Herstructurering van accijnzen op sigaretten en nieuwe wijze van berekening minimumaccijns op sigaretten en tabak (art. 134-139 PW)

Programmawet

Ingevolge het akkoord van het Comité van Ministers van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie van 9 oktober 2017 wordt er een herstructurering doorgevoerd van de accijnzen op sigaretten door een daling van de ad valorem accijns te compenseren met een verhoging van de specifieke bijzondere accijns. In het kader van de tax shift worden de accijnstarieven op sigaretten en rooktabak eveneens verhoogd (voor 2018 en 2019). Daarnaast wordt de wijze van berekening van de minimumaccijns op sigaretten en rooktabak hervormd om rekening te houden met de evolutie van de kleinhandelsprijzen
De programmawet van 25 december 2017 implementeert de nodige wijzigingen hiervoor in de wet van 3 april 1997 ‘betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak’. De meeste wijzigingen zijn al van toepassing sinds 1 januari 2018.

Soorten accijnzen

België kent verschillende soorten accijnzen op tabaksproducten: enerzijds ad valorem accijnzen en ad valorem bijzondere accijnzen die worden berekend in de vorm van een percentage van de kleinhandelsprijs en anderzijds specifieke accijnzen en specifieke bijzondere accijnzen die worden berekend volgens het gewicht of het aantal rookwaren.

Ad valorem accijns en ad valorem bijzondere accijns

Op de in België in verbruik gestelde tabaksfabricaten worden er een ad valorem accijns en een ad valorem bijzondere accijns geheven (art. 3, § 1, van de wet van 3 april 1997).
Sinds 1 januari 2018 zijn deze vastgesteld als volgt (art. 134, 1°, PW):
  • voor sigaretten:
    • accijns: 40,04% (voordien: 45,84%) van de kleinhandelsprijs,
    • bijzondere accijns: 0% van de kleinhandelsprijs;
  • voor rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak:
    • accijns: 31,50% van de kleinhandelsprijs,
    • bijzondere accijns: 0% van de kleinhandelsprijs.

Specifieke accijns en specifieke bijzondere accijns

Naast deze ad valorem accijns en ad valorem bijzondere accijns worden sigaretten en rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak ook onderworpen aan een specifieke accijns en een specifieke bijzondere accijns (art. 3, § 2, van de wet van 3 april 1997).
Sinds 1 januari 2018 zijn deze vastgesteld als volgt (art. 134, 2°, PW):
  • voor sigaretten:
    • accijns: 6,8914 euro per 1.000 stuks,
    • bijzondere accijns: 57,7077 euro (voordien: 35,7780 euro) per 1.000 stuks;
  • voor rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak:
    • accijns: 0 euro per kilogram,
    • bijzondere accijns: 42,3465 euro (voordien: 32,3061 euro) per kilogram.

Nieuwe wijze van berekening van minimumaccijns

De wijze van berekening van de minimumaccijns op sigaretten en rooktabak wordt hervormd om rekening te houden met de evolutie van de kleinhandelsprijzen.
Deze minimumaccijns wordt niet langer vastgelegd via een nominaal bedrag maar via een percentage van de gewogen gemiddelde prijs. De gewogen gemiddelde prijs wordt berekend op basis van de kleinhandelsprijzen en de hoeveelheden die effectief in verbruik werden gesteld. Dit heeft tot gevolg dat er bij de berekening van de minimumaccijns nu opnieuw rekening wordt gehouden met de werkelijke marktschommelingen.
Zo mag het totaal van de accijnzen en van de bijzondere accijnzen voor sigaretten sinds 1 januari 2018 in geen geval minder mag bedragen dan 100% van het totaal van deze accijnzen van toepassing op de gewogen gemiddelde prijs (voordien: minder dan 161,9645 euro per 1.000 stuks).
Voor de rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak mag het totaal van de accijnzen en van de bijzondere accijnzen in geen geval minder bedragen dan 100% van het totaal van deze accijnzen van toepassing op de gewogen gemiddelde prijs (voordien: minder dan 61,0747 euro per kilogram).
(wijziging van art. 3, § 3 en § 4, lid 1, van de wet van 3 april 1997; art. 134, 3° en 4°, PW)

Voor 2019

De programmawet van 25 december 2017 legt ook al de specifieke bijzondere accijns vast die van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2019(art. 135 LP):
  • voor sigaretten: 59,5777 euro per 1.000 stuks;
  • voor rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak: 48,3083 euro per kilogram.

Opheffing vroegere wijzigingen

De accijnstarieven op gefabriceerde tabak andere dan sigaren werden vroeger ook al verhoogd door de wet van 26 december 2015 ‘houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht’.
Deze verhoging vertaalde zich in een verhoging van de specifieke accijns en de bijzondere specifieke accijns én in een verhoging van de minimumaccijns op sigaretten en op tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere rooktabak. Deze accijnsverhoging werd vastgelegd voor de jaren 2016 tot en met 2020.
Gelet op de huidige wijzigingen door de programmawet van 25 december 2017 worden de reeds voorziene wijzigingen van de accijnstarieven voor sigaretten en rooktabak opgeheven, met ingang van 31 december 2017(art. 136 à 139 en art. 146 PW).
Bron: Programmawet van 25 december 2017, BS 29 december 2017 (art. 134-139 en 146 PW).
Zie ook:
- Wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, BS 16 mei 1997 (art. 3).
- Programmawet van 1 juli 2016, BS 4 juli 2016 (art. 110).
- Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, BS 30 december 2015 (art. 116).
Karin Mees
  1585