Haags Kinderbeschermingsverdrag van toepassing sinds 1 september

Het ‘Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996’ is sinds 1 september 2014 ook van toepassing in ons land. Het verdrag bepaalt onder meer welk recht van toepassing is in internationale zaken van ouderlijke verantwoordelijkheid en welke instantie maatregelen neemt om kinderen en hun vermogen te beschermen. Hoofdregel is dat dit de autoriteiten zijn van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft.

België heeft op 5 mei ingestemd met de tekst. De instemmingswet is op 22 augustus in het Staatsblad verschenen. En datzelfde Staatsblad bevat ook meteen de nodige wetswijzigingen om de toepassing van het verdrag mogelijk te maken.

Zo bepaalt het verdrag de basisprincipes van de erkenning en tenuitvoerlegging van de beslissingen betreffende de bescherming van kinderen die een andere Staat heeft genomen. De regering heeft voor de uitwerking van deze basisregels gekozen om het toepassingsgebied van de huidige procedure ter bescherming van het grensoverschrijdend hoederecht en bezoekrecht (artikels 1322bis en 1322quater van het Gerechtelijk Wetboek) uit te breiden. Verder worden de regels van het conflictenrecht voor onbekwamen (artikel 35 van het Wetboek van Internationaal Privaatrecht) aangepast. Daarbij worden onder meer de stelsels voor meerderjarige onbekwamen en voor minderjarige onbekwamen van elkaar losgekoppeld.

Herinner dat m.b.t. kinderbescherming ook Verordening Brussel II-bis van toepassing is. Deze verordening kent min of meer dezelfde bepalingen als het Haags Kinderbeschermingsverdrag (HKBV). Uitgangspunt in verordening en verdrag is de internationale samenwerking tussen de betrokken autoriteiten van de aangesloten Staten op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen. Met daarbij telkens de algemene regel dat de autoriteiten van de aangesloten Staten waar de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft, bevoegd zijn om maatregelen te nemen die strekken tot de bescherming van zijn persoon of vermogen. Volgens het HKBV kunnen dit maatregelen zijn die betrekking hebben op de uitoefening of beperking van ouderlijke verantwoordelijkheid, gezagsrechten, voogdij, de aanwijzing van de persoon belast met de zorg van het kind, de plaatsing van het kind in een pleeggezin, het toezicht op de verzorging van het kind, enz.

Het verdrag is niet van toepassing op de vaststelling of ontkenning van familierechtelijke betrekkingen, beslissingen m.b.t. adoptie, de namen van het kind, handlichting, onderhoudsverplichtingen, trusts en erfopvolging, sociale zekerheid, overheidsmaatregelen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, maatregelen genomen op grond van strafbare feiten begaan door kinderen en beslissingen m.b.t. het recht op asiel.

Bron:Wet van 5 mei 2014 houdende instemming met het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, gedaan te 's-Gravenhage op 19 oktober 1996, BS 22 augustus 2014. Bron:Wet van 27 november 2013 dat de tenuitvoerlegging beoogt van het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, BS 22 augustus 2014. Bron:Wet van 21 december 2013 tot wijziging van de artikelen 1322bis en 1322undecies van het Gerechtelijk Wetboek, BS 22 augustus 2014.
Zie ook Wetsontwerp betreffende de implementatie van het Verdrag van ’s-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Parl. St. Kamer 2013, nr. 53K2991/001.

Laure Lemmens

Wet houdende instemming met het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, gedaan te 's-Gravenhage op 19 oktober 1996

Afkondigingsdatum : 05/05/2014
Publicatiedatum : 22/08/2014

Gepubliceerd op 11-09-2014

  668