sector waarvan zij zelf marktdeelnemer is, tot een niet redelijk verantwoord verschil in behandeling tussen het Agentschap en de particuliere marktdeelnemers.

Aangezien die bepaling sinds 1 januari 2016 van kracht is, erkent het Hof dat de onmiddellijke uitvoering ervan de particuliere marktdeelnemers een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Daarom beslist het om de toepassing ervan te schorsen, wat logischerwijze zowel de verplichting om de bijdrage te betalen als de bestreden modaliteiten van de afwijking omvat.

Het Hof zal zich verder buigen over de redenen die tot een vernietiging kunnen leiden.

Bron:Grondwettelijk Hof, uittreksel uit arrest nr. 105/2016 van 30 juni 2016, MB 5 juli 2016.
Zie ook:Ordonnantie van 18 december 2015 houdende het eerste deel van de fiscale hervorming, BS 30 december 2015 (art. 20-22).

Benoît Lysy

Arrest nr. 105/2016

Afkondigingsdatum : 30/06/2016
Publicatiedatum : 05/07/2016

Gepubliceerd op 12-07-2016

  84