Grondwettelijk Hof vernietigt integratie sectorale subsidies in Gemeentefonds

Decreet tot wijziging van diverse decreten houdende de subsidiëring aan de lokale besturen en tot wijziging van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds

Het Grondwettelijk Hof heeft het Vlaams decreet van 3 juli 2015 dat de sectorale subsidies voor jeugd, cultuur, sport, flankerend onderwijsbeleid, ontwikkelingssamenwerking, integratie en kinderarmoedebestrijding integreert in het Gemeentefonds, vernietigd. De regeling is immers niet van toepassing op de 6 randgemeenten en dat vormt een onverantwoorde discriminatie.
Door de sectorale middelen te integreren in het Gemeentefonds wil de Vlaamse decreetgever de gemeenten meer vrijheid geven. En minder werk. De strenge subsidievoorwaarden werden immers geschrapt en er werd afgestapt van de strenge plan- en rapporteringsverplichtingen. De steden en gemeenten mogen het geld dat ze krijgen via het Gemeentefonds naar eigen goeddunken gebruiken.
Althans 302 van de 308 Vlaamse steden en gemeenten. De 6 faciliteitengemeenten rond Brussel vielen immers uit de boot. Voor hen bleef de oude regeling gelden waardoor ze de subsidies wel apart moesten blijven aanvragen én verantwoorden. De decreetgever verantwoordde dit destijds door te verwijzen naar het bijzondere statuut van de gemeenten en de coördinatie met de vzw De Rand die in bepaalde randgemeenten al een beleid uitvoert, onder andere met betrekking tot het jeugd-, sport-, en cultuurbeleid. ‘Aangezien in bepaalde randgemeenten de subsidies via die vzw specifiek naar initiatieven gaan is het aangewezen om ook de subsidies die rechtstreeks aan bepaalde randgemeenten (nl. diegenen die ingetekend hebben op bepaalde Vlaamse beleidsprioriteiten) worden toegekend, te laten kaderen vinnen dezelfde doelstellingen en niet op te nemen in de algemene financiering. De betrokken gemeenten behouden de nodige vrijheid om binnen deze beleidsprioriteiten een eigen beleid te ontwikkelen’.
Een regeling die een onverantwoord verschil in behandeling creëert en het gelijkheidsbeginsel schendt, aldus het Grondwettelijk Hof. Het decreet van 3 juli 2015 werd daarom – in zijn volledigheid – vernietigd. Al betekent dit niet meteen chaos voor de Vlaamse steden en gemeenten. Het Hof handhaaft immers de gevolgen van de vernietigde bepalingen tot de decreetgever een nieuwe regeling heeft getroffen en uiterlijk tot het einde van het begrotingsjaar 2018.
Laure Lemmens
Wolters Kluwer
  559