Hervorming consumentenbescherming na CPC-verordening: voorlopig alleen wet met beroepsmogelijkheid tegen administratieve geldboete gepubliceerd

Wet tot wijziging van het Wetboek van economisch recht en van andere wetten met het oog op het versterken van de opsporings- en handhavingsbevoegdheden in overeenstemming met en in uitvoering van Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004

Op 17 januari 2020 werd de zogenaamde CPC-verordening (Consumer Protection Cooperation) van kracht. Die bevat uniforme richtlijnen om de handhaving van de wetgeving consumentenbescherming in de hele Unie te optimaliseren. België zal de bepalingen via 2 aparte wetten vertalen naar nationaal recht. Eentje daarvan is intussen in het Belgisch Staatsblad verschenen: de wet die ervoor zorgt dat overtreders die een administratieve geldboete kregen, daartegen beroep kunnen aantekenen bij de Raad van State.

Wil nu echter dat de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen deel uitmaakt van een tweede omzettingswet die nog niet in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.

Wijzigingen Wetboek van Economisch recht

Beide wetten zorgen voor belangrijke aanpassingen van het Wetboek van Economisch Recht en een reeks andere handhavingswetten in navolging van de Europese Verordening 2017/2394 van 12 december 2017 m.b.t. het versterken van de consumentenbescherming. (ln197567)

Basis voor administratieve geldboete

De mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen bij overtredingen maakt zoals gezegd deel uit van een andere omzettingswet. Die ontwerptekst werd ook al goedgekeurd, maar de wet is nog niet in het Staatsblad verschenen.

De tekst bevat een hele lijst aan wijzigingen en is daarmee veel uitgebreider dan de reeds gepubliceerde omzettingswet. Niet alleen creëert de wetgever de mogelijkheid om administratieve geldboetes op te leggen naast de bestaande strafrechtelijke handhaving en naar analogie met wat wordt toegepast in de sociale sector overeenkomstig de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek.
Hij zorgt er bijvoorbeeld ook voor dat de handhavingsautoriteiten meer opsporings- en vervolgingsbevoegdheden krijgen (onder meer voor het opvolgen van financiële stromen en het gebruik van een fictieve identiteit- mystery shopping) en dat de toezichthouders de mogelijkheid krijgen om tijdelijke maatregelen te nemen om schade voor consumenten te voorkomen zoals het tijdelijk blokkeren van websites en de publicatie van zogenaamde ‘grijze lijsten’ (lijsten van ondernemingen die de wetgeving niet naleven).

Beroep tegen administratieve geldboete

Via een tweede omzettingswet wordt een beroepsmogelijkheid gecreëerd tegen beslissingen tot oplegging van een administratieve geldboete. Overtreders kunnen binnen de 60 dagen na kennisgeving van de beslissing beroep aantekenen bij de Raad van State. Vanaf het moment dat de overtreder beroep heeft ingesteld, wordt de uitvoering van de beslissing geschorst.
Deze wet treedt in werking op 27 november 2020.

Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  30