Herziene ‘tax shelter-regeling’ geldt sinds 1 januari 2015

De Regering heeft de ‘tax shelter-regeling’ voor investeringen in audiovisueel werk volledig herzien via de wet van 12 mei 2014. Een KB van 19 december 2014 laat deze nieuwe regeling nu in werking treden op 1 januari 2015.

Sinds 1 januari 2015

De inwerkingtreding van de nieuwe tax shelter-regeling hing af van het akkoord van de Europese Commissie voor deze staatssteun. Aangezien de EU-Commissie op 28 november 2014 haar akkoord gaf, zegt een KB van 19 december 2014 nu dat de wet van 12 mei 2014 in werking treedt op 1 januari 2015. Dat is, zoals in deze wet stond vermeld, “op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie”.

De herziening kwam er omdat er in de praktijk ontsporingen en misbruiken werden vastgesteld. Om hieraan te verhelpen heeft de Regering een nieuw mechanisme ingesteld waarbij investeerders een fiscaal voordeel krijgen omwille van hun steun aan de filmindustrie, zonder dat ze hierbij rechten verwerven op de productie zelf.

De volledige nieuwe tax shelter-regeling staat, net zoals de huidige, in artikel 194ter van het WIB 1992. Ze wijkt op diverse punten af van het vorige tax shelter-concept. En ze bevat diverse voorzorgsmaatregelen en antimisbruikbepalingen.

Herziene tax shelter-regeling

Sinds 1 januari 2015 komen niet enkel investeringen in Belgisch audiovisueel werk in aanmerking voor de tax shelter, maar het toepassingsgebied in nu uitgebreid tot Europees audiovisueel werk, met een maximale besteding in België. Ook kortfilms (met uitzondering van reclamefilms) kwalificeren als een product waarvoor de nieuwe tax-shelter mogelijk is.

Op basis van de reële audiovisiuele investeringen wordt nu een tax shelter-attest toegekend, met een maximale waarde gelijk aan 70% van de totale investeringen. Het tax shelter-attest vormt de basis voor de belastingvrijstelling voor de investeerder. De 70%-grens is gekoppeld aan de vereiste dat ten minste 90% van de waarde van het tax shelter-attest moet gespendeerd worden aan exploitaite- en productie-uitgaven in België, en dit binnen een termijn van 18 (of 24) maanden na ondertekening van de raamovereenkomst (gesloten tussen een erkende productievennootschap of een erkende tussenpersoon, en de investeerder(s)).

De FOD Financiën levert het tax shelter-attest af aan een erkende productievennootschap. Daarna zal het attest (al dan niet opgesplitst in delen) overgedragen worden aan de investeerder(s). Die kunnen het attest niet overdragen naar een andere belastingplichtige.

De waarde van een tax shelter-attest kan maximaal 15 miljoen euro bedragen.

Belastingvrijstelling

De investeerder krijgt een voorlopige belastingvrijstelling van 310% van de sommen die hij in uitvoering van de raamovereenkomst gestort heeft. Deze voorlopige vrijstelling wordt beperkt tot 150% van de verwachte fiscale waarde van het tax shelter-attest. De definitieve belastingvrijstelling is gekoppeld aan de werkelijke waarde van het tax shelter-attest, die pas duidelijk wordt bij de ex postcontrole van de uitgaven.

Indien een tax shelter-attest wordt afgeleverd voor een lager bedrag dan aanvankelijk voorzien, dan wordt het voordeel verhoudingsgewijze teruggenomen. Op de verschuldigde belasting is dan een nalatigheidsinterest verschuldigd vanaf 30 juni van het aanslagjaar waarvoor de vrijstelling werd toegestaan. Daarbij worden de laatste stortingen het eerst in aanmerking genomen. Zolang de belastingvrijstelling niet definitief is, moet de vrijgestelde winst (zoals in de vroegere regeling) geboekt worden op een onbeschikbare passiefrekening en mag ze niet uitgekeerd worden.

Bron:Koninklijk besluit van 19 december 2014 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 12 mei 2014 tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk, BS 31 december 2014.
Zie ook: – Wet van 12 mei 2014 tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk, BS 27 mei 2014.– Koninklijk besluit van 19 december 2014 tot uitvoering van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en ter bepaling van de modaliteiten en voorwaarden van de erkenningsprocedure van productievennootschappen en van de in aanmerking komende tussenpersonen, BS 31 december 2014.

Christine Van Geel

Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 12 mei 2014 tot wijziging van artikel 194ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende het tax shelter-stelsel ten gunste van de audiovisueel werk

Afkondigingsdatum : 19/12/2014
Publicatiedatum : 31/12/2014

Gepubliceerd op 09-01-2015

  203