Grondwettelijk Hof versoepelt beslagmogelijkheden buitenlandse overheidsgoederen

Beslag op buitenlandse overheidseigendommen in ons land die bestemd zijn voor niet-commerciële doeleinden kan in principe niet. Beslag kan echter wel als de buitenlandse overheid afstand doet van de uitvoeringsimmuniteit. Die afstand moet – volgens de Belgische regels – uitdrukkelijk én specifiek gebeuren. Maar het Grondwettelijk Hof stelt dat deze regeling niet overeenstemt met de internationale regels. Het Hof zegt dat de afstand inderdaad uitdrukkelijk moet zijn, maar stelt dat hij niet specifiek moet zijn. Althans niet voor beslag op eigendommen - inclusief de banktegoeden - die niet worden aangewend voor de uitoefening van de taken van de diplomatieke vertegenwoordigingen van de buitenlandse overheid of van haar consulaire posten, haar speciale zendingen, haar vertegenwoordigingen bij internationale organisaties of delegaties bij organen van internationale organisaties of bij internationale conferenties.

Beslagbaarheid

Op buitenlandse overheidseigendommen in ons land die niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt, kan beslag gelegd worden als de buitenlandse overheid daar uitdrukkelijk en specifiek mee instemt.

Uitdrukkelijk

De eis dat de afstand van de uitvoeringsimmuniteit uitdrukkelijk moet gebeuren bij eigendommen die niet voor commerciële doeleindenden worden gebruikt, kadert volgens het Grondwettelijk Hof volledig binnen het Verdrag van de Verenigde Naties van 2 december 2004 inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen, de rechtspraak van het Internationaal Gerechtshof en de internationale gebruiken. Hier is er dus geen enkel probleem.

Specifiek

Maar door te eisen dat de instemming met de beslagbaarheid ook ‘op specifieke wijze’ moet gebeuren, gaat de Belgische wetgever volgens het Hof verder dan wat het VN-verdrag en de internationale rechtspraak voorzien.

Het Hof zegt dat er bij de eigendommen van een buitenlandse mogendheid een onderscheid moet gemaakt worden tussen enerzijds de eigendommen die gebruikt worden door de diplomatieke zendingen, de consulaire posten en de vertegenwoordigingen bij internationale organisaties en anderzijds de andere eigendommen.

. Eigendommen gebruikt door diplomatieke zendingen

Voor wat betreft die eerste categorie van eigendommen (eigendommen gebruikt door diplomatieke zendingen en dergelijke) moet rekening gehouden worden met het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer en met het internationaal gewoonterecht ‘ne impediatur legatio’ (geen belemmering van de werking van de diplomatieke zending). Uit die regels blijkt dat de eigendommen die worden gebruikt voor de werking van de diplomatieke zendingen – inclusief de bankrekeningen – gedekt worden door een bijzondere uitvoeringsimmuniteit. Zij kan enkel opgeheven worden als de buitenlandse mogendheid er op uitdrukkelijke en specifieke wijze afstand van doet. Voor dit soort goederen kadert de Belgische eis dat de afstand van uitvoeringsimmuniteit uitdrukkelijk en specifiek moet zijn dus volledig binnen de algemeen erkende internationaalrechtelijke regels.

- Andere eigendommen

Anders is het voor de goederen die gebruikt worden voor niet-commerciële doeleinden maar niet binnen het kader van diplomatieke zendingen en dergelijke. De vereiste dat de afstand specifiek moet zijn gaat verder dan de algemeen erkende internationaalrechtelijke regels. In die mate schendt die eis wel de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 16 van het EVRM (recht op toegang tot de rechter) en art. 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM (ongestoord genot van de eigendom).

Vernietiging

Het Grondwettelijk Hof beslist dan ook het woord ‘specifieke’ te vernietigen in art. 1412quinquies, § 2, 1° van het Gerechtelijk Wetboek. Wat betekent dat beslag op eigendommen die gebruikt worden voor niet-commerciële doeleinden kan als de buitenlandse mogendheid op uitdrukkelijke wijze instemt met de beslagbaarheid van de goederen. De instemming hoeft niet meer ‘op specifieke wijze’ te gebeuren.

De vernietiging geldt enkel maar voor de eigendommen die niet worden gebruikt bij de uitoefening van de taken van diplomatieke vertegenwoordigingen van de buitenlandse mogendheid of haar consulaire posten, haar specifieke zendingen, haar vertegenwoordigingen bij internationale organisatie of delegaties bij organen van internationale organisaties of bij internationale conferenties. Beslag op eigendommen die wél voor die doeleinden worden gebruikt, is alleen maar mogelijk met uitdrukkelijke én specifieke instemming.

Bron:GwH 27 april 2017, nr. 48/2017Bron:Wet van 23 augustus 2015 tot invoeging van een artikel 1412quinquies in het Gerechtelijk Wetboek, houdende het beslag op eigendommen van een buitenlandse mogendheid of van een publiekrechtelijke supranationale of internationale organisatie, BS 3 september 2015

Ilse Vogelaere

Wet tot invoeging van een artikel 1412quinquies in het Gerechtelijk Wetboek, houdende het beslag op eigendommen van een buitenlandse mogendheid of van een publiekrechtelijke supranationale of internationale organisatie

Afkondigingsdatum : 23/08/2015
Publicatiedatum : 03/09/2015

Gepubliceerd op 04-05-2017

  326